Duma (Westelijke Jordaanoever)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Duma (Westoever))
Ga naar: navigatie, zoeken
Warning icon.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Duma
دوما
Plaats in Palestina Vlag van Palestina
Duma (Westelijke Jordaanoever)
Duma (Westelijke Jordaanoever)
Situering
Gouvernement Nablus
Coördinaten 32° 3′ NB, 35° 22′ OL
Algemeen
Inwoners (2007) 2099[1]
Hoogte 617 meter m
Foto's
Duma, januari 2014
Duma, januari 2014
Portaal  Portaalicoon   Azië

Duma (Arabisch: دوما ) of Doma is een Palestijnse plaats op de Westelijke Jordaanoever in het gouvernement Nablus. Het ligt ongeveer 25 km ten zuidoosten van de stad Nablus. In het noorden grenst het aan het dorp Majdal Bani Fadel, in het westen aan Qusra en Jalud, in het zuiden aan Khirbat Mughir. Ten oosten van Duma ligt de Jordaanvallei. Van de totale oppervlakte van 18000 dunam beslaat de bebouwing ongeveer 200 dunam. In het dorp zijn drie bronnen: Ein Doma, Rashash en Um Amir, en even buiten het dorp Fasayel, de grootste bron.

De bewoners leven van de oogst van niet-geïrrigeerde grond en het verbouwen van fruit- en olijfbomen en het houden van schapen. Een groot aantal bewoners maakt deel uit van het geslacht en familie Dawabsheh. In 2007 had het dorp 2099 inwoners.

Tijdens het Britse Mandaat[bewerken]

Aan het begin van het Britse Mandaatgebied Palestina, dat duurde van 1922 tot mei 1948 bestond de bevolking van Duma uit 155 uitsluitend moslims.[2] In 1945 had Duma een bevolking van 310 moslims[3] en bezat 17.351 dunam land, waarvan 4656 dunam gecultiveerd en beplant was.[4].

Periode van 1948-1967[bewerken]

Na het uitroepen van de staat Israël met als gevolg de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 kwam Duma binnen de wapenstilstandsgrens te liggen en was door Jordanië bezet tot de Zesdaagse Oorlog van 1967.

Sinds 1967[bewerken]

Na de verovering in 1967 door Israël van de Westelijke Jordaanoever op Jordanië, en de daaropvolgende militaire bezetting, is ongeveer 10.000 dunam van Duma ten oosten van het dorp geconfisqueerd. Sinds 2008 zijn er beperkingen en ingewikkelde dure regels opgelegd voor de bouw van woningen in Duma. Huizen van de bevolking worden sindsdien met verwoesting bedreigd en op het grondgebied van het dorp werden Israëlische nederzettingen gebouwd, Ma'ale Efraïm ten noordoosten en Cafat Rachel ten zuidwesten van Duma. De Fasayel-bron werd aan de bewoners onttrokken en naar de nederzettingen geleid. Voor de bevolking heeft dit geleid tot ernstige economische gevolgen en afhankelijkheid van humanitaire hulp.[5]

Joods terrorisme[bewerken]

Op 31 juli 2015 werden twee huizen van Palestijnse inwoners in Duma in brand gestoken. De aanslag wordt gezien als een 'pricetag': een getuige had twee gemaskerde mannen gezien die graffiti spoten met de Hebreeuwse teksten 'wraak' en 'lang leve de Messias'. Deze aanslag, waarbij met graffiti de tags (in het Hebreeuws) op de muren was gespoten, kostte het leven van de 18 maanden oude Ali Saad Dawabsheh. Zijn vader en moeder stierven kort na elkaar in een ziekenhuis en ook zijn 4-jarige broertje raakte levensgevaarlijk gewond.[6] Getuigen hadden vier kolonisten gezien, die richting de nederzetting Ma'ale Efraïm renden[7] Deze aanslag kwam overigens niet als verrassing voor de Israëlische politie en Shin Bet, de veiligheidsdienst. Gedurende twee jaar zagen zij een patroon van voorbereide aanslagen om Palestijnse huizen inclusief de bewoners ervan in brand te steken. Voorafgaand aan deze aanslag waren er twee mislukte aanslagen gepleegd[8] De aanval werd vrijwel direct veroordeeld door de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en minister van defensie Ya'alon als terroristische aanslag. Tientallen Joodse extremisten werden opgepakt maar op drie na weer vrijgelaten.[9] Drie of meer jongeren, die direct betrokken waren bij de moorden in Duma en andere brandstichtingen werden in administratieve hechtenis genomen, en op 18 december nog vier van Joods-terrorisme verdachten van de extremistische groep The Revolt', met een dubbele nationaliteit, onder wie Meir Ettinger, de kleinzoon van rabbijn Meir Kahane[10][11]

Op 23 december 2015 legde de politie beslag op een videoclip waarop Joodse jongeren op een bruiloft in Jeruzalem dansten met pistolen, messen en een brandbom, waarbij ze inhakten op een foto van de baby, Ali Dawabsheh[12]. De bruidegom en drie andere extreemrechtse activisten werden gearresteerd. Een van de andere gasten droeg een "Kach" t-shirt[13]

Op 3 januari 2016 werden twee Israëliërs aangeklaagd voor moord op de achttien maanden oude baby. Zij zouden volgens Shin Bet lid zijn van een ondergrondse groep Joodse extremisten[14]

In de nacht van maandag 21 maart 2016 werd wederom brand gesticht in Duma in de woning van Ibrahim Dawabsha, een getuige van de brandstichting en de moord op de familie Dawabsheh. Er waren molotovcocktails naar binnen gegooid. De bewoner zelf kwam er goed vanaf. [15]

Trivium[bewerken]

Op 11 december 2015, op de tentoonstelling voor fotojournalistiek voor Israël en Palestina (de Local Testimony) kreeg AFP-fotograaf Manahem Kahana de eerste prijs met zijn foto van drie vrouwen, staande in het afgebrande huis van de Dawabsheh familie in Duma.[16]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]