E-privacyverordening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De e-privacyverordening is een voorstel voor een Europese verordening. De volledige naam is de "VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD met betrekking tot de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie, en tot intrekking van Richtlijn 2002/58/EG (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie)".

Het is de bedoeling de huidige e-privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG) in te trekken, te vervangen door deze e-privacyverordening, de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) te vergezellen en eisen te stellen voor de toestemming voor het gebruik van cookies en opt-out opties. Het is beoogd om in werking te treden op 25 mei 2018.

Inbreuken op het beginsel van vertrouwelijkheid van communicatie, toegestane verwerking van elektronische-communicatiegegevens en termijnen voor wissing zijn onderworpen aan administratieve geldboetes tot 20 miljoen euro, in het geval van een onderneming, tot 4 % van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dit cijfer hoger is.[1][2][3]

E-privacyverordening versus richtlijn[bewerken]

De huidige e-privacyrichtlijn wordt omgezet in een (nieuwe) e-privacyverordening. De toekomstige Europese verordening wordt rechtstreeks van toepassing, wat betekent dat zij rechtstreeks recht schept dat in alle EU-lidstaten dezelfde kracht heeft als het nationale recht, zonder dat nationale instanties daarvoor iets hoeven te doen.

De huidige Europese richtlijn is verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, doch aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. De Richtlijn verplicht lidstaten om hun wetgeving aan te passen zodat zij eenzelfde welbepaald eindresultaat beogen, maar laten de keuze van de methode over aan elke lidstaat.

ePrivacyverordening versus AVG[bewerken]

De e-privacyverordening is bedoeld als zogenaamde lex specialis bij de AVG. Ze geeft meer invulling aan de algemene AVG regels door ze toe te passen en te specificeren als het specifiek gaat om elektronische communicatiegegevens die als persoonsgegevens worden aangemerkt. Deze verordening richt zich op bedrijven die online communiceren, gebruik maken van tracking technologieën en direct marketing. Het startpunt is de AVG, maar in de specifieke gevallen waarin een organisatie te maken heeft met elektronische communicatiegegevens zal de e-privacyverordening leidend zijn.[4]

Opinie Europese privacytoezichthouders[bewerken]

De Europese privacytoezichthouders, verzameld in de zogeheten Artikel 29-werkgroep (WP29), zijn positief over de keuze voor een verordening. De privacytoezichthouders hebben belangrijke zorgen over 4 bepalingen in het voorstel: wifi-tracking, analyse van inhoud en metadata, cookiemuren en privacy by default.[5]

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]