Ecliptica (astronomie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een denkbeeldige hemelbol met middenin de Aarde (blauw) in haar baan (dunne rode lijn) om de Zon (lichtgeel). De dikke rode lijn geeft de ecliptica weer, en de groene lijnen daarover en omheen de sterrenbeelden. De dierenriem zelf is niet precies omlijnd aangegeven, maar vormt een denkbeeldige band van 20 booggraden waarin de sterrenbeelden liggen geprojecteerd over en rond de ecliptica (De lichtblauwe lijn stelt de projectie van de evenaar op de hemel voor, en is voor dit verhaal niet van belang).

De ecliptica of schijnbare zonneweg is de schijnbare jaarlijkse baan van de zon ten opzichte van de sterren aan de hemelbol. Het vlak van de ecliptica bevat dus zowel het middelpunt van de zon als dat van de aarde. Van de zon uit gezien is de ecliptica de jaarlijkse baan van de aarde om de zon. De 20 graden brede band van 12 (eigenlijk 13) sterrenbeelden waar de ecliptica doorheen loopt wordt de dierenriem of zodiak genoemd. Op de kaartjes van de sterrenbeelden is de ecliptica meestal als rode stippellijn aangegeven en de dierenriem ligt er als een soort vlak omheen/overheen.

Ecliptica

De ecliptica is een grote cirkel die een hoek van 23,5° maakt met de hemelequator. Zij snijdt de hemelequator in het lentepunt (de zon staat in die richting op 21 maart), rechte klimming 0 uur, declinatie 0°. In het lentepunt beweegt de zon zich van het zuidelijk naar het noordelijk halfrond van de hemelbol, in het herfstpunt van het noordelijk naar het zuidelijk halfrond. De grootste noordelijke en zuidelijke declinaties worden door de zon bereikt op 21 of 22 juni (zomerpunt, rechte klimming 6 uur, declinatie 23,5° noord) en op 21 of 22 december (winterpunt, rechte klimming 18 uur, declinatie 23,5° zuid).

Omdat de meeste planetenbanen met die van de aarde ongeveer in hetzelfde vlak liggen worden de planeten aan de hemel altijd in de buurt van de ecliptica gevonden. Alleen Eris (44°), Pluto (17°) en Mercurius (7°) hebben een baan die meer dan 5° afwijkt van het vlak van de ecliptica. Ook de baan van de maan heeft een helling van meer dan 5° ten opzichte van de ecliptica, hierdoor kunnen zons- en maansverduisteringen alleen voorkomen als de maan in een "knoop" staat, de punten waar de ecliptica en het baanvlak van de Maan elkaar snijden.

(Dwerg)planeet helling (°)
Mercurius 7
Venus 3,4
Aarde 0 (per definitie)
Maan 5,1
Mars 1,8
Jupiter 1,3
Saturnus 2,5
Uranus 0,8
Neptunus 1,8
Pluto 17,1
Eris 44

Zie ook[bewerken]