Economie van Mexico

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mexico is 's werelds grootste exporteur van zilver

De economie van Mexico is een vrijemarkteconomie en, in absolute cijfers, een van de sterkste van Latijns-Amerika. De verschillen tussen arm en rijk zijn desalniettemin aanzienlijk. De munteenheid van Mexico is de Mexicaanse peso. Het bruto nationaal product (BNP) is 714.530 miljoen Amerikaanse dollar, oftewel 7.298 dollar per hoofd van de bevolking. Het nominale BNP van Mexico is de veertiende ter wereld, volgens het BNP per hoofd van de bevolking is het land 53e. Belangrijkste handelspartners zijn de Verenigde Staten, Canada, Spanje, de Volksrepubliek China, Japan, Frankrijk en Nederland.

Bronnen van inkomsten[bewerken]

De Mexicaanse economie wordt gekenmerkt door een mengeling van ouderwetse en moderne industrie en landbouw. Mexico is 's werelds grootste producent van zilver en de vijfde producent van aardolie en aardgas. Het staatsbedrijf Petróleos Mexicanos (PEMEX) heeft in Mexico een monopolie op de winning en verwerking van aardolie. Mexico's belangrijkste agrarische exportproduct is maïs, waarvan het de vierde producent ter wereld is. De belangrijkste industriële sectoren zijn de staalproductie, de automobielindustrie en textiel. Verder zijn toerisme en geld dat door Mexicaanse emigranten uit de Verenigde Staten naar hun familieleden wordt gestuurd belangrijke bronnen van inkomsten. De grootste sector is de dienstverlening (69,5%, 2005), gevolgd door de industrie (26,5%) en de landbouw (4%).

Energievoorziening[bewerken]

Mexico produceerde 208 miljoen ton olie equivalent (Mtoe) in 2014, voor 88% olie en gas. (1Mtoe = 11,63 TWh, miljard kilowattuur.) Dat was iets meer dan nodig voor de energievoorziening, het TPES (total primary energy supply): 188 Mtoe. Het land exporteerde 15 Mtoe fossiele brandstof meer dan het importeerde.

Van de energie ging ongeveer 70 Mtoe verloren bij elektriciteitsopwekking en andere conversie in de energie industrie. 6 Mtoe werd gebruikt voor niet-energetische producten zoals smeermiddelen, asphalt en petrochemicaliën. Voor eindgebruikers resteerde 112 Mtoe waarvan 22 Mtoe = 250 TWh elektriciteit.[1]

De uitstoot van kooldioxide was 431 megaton, dat is 3,6 ton per persoon,[2] iets meer dan het wereldgemiddelde 4,5 ton per persoon.[3]

Geschiedenis[bewerken]

Van de Mexicaanse Revolutie tot de jaren 80 kende Mexico een semi-geleide economie. In 1938 werd de olie-industrie genationaliseerd en ook de meeste andere financiële en industrietakken volgden, waaronder telecommunicatie, zware industrie en spoorwegen. In de naoorlogse decennia kende Mexico een stabiele economische ontwikkeling. Het beleid van stabiliserende ontwikkeling van minister Antonio Ortiz Mena zorgde voor een jaarlijkse economische groei van meer dan 6%, zodat sommige economen wel spraken van het Mexicaanse wonder. Onder de presidenten Luis Echeverría (1970-1976) en José López Portillo (1976-1982) werd dit beleid losgelaten verhoogde het uitgavenpatroon. Tijdens de oliecrisis vloeiden de olie-inkomsten binnen, waarna de Mexicaanse regering alvast besloot een voorschot te nemen op de toekomstige rijkdom en besloot op grote schaal te lenen. Nadat de oliemarkt instortte kwam Mexico in de problemen, en in 1982 maakte het land bekend zijn buitenlandse schulden niet meer af te kunnen betalen (zie Latijns-Amerikaanse schuldencrisis).

Onder Miguel de la Madrid (1982-1988) en onder druk van het Internationaal Monetair Fonds werd begonnen met een neoliberaal hervormingsprogramma, dat werd versneld onder Carlos Salinas (1988-1994). Mexico sloot zich begin 1994 aan bij de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) met Canada en de Verenigde Staten. Het heeft vrijhandelsverdragen gesloten met de Europese Unie, Japan en veel landen in Latijns-Amerika en heeft meer vrijhandelsovereenkomsten gesloten dan enig ander land ter wereld.

In december 1994 en begin 1995 kreeg Mexico te maken met een pesocrisis, waarvan het tussen 1996 en 1999 grotendeels is hersteld. Consumptie, een toenemende werkgelegenheid en hogere lonen zijn de belangrijkste redenen geweest voor het herstel. De munteenheid van Mexico, de Mexicaanse peso, is na de crisis van 1994 stabiel gebleven. In de eerste jaren van het derde millennium is de neoliberale weg voortgezet.

Problemen[bewerken]

Grote economische problemen zijn corruptie, misdaad en een enorme kloof tussen arm en rijk. Criminele activiteiten en corruptie zorgen volgens de Wereldbank voor 9% van Mexico's Bruto Nationaal Product en het land kent een uitgebreide informele sector. Veel bedrijven die in de jaren 90 zijn geprivatiseerd, zijn door corruptie en vriendjespolitiek in de handen van een paar machtigen terechtgekomen, zodat veel bedrijven de facto een monopoliepositie bezitten.

Mexico kent een grote kloof tussen arm en rijk, de Gini-coëfficiënt van Mexico is het hoogste van alle leden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). 40% van de bevolking leeft onder de armoedegrens en 17,6% van de bevolking leeft in extreme armoede. 20% van de bevolking verdient 55% van het inkomen. Mexico's rijkste gemeente, San Pedro Garza García in Nuevo León, heeft een hogere score op de Index van de menselijke ontwikkeling dan Italië, terwijl de armste plaats, Metlatonoc in Guerrero, op het niveau van Malawi staat.

De schuldenlast drukt zwaar op de Mexicaanse begroting. In 1982, het jaar waarin Mexico bekendmaakte zijn buitenlandse schulden niet meer te kunnen betalen en de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis begon bedroeg de buitenlandse schuld US$ 57 miljard, een bedrag dat is opgelopen tot US$ 159,8 miljard in 2004. Tussen 1982 en 2001 heeft Mexico US$ 478 miljard betaald aan schulden en rente.