Duistere eeuwen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Griekenland

Athina Akropolis relief front 2005-04.jpg



Portaal  Portaalicoon  Griekenland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Duistere eeuwen is de naam die men traditioneel geeft aan de periode in de Griekse geschiedenis die valt tussen het einde van de prehelleense Bronstijd-beschavingen (ca. 1180 v.Chr.) en het ontstaan van de eerste Griekse poleis (ca. 9e eeuw v.Chr.).

Het adjectief duister benadrukt het scherpe contrast met de voorafgaande schitterende Minoïsche, Helladische (of Myceense) en Cycladische beschavingen van de Bronstijd, waaraan een einde kwam in de tijd van de brandcatastrofe rond 1189-1180 v.Chr. Toen begon een intermezzo, waarin de basis werd gelegd voor de volgende Griekse bloeiperiode: de Klassieke periode.

De Trojaanse oorlog[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Trojaanse oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Omstreeks 1200 v.Chr. (1208 v. Chr. wordt aangenomen als het jaar van de val van Troje) brak de Trojaanse oorlog uit. Volgens de Griekse overlevering was "de schone" Helena, vrouw van de Spartaanse koning Menelaos, door de Trojaanse prins Paris ontvoerd. Die schanddaad moest gewroken worden. De Myceense koning Agamemnon, broer van Menelaos, voerde de Griekse vorsten aan in hun strijd tegen Troje, dat pas na tien jaar, door de list met het houten paard, in handen van de Grieken viel.

Een historisch juistere reden voor het uitbreken van deze oorlog zal wel zijn dat de Trojanen de Griekse handel aan de Hellespont bedreigden. Vierhonderd jaar na de feiten heeft Homerus deze oorlog vereeuwigd in zijn Ilias.

De inval van de Doriërs[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Doriërs voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Omstreeks 1100 v.Chr. drongen de Doriërs vanuit het noordwesten van Griekenland onweerstaanbaar op naar het zuiden. De onbeschaafde invallers zagen in de Achaiërs géén stamverwanten; ze veroverden hun steden en brachten de Kreto-Myceense cultuur de genadeslag toe. Vele bewoners vluchtten naar de eilanden en de bergen; de Doriërs drongen door tot op de Peloponnesos, waar Sparta het centrum werd van hun soldatenstaat. Daar de Doriërs het ijzer kenden, bood het handwerk meer mogelijkheden, vooral voor het vervaardigen van wapens. Maar de kunstzin van de Achaiërs en de Ioniërs kreeg voorlopig weinig kans zich te uiten.

De stadstaatjes[bewerken]

Eén eeuw na de Dorische volksverhuizing werd het weer rustig in Griekenland. De Achaiërs vermengden zich met de Aioliërs, Ioniërs en Doriërs. Er ontstond een tweehonderdtal stadstaatjes en er werd gekoloniseerd - wegens gebrek aan landbouwgrond, het uitbreken van politieke woelingen en later om handelsdoeleinden - op de eilanden, de kust van Klein-Azië en later in Zuid-Italië en Sicilië en verder op de westelijke kusten van de Middellandse Zee.

Elke stadstaat (polis) -gewoonlijk een ommuurde stad met enkele omliggende dorpen, landerijen en olijfgaarden- was autonoom en stond onder leiding van een koning en de aristocratie, waarbij de volksvergadering meer of minder invloed had. Het groot aantal stadstaatjes is te verklaren uit de geografische verdeeldheid van het land, dat door bergruggen en zee-inhammen in kleine, natuurlijke landschappen was opgesplitst. De grootste stadstaten waren Athene en Sparta; ze streden om de leiding in de Griekse statenwereld. In 820 v.Chr. kreeg het Dorische Sparta van zijn (vermoedelijk legendarische) wetgever Lykourgos een aristocratische staatsregeling (twee koningen als legeraanvoerders, een gerousia of raad van oudsten (= senaat), vijf eforen en de volksvergadering) die de grondslag vormde van een echte militaire staat.

Van noord naar zuid kun je op het vasteland, de eilanden en de kust van Klein-Azië drie bevolkingsgordels onderscheiden: de Aioliërs in het noorden, de Ioniërs in het midden en de Doriërs in het zuiden. Ook al kende Hellas geen staatkundige eenheid, wel was er een besef van eenheid van taal en godsdienst.

De twisten tussen de stadstaten werden gestaakt tijdens de panhelleense feesten, nu bekend als de Olympische Spelen, die om de vier jaar te Olympia werden gehouden als een grote cultuur- en sportdemonstratie met een religieus karakter. De spelen dateren uit de 9de eeuw v.Chr. (of vroeger?), maar de lijst van officieel opgetekende olympiaden begint in 776 v.Chr.; de Griekse tijdrekening is op de Olympische Spelen gebaseerd.