Draadloos opladen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schematische weergave van draadloos opladen: het door de primaire spoel opgewekte magnetisch veld induceert een stroom in de secundaire spoel.

Draadloos opladen is een proces waarbij elektrische energie via een magnetisch veld wordt getransporteerd tussen twee objecten, waardoor geen bekabeling benodigd is voor de energieoverdracht. Dit proces is mogelijk door inductie (inductieve koppeling) en wordt hoofdzakelijk gebruikt om batterijen op te laden.

Werking[bewerken]

Draadloos opladen berust op de inductiewet van Faraday en de wet van Ampère (twee van de vier wetten van Maxwell): een stroom door een spoel wekt een magnetisch veld op, die op zijn beurt een spanning induceert in een tweede spoel. Als deze tweede spoel onderdeel is van een gesloten elektrisch circuit (in dit geval bijvoorbeeld aangesloten op een batterij), dan gaat er in de tweede spoel een stroom lopen (er is feitelijk sprake van een transformator).

Sinds augustus 2009 is Qi (spreek uit: chi) de standaard voor energieoverdracht van lage vermogens (tot 5 Watt) over een afstand tot 4 cm.

Voor- en nadelen[bewerken]

Voordelen

  • Geen draad nodig
  • Minder slijtage (Doordat er geen draad meer hoeft te worden aangesloten aan het op te laden apparaat.)

Nadeel

  • Minder efficiënt (Door grote energieverliezen in de energieoverdracht.)
  • Verminderde mobiliteit

Een overeenkomst, die zowel draadloos als met draad opladen hebben, is dat het te opladen apparaat niet (te ver) verwijderd kan zijn van de oplader.

Voorbeelden[bewerken]

Een bekend voorbeeld van draadloos opladen is de elektrische tandenborstel, die in de jaren 90 van de twintigste eeuw zijn intrede deed. Daarnaast gebruiken General Motors en Toyota draadloos opladen voor een aantal elektrische auto's en is een aantal smartphone- en smartwatchmodellen voorzien van deze technologie.

Zie ook[bewerken]