Drentsche Aa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drentsche Aa
Drentsche Aa bij de Kymmelsberg
Drentsche Aa bij de Kymmelsberg
Lengte 28 km
Hoogte (bron) 16 m
Hoogte (monding) 0,65 m
Stroomgebied 30.000 km²
Van Drents Plateau (Zwiggelterveld)
Naar Noord-Willemskanaal
Stroomt door Drenthe & Groningen
Bij de Witte Molen
Bij de Witte Molen
Portaal  Portaalicoon   Geografie

De Drentsche Aa is een beek in Nederland die door de provincies Groningen en Drenthe stroomt. Deze wordt beschouwd als de enige Nederlandse beek die (grotendeels) zijn oorspronkelijke meanderende loop heeft behouden.

Loop en namen[bewerken]

De rivier is ontstaan in de overgangsfase tussen het koudere Saalien en het warmere Eemien. Oorspronkelijk stroomde de rivier vanuit Drenthe door het zuidwesten van de oude stad Groningen om in de Koningslaagte bij de Muda (monding) ter hoogte van Adorp uit te stromen in de Hunze. Tegenwoordig volgt de beek in Drenthe grotendeels zijn oorspronkelijke loop, maar in Groningen is de beek vrijwel overal gekanaliseerd of verdwenen. In 1385 werd het gedeelte van de Aa tussen Dorkwerd en Adorp afgesloten en werd er een kanaal gegraven van Dorkwerd naar het Reitdiep, zodat de Aa vanaf dat moment zijn water loosde op de Lauwerszee. De oude loop is door verzanding nauwelijks te herkennen. Bij de stad Groningen is veel onderzoek gedaan naar de vroegere loop van de Drentsche A, maar dit heeft nog niet geleid tot een duidelijke reconstructie.

De Drentsche Aa heeft talloze zijtakken en vele namen. Opvallend genoeg heet de beek alleen in Groningen de Drentsche Aa. In Drenthe zelf heet hij vanaf het punt waar het Anreeperdiep en het Amerdiep samenkomen achtereenvolgens: het Deurzerdiep, het Looner Diep, het Taarlosche Diep, het Oudemolensche Diep, het Schipborgsche Diep en het Westerdiep. Dan wordt het de grensbeek tussen Groningen en Drenthe en krijgt het zijn bekende naam. De beek wordt daarna met een onderleider onder het Noord-Willemskanaal geleid en heet daarna Oude Aa. Deze mondt ten slotte uit in de Schipsloot bij het Friesche Veen, die weer uitmondt in het Noord-Willemskanaal.

Er is in Drenthe nog een zijtak van de beek die achtereenvolgens het Andersche Diep, het Rolderdiep en het Gasterensche Diep heet, voordat deze uitmondt in de hoofdstroom op de plaats waar het Taarlosche Diep overgaat in het Oudemolensche Diep. Kleinere zijtakken zijn het Anlooerdiepje en het Zeegserloopje die uitmonden in de hoofdstroom, respectievelijk in het Oudemolensche Diep en in de Drentsche Aa.

Het Hoornsediep dat langs het Paterswoldsemeer loopt is een restant van de beek. In de stad Groningen herinneren de straatnamen Hoge der A en Lage der A, de Astraat, de A-brug en naam van de Der Aa-kerk nog aan de beek.

Nationaal park[bewerken]

Verscheidene malen is geprobeerd grote delen van de Drentsche Aa in Drenthe te kanaliseren, teneinde de waterbeheersing van het stroomgebied te verbeteren. [1] De eerste pogingen daartoe zijn gestrand omdat boeren niet bij wilden dragen aan de benodigde investeringen. Later hebben natuurbeschermers gepoogd het stroomgebied van de beek te beschermen tegen de effecten van ruilverkavelingen en waterstaatkundige ingrepen. Uiteindelijk leidde dit tot de oprichting van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa, dat de driehoek Assen - Gieten - Glimmen omvat, en daaromheen het Nationaal Landschap Drentsche Aa, dat ook gebieden ten noorden, oosten en zuiden daarvan omvat, waaronder de lopen van het Amerdiep, Andersche Diep en Grolloërdiep. Het Drentsche Aa-gebied maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur en is in het kader van Europese natuurbescherming aangewezen als Natura 2000-gebied.

De rivier als inspiratiebron[bewerken]

Dichter Rutger Kopland, die dicht bij de beek woonde, maakte in de omgeving van het dorp Schipborg een brug over de Drentsche Aa. Hij schreef tevens het gedicht Drentse A.[2] Enkele regels uit dit gedicht:

"Morgens aan de rivier, morgens waarin
hij nog lijkt te overwegen
waarheen hij die dag
weer zal gaan

"

Uit: "Er is nog zoveel ongezegd.[3]
Vraaggesprekken met schrijvers"
door : Piet Piryns