Ecologische hoofdstructuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzicht van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland

De Ecologische Hoofdstructuur of Natuurnetwerk Nederland, is een wettelijk voorgeschreven samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Het vormt de basis voor het nationale natuurbeleid. Streven is de ernstig bedreigde biodiversiteit in Nederland te stabiliseren. Vanaf 2014 zijn de provincies hiervoor verantwoordelijk, de rijksoverheid heeft de taken met betrekking tot de verdere ontwikkeling van het netwerk aan hen overgedragen.

Cijfers tonen de noodzaak aan van overheidsbemoeienis met de natuur. In 1950 waren er 1400 soorten hogere planten in Nederland. Sindsdien zijn hiervan 70 verdwenen en 500 zijn in aantal/oppervlakte ernstig achteruitgegaan. Het aantal broedvogels is in dezelfde periode met een derde afgenomen. De achteruitgang van de natuur is vooral zo ernstig omdat het tempo waarin dit gebeurt toeneemt. De opbouw van de Ecologische Hoofdstructuur kan een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud en de versterking van de bedreigde biodiversiteit.

In Vlaanderen spreekt men van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN).

Structuur[bewerken]

De Ecologische Hoofdstructuur is opgebouwd uit kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones.

  • Kerngebieden zijn nationale parken en andere natuurterreinen, landgoederen, bossen, grote wateren en waardevolle agrarische cultuurlandschappen die minimaal 250 hectare groot zijn.
  • Natuurontwikkelingsgebieden zijn gebieden met goede mogelijkheden voor het ontwikkelen van natuurwaarden, van nationale en/of internationale betekenis.
  • Verbindingszones zijn gebieden die kern- en natuurontwikkelingsgebieden als het ware aan elkaar knopen.

Het doel is ook om deze structuur te laten aansluiten op ecologische verbindingszones in het buitenland.

Geschiedenis[bewerken]

De term EHS (Ecologische Hoofdstructuur) werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV). In 1995 werden de doelsoorten en de natuurdoeltypen gedefinieerd, die pas in 2000 waren doorgevoerd in alle provinciale plannen. Er is toen besloten om een extra beleidsinspanning te leveren in de nota Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur. Het bijbehorende Meerjarenprogramma Ontsnippering is in 2005 door het parlement goedgekeurd. In dit plan zijn de belangrijkste barrières en manieren om ze te overwinnen in kaart gebracht. Voor edelherten worden bijvoorbeeld ecoducten over snelwegen gebouwd. Voor dassen en andere kleine dieren worden tunnels onder wegen aangelegd. Anno 2011 was 55% van de beoogde extra grond verworven en 30% ingericht.

Door het Kabinet-Rutte I werd het project sterk versoberd. De omvang zou worden teruggebracht van 728.500 naar 600.000 hectare, verbindingszones zouden worden geschrapt, grondverwerving zou worden gestopt en na 2021 zouden er geen investeringen meer komen in de Ecologische Hoofdstructuur.[1]

In het regeerakkoord dat ten grondslag lag aan het Kabinet-Rutte II werd afgesproken dat de Ecologische Hoofdstructuur toch zou worden aangelegd, inclusief verbindingszones. Ook werd er extra tijd voor uitgetrokken, met een tussenevaluatie in 2016 moet het project in plaats van in 2018 nu in 2027 afgerond zijn.[2][3]

Eindbeeld[bewerken]

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) streefde er aanvankelijk naar om in 2020 meer dan 750.000 hectare aan natuurgebieden bij de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te laten horen. Het grootste deel van deze EHS-gebieden zijn bestaande bossen en natuurgebieden. Daarbij komt nog ruim zes miljoen hectare natte natuur: meren, rivieren en de Nederlandse delen van de Noordzee en de Waddenzee. In de EHS liggen de twintig Nationale Parken die Nederland kent (met een gezamenlijke oppervlakte van 123 duizend hectare). Ongeveer 45 procent van alle hectares EHS op het land is ook Natura 2000-gebied.

De droge en natte natuur van de EHS zou uiteindelijk een aaneengesloten netwerk moeten vormen dat over de grenzen met andere landen aansluit bij het Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN). Daarnaast wordt in de Europese Unie waardevolle en voor Europa kenmerkende natuur beschermd door het netwerk Natura 2000.

Natuurnetwerk Nederland[bewerken]

In juni 2013 kondigde staatssecretaris Dijksma aan dat de overheid het begrip Natuurnetwerk Nederland gaat gebruiken in plaats van Ecologische Hoofdstructuur. Lezers van de krant Trouw hadden deze naam bedacht.[4] De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid werd overgedragen aan de provincies.[5]

Bronnen[bewerken]