E-privacyverordening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
E-privacyverordening
Citeertitel E-privacyverordening
Titel Verordening van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie, en tot intrekking van Richtlijn 2002/58/EG (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie)
Soort regeling Europese verordening
Toepassingsgebied Europese Unie
Grondslag Artikel 16 & artikel 114 VWEU
Goedkeuring en inwerkingtreding
Ingediend op 10 januari 2017 door Europese Commissie
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

De e-privacyverordening (ePV) is een voorstel voor een Europese verordening. De volledige naam is de "VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD met betrekking tot de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie, en tot intrekking van Richtlijn 2002/58/EG (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie)".

Het is de bedoeling de huidige e-privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG) in te trekken en te vervangen door de e-privacyverordening, die beter zou moeten zijn aangepast op de nieuwe technologische realiteit. Deze aanpassingen bevatten onder andere verbetering van de beveiliging en vertrouwelijkheid van communicatie, het definiëren van duidelijkere regels over volgtechnologieën zoals cookies en meer harmonisatie tussen de lidstaten. Het idee was om de verordening vóór 25 mei 2018 (wanneer de controles op naleving van de algemene verordening gegevensbescherming van 2016 starten) aangenomen te hebben, om zo burgers, bedrijven en instellingen een consistent wettelijk kader bieden.[1] De huidige planning is om deze verordening in 2019 in te voeren.[2]

E-privacyverordening versus richtlijn[bewerken]

De huidige e-privacyrichtlijn wordt omgezet in een (nieuwe) e-privacyverordening. Een Europese verordening wordt immers rechtstreeks van toepassing, wat betekent dat zij rechtstreeks recht schept dat in alle EU-lidstaten dezelfde kracht heeft als het nationale recht, zonder dat nationale instanties daarvoor iets hoeven te doen. Een Europese richtlijn daarentegen is weliswaar verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, doch aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. De Richtlijn verplicht lidstaten om hun wetgeving aan te passen zodat zij eenzelfde welbepaald eindresultaat beogen, maar laten de keuze van de methode over aan elke lidstaat.

E-privacyverordening versus AVG[bewerken]

De e-privacyverordening is bedoeld als zogenaamde lex specialis bij de AVG. Ze geeft meer invulling aan de algemene AVG regels door ze toe te passen en te specificeren als het specifiek gaat om elektronische communicatiegegevens die als persoonsgegevens worden aangemerkt. Deze verordening richt zich op bedrijven die online communiceren, gebruik maken van tracking technologieën en direct marketing. Het startpunt is de AVG, maar in de specifieke gevallen waarin een organisatie te maken heeft met elektronische communicatiegegevens zal de e-privacyverordening leidend zijn.[3][4]

Opinie Europese privacytoezichthouders[bewerken]

De Europese privacytoezichthouders, verzameld in de zogeheten Artikel 29-werkgroep (WP29), zijn positief over de keuze voor een verordening. De privacytoezichthouders hebben belangrijke zorgen over 4 bepalingen in het voorstel: wifi-tracking, analyse van inhoud en metadata, cookiemuren en privacy by default.[5]

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]