Econosto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Econosto Nederland bv
Oprichting 1892
Oprichter(s) J.C. van Marken
Sleutelfiguren Hans Quant, directeur
Hoofdkantoor Capelle aan den IJssel
Producten technische handelsonderneming
Website www.econosto.nl
Portaal  Portaalicoon   Economie

Econosto is een internationale groep groothandelsbedrijven met vestigingen in Europa, het Midden-Oosten en Verre Oosten. Het bedrijf is gespecialiseerd in stromingstechniek. De activiteiten bestaan uit de ontwikkeling, inkoop, verkoop en distributie van industriële afsluiters, instrumentatie en flowgerelateerde systemen voor de kernmarkten maritiem, (petro)chemie, olie en gas, utiliteit en water en algemene industrie.

In 2008 werd het bedrijf overgenomen door Eriks. Econosto is een groepsmaatschappij van ERIKS nv, een industriële dienstverlener in werktuigbouwkundige componenten met meer dan 50 groepsmaatschappijen en vestigingen in 24 landen. Vanaf december 2018 heeft Econosto haar naam gewijzigd in ERIKS.

Geschiedenis[bewerken]

Econ brand logo 1925

Het bedrijf is in 1892 opgericht door de grondlegger J.C. van Marken. Van Marken is onverbrekelijk verbonden met de ontwikkeling van Delft tot industriestad en oprichter van de Gist- en Spiritusfabriek (1870), Delftse lijm- en gelatinefabriek, drukkerij Van Marken en Calvé, F.G. Waller, mededirecteur Gist- en Spiritusfabriek en H. Tutein Nolthenius, directielid van Calvé. De naam van de nieuwe onderneming in Delft werd Bureau voor Economische Stoomproductie. In de eerste brochure werd de doelstelling van het adviesbureau als volgt omschreven:

"Ten eerste ene controle van het stookbedrijf volgens de methode F.G. Waller, door middel van rookgasverzamelaars; ten tweede: het geven van adviezen omtrent de ketelinstallaties en zo nodig het onderrichten van de stokers"

Het kwam erop neer dat het bureau mede werd opgezet om een door een van de oprichters zelf uitgevonden installatie op de markt te brengen. F.G. Waller had een rookgasverzamelaar ontwikkeld die het verbrandingsproces onder controle kon houden. Deze rookgasverzamelaar – bekend geworden als Wallerapparaat – is tot 1940 toegepast. De werkzaamheden van het adviesbureau namen zo in omvang toe dat het voor Waller moeilijk werd om het met zijn topfunctie bij de Gist- en Spiritusfabriek te combineren. Hij trok zich terug en werd opgevolgd door Huibert Doyer, een autoriteit in de al evenzeer in opkomst zijnde elektrotechniek. Ir. Huibert Dooyer was in 1888 de eerste assistent van de natuurkundige, prof. Snijders aan de Polytechnische School te Delft. Na zijn studie aan het Farady House in Londen richtte hij, toevalligerwijs óók in 1892, het Ingenieursbureau H. Doyer op. Het legde zich toe op het aanleggen van complete installaties voor elektrische verlichting en krachtstroomopbrenging. In het jaar 1903 zijn het Ingenieursbureau H. Doyer en het Bureau voor Economische Stoomproductie samengegaan en verhuisde het bedrijf van Delft naar Rotterdam, aan het Nieuwland, vlak bij de Zalmhaven. Het bedrijf noemde zich voortaan Bureau voor Elektrische Installaties en Economische Stoomproductie. De nadruk kwam meer te liggen op elektrotechniek.

In 1906 kreeg de stoomafdeling weer een zwaarder accent door de aanstelling van G.W. Roeters van Lennep die in de sporen trad van Waller en zich ging toeleggen op het advieswerk voor economische stoomproductie. Dat duurde tot 1910. De werkzaamheden van het Bureau waren zo veelomvattend geworden en Huibert Doyer moest zoveel tijd steken in commerciële activiteiten, dat hij aan zijn studie en advies nauwelijks meer toe kwam. In 1910 deed zich de gelegenheid voor zich uit het technisch bureau terug te trekken. Brown Boveri nam het elektrotechnische gedeelte over en het bedrijf ging weer verder onder de naam Bureau voor Economische Stoomproductie.

