Dutch Dakota Association

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dakota (DC-3) PH-PBA (cn 19434) op de "Stampe Fly in", 2011. Het toestel vliegt in de kleuren van KLM in de jaren zestig en heeft de naam "prinses Amalia"

De Dutch Dakota Association (DDA Classic Airlines) is een Nederlandse stichting die in 1982 werd opgericht als vliegend luchtvaartmuseum. De naam verwijst naar het historische vliegtuigtype Douglas DC-3 dat door de Royal Air Force meestal Dakota werd genoemd. Beschermheer was Z.K.H. Prins Bernhard, voormalig eigenaar van de DC-3 Dakota met de registratie PH-PBA. De DDA voert met deze Koninklijke DC-3 genaamd 'Prinses Amalia' jaarlijks tussen april en oktober vluchten uit voor donateurs en andere belangstellenden.

Sinds 2016 worden de vluchten uitgevoerd onder de Regeling Historische Luchtvaart d.d. 25 oktober 2004. De regeling is speciaal ontworpen voor de vluchtoperatie met historische luchtvaartuigen.

Geschiedenis[bewerken]

Dakota (DC-3) PH-PBA (cn 19434)

De stichting werd op 10 maart 1982 opgericht door de Transavia-vliegers Anne Cor Groeneveld en Gerrit van Gelder. Zij wilden graag een DC-3 naar Nederland halen. In 1983 vond de DDA een DC-3 in Finland, die in 1984 op Schiphol arriveerde. Dit toestel werd geheel gerestaureerd en kreeg als vliegtuigregistratie 'PH-DDA'.

In 1987 werd een tweede DC-3 aangekocht, die na restauratie werd opgeleverd in de originele kleuren van Martin's Air Charter, de vroegere naam van Martinair. Dit toestel kreeg als registratie 'PH-DDZ'. In 1995 werden in Zuid-Afrika twee DC-4's gekocht.

In 1998 werd het voormalige regeringstoestel de DC-3 'PH-PBA' overgedragen aan de DDA. Dit toestel had een VIP-interieur met 17 zitplaatsen. In 2004 had de DDA naast de twee DC-3's ook twee toestellen van het type Douglas DC-4 in bezit, alsmede een Stinson en een Douglas DC-2. De Douglas C-54 (NL-316) staat tentoongesteld in de Aviodrome op Lelystad Airport. De ex-PH-DDS staat in Zuid-Afrika en is eind 2014 verkocht aan de stichting Flying Dutchman Foundation. De Stinson met de originele registratie 'PH-PBB' is sinds november 1997 gestationeerd bij de ‘Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht‘.

Op 17 december 2005 (de zeventigste verjaardag van het het vliegtuigtype DC-3 Dakota) veranderde de DDA haar naam in DDA Classic Airlines en in het voorjaar van 2006 werd ook een nieuw logo geïntroduceerd.

In de zomer van 2012 werd de PH-DDZ aan de grond gehouden. Eén van de motoren moet worden vervangen. Voor deze kostbare ingreep wordt een motorfonds opgezet. Alle vluchten van de DDA worden sinds de zomer van 2012 met de PH-PBA uitgevoerd.

In september 2015 maakte de KLM Directie bekend dat zij de samenwerking met de DDA per 1 januari 2016 zou beëindigen. Zo kwam er een einde aan een verbintenis van meer dan 30 jaar. De DDA moest per 1 oktober 2016 uitzien naar nieuwe behuizing omdat Hangaar 10 op Schiphol-Oostniet meer beschikbaar was. Na een uitgebreide verkenning naar een nieuwe vestigingsplaats werd besloten om terug te keren naar Lelystad.

In het najaar van 2016 werd de 'PH-DDZ' verkocht aan het Aviodrome. Het vliegtuig stond al meer dan vier jaar aan de grond zonder dat de DDA de benodigde middelen had om het toestel weer luchtwaardig te maken.

Dakotaramp[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dakotaramp voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 25 september 1996 verongelukte de DC-3 PH-DDA. Die gebeurtenis staat bekand als de Dakotaramp. Op de terugreis van Texel naar Schiphol kreeg het toestel boven de Waddenzee pech aan een van de twee motoren. Na het uitvallen van de motor bleek het niet mogelijk de propeller in de vaanstand te zetten. Korte tijd later stortte het toestel neer op een ondiep gedeelte van de zandplaat Lutjeswaard ten noorden van Den Oever. Alle 32 inzittenden kwamen om het leven. Het toestel werd op dat moment gebruikt voor een personeelsuitje van Provinciale Waterstaat van Noord-Holland. Naar aanleiding hiervan werd de controle op dergelijke vluchten verscherpt. Ter herinnering aan de ramp is op Texel International Airport en het provinciehuis Noord-Holland een gedenkteken geplaatst.

Externe link[bewerken]