Duitse Boerenoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Duitse Boerenoorlog
Uitbreidingen van de Aufstande.
Uitbreidingen van de Aufstande.
Datum 1524-1526
Locatie Zuid- en Midden-Duitsland
Resultaat Nederlaag van de Boeren

De Duitse Boerenoorlog (Duits: Deutscher Bauernkrieg) was een opstand van boeren en lage edelen die begon in het Zwarte Woud en Baden-Würtenberg (destijds gelegen in het Heilige Roomse Rijk) (1524). De opstandelingen verzetten zich tegen de eisen die hun gesteld werden in geld en diensten; deze verplichtingen kwamen van edellieden die vaak ook verarmd waren. In de aanloop naar de Duitse Boerenoorlog waren er verschillende ondergrondse bewegingen ontstaan van boeren die zich onttrokken aan deze opgelegde taken. In 1525 nam het aantal opstandelingen toe over heel het Rooms-Duitse Rijk. De eerste prediker-opstandelingen waren Thomas Münzer en Nicholas Storch, die als Zwickauers bekend waren. Dit waren predikers uit het Saksische Zwickau. Hun verzetspreken werden overgenomen door rondtrekkende predikers over heel het Rooms-Duitse Rijk, namelijk Balthasar Hubmeier (Waldshut), Johannes Denk (Neurenberg) en Sebastian Franck (Donauwörth). Avontuurlijke lage edelen sloten zich aan zoals Florian Geyer en Götz von Berlichingen.

De opruiende preken leidden al snel tot plunderingen, moord en brandstichtingen. Honderden kastelen en kloosters werden deels of zelfs volledig vernietigd. De boeren beriepen zich op de Bijbel en op Maarten Luthers werk Over de vrijheid van een christen. De boeren rekenden op hemelse bijstand, zoals Thomas Müntzer die op grond van Daniël 7 aankondigde. Opvallend was dat Maarten Luther in mei 1525 met Wider die Mordischen und Reubischen Rotten der Bawren afstand nam van de boeren en voor de rechten van de vorsten.

Verschillende edelen verzamelden troepen om het oproer neer te slaan. Het ging hoofdzakelijk om Saksische troepen onder leiding van hertog Georg met de Baard en Hessische troepen onder leiding van landgraaf Filip[1]. 8.000 licht bewapende boeren stonden tegenover 6.000 soldaten, infanterij en ruiterij. De boeren panikeerden en werden bijeen gedreven. Toen de vorstelijke legers aanvielen (Slag bij Frankenhausen, 15 mei 1525), boden ze geen weerstand en werden ze uitgemoord. Müntzer kreeg, na foltering, de doodstraf.

Definitie[bewerken]

De Duitse Boerenoorlog duurde van 1524 -1525. De gebeurtenissen werden door tijdgenoten gezien als een boerenoorlog. Vaak werd de term gebruikt door de opstandelingen zelf.

Onmiddellijke gevolgen van de Duitse Boerenoorlog[bewerken]

De weinige boeren die konden ontsnappen, trokken nog jaren rond in bendes. Zij waren in de rijksban geslagen en dus vogelvrij. Edelen herbouwden hun vernielde kastelen in burchtvorm. Naar schatting waren in het Rooms-Duitse Rijk 70.000 doden gevallen tijdens het oproer of 0,5 % van de bevolking[2].

Langdurige gevolgen van de Duitse Boerenoorlog[bewerken]

Boeren in het Rooms-Duitse Rijk verloren elk statuut en werden eigendom van de landheer; dit zou duren tot in de 19e eeuw. De vorsten met grote territoria namen de invloed over van kleine landadel, die nog meer verpauperd was dan voorheen door de aangerichte vernielingen. Het volkse karakter van de Reformatie werd omgezet in een strijd van edelen[3].