Om de naamsbekendheid te vergroten werd omstreeks 1923 de naam Bureau voor Economische Stoomproductie ingekort tot Econosto, een naam die al enige bekendheid had als telegramadres van het bedrijf. In 1925 werd het handelsmerk Econ in gebruik genomen.

In 2006 ontving Econosto de grootste opdracht in zijn geschiedenis. Uit Rusland ontving het een order voor de levering van een complete range afsluiters voor een nieuw petrochemisch complex nabij Sint-Petersburg, het Kirishi-project. De order had een totale omzetwaarde van ruim € 42 miljoen. De afsluiters werden in 2007 en 2008 geleverd.

Overnamestrijd[bewerken]

In 2008 werd Econosto overgenomen door Eriks, een grotere partij actief in hetzelfde marktsegment. Industriële groothandel Eriks troefde investeerder Gilde af[1]. Eriks realiseerde in 2007 een winst van € 44 miljoen op een omzet van € 949 miljoen en voor Econosto waren de vergelijkbare cijfers € 18 miljoen winst op een omzet van € 260 miljoen[1]. De winst van Econosto was geflatteerd door een eenmalige belastingbate en een winst op het Kirishi-project, exclusief deze twee bijzondere posten bedroeg de nettowinst € 9,4 miljoen[2].

De overnamestrijd begon in september 2007[1]. Econosto had in 2005 de beschermingsconstructies afgeschaft en was actief op zoek gegaan naar een koper. Eriks was een koopkandidaat, maar vlak voor het een bod kon neerleggen kwam Gilde als eerste met een bod. Gilde was bereid € 7,25 per aandeel ofwel € 117 miljoen voor de Rotterdamse groothandel te betalen[3]. Gilde meldde meteen dat een meerderheid van de aandeelhouders en de raad van commissarissen en het bestuur achter het bod van Gilde stonden.

In maart 2008 maakte Econosto de jaarcijfers bekend. De schuld van Econosto bleek lager dan verwacht en de orderportefeuille was beter gevuld. Eriks zag de mogelijkheid het bod van Gilde te overtreffen[1]. Op maandag 31 maart bood Eriks € 126 miljoen ofwel € 7,80 per aandeel[1]. Bij die prijs waren de aandeelhouders vrij om af te zien van het bod van Gilde. Econosto beraadde zich, informeerde Gilde het eerste bod niet meer te kunnen ondersteunen en nodigde Gilde uit het bod te verbeteren[1].

Eriks had inmiddels Fortis opdracht gegeven aandelen Econosto op de beurs te kopen. Diverse grootaandeelhouders in Econosto waren bereid te verkopen, maar tegen een hogere prijs van € 8,21 per aandeel[1]. Eriks gaat hierop in en kreeg via de beurstransacties 44% van de aandelen in handen. Gilde antwoordde géén hoger bod uit te brengen[1].

Op 26 mei meldde Eriks dat het 94,8% van de aandelen Econosto in handen had. Korte tijd later is de beursnotering van Econosto beëindigd; het bedrijf was circa 40 jaar genoteerd aan de Amsterdamse effectenbeurs.

Resultaten[bewerken]

In de onderstaande figuur een overzicht van de resultaten van Econosto in de laatste vijf jaren vóór de overname door Eriks. De scherpe daling van de omzet sinds 2002 was het gevolg van het besluit van het bestuur om de productieondernemingen te verkopen en zich te concentreren op de handelsactiviteiten. In 2001 bedroeg de omzet nog € 380 miljoen. De verkoop van de productieactiviteiten ging gepaard met hoge kosten hetgeen het grote verlies in 2002 verklaard.

Jaar[4] Omzet Nettowinst Beurswaarde Aantal
werknemers
in fte
2002 € 275,3 miljoen - € 30,5 miljoen € 16,4 miljoen 1.936
2003 € 196,9 miljoen - € 2,1 miljoen € 16,0 miljoen 1.339
2004 € 159,0 miljoen - € 0,0 miljoen € 21,0 miljoen 643
2005 € 162,6 miljoen € 2,7 miljoen € 46,7 miljoen 632
2006 € 191,4 miljoen € 3,9 miljoen € 66,2 miljoen 659