Edna St. Vincent Millay

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edna St. Vincent Millay, door Carl Van Vechten, 1933
Edna St. Vincent Millay op het 'Vassar College' in 1914, door Arnold Genthe.

Edna St. Vincent Millay (Rockland (Maine), 22 februari 1892 - Austerlitz, New York, 19 oktober 1950) was een Amerikaans dichteres, toneelschrijfster en activiste. Voor haar prozawerk gebruikte ze het pseudoniem Nancy Boyd. Zij ontving in 1923 de Pulitzerprijs voor poëzie, waarmee ze de derde vrouw was aan wie deze prijs werd toegekend.

Leven en werk[bewerken]

Vroege levensjaren[bewerken]

Millay kende een armoedige jeugd, waarbij moeder Cora, na de scheiding van haar man, haar kinderen langs verschillende steden voerde, steeds weer op zoek naar personen die haar wilden steunen. Cora bracht Edna ondanks haar geldnood wel een grote liefde voor boeken bij (op hun rondreizen sjouwden ze altijd hele koffers vol met zich mee) en stimuleerde haar om onafhankelijk te denken.

Werk[bewerken]

Aan Vassar College begon Millay haar eerste gedichten te schrijven. Haar eerste poëziebundel, Renascence and Other Poems (1912) verscheen toen ze pas zeventien jaar oud was, en bevat een aantal opvallend volwassen gedichten, geschreven in een sterk lyrische en romantisch-beschouwende toon. Met name het titelgedicht trok sterk de aandacht, vooral ook door de publicatie in hetzelfde jaar in de bekende bloemlezing The Lyric Year. Al snel kreeg ze de naam een soort wonderkind te zijn.

In 1923 kreeg Millay de Pulitzerprijs voor poëzie voor The Harp-Weaver and Other Poems. Veelgeprezen werden ook haar latere bundels The Buck in the Snow (1928), Fatal Interview (1931, sonnetten) en haar poëtisch drama The King’s Henchman (1928, door Deems Taylor gebruikt als libretto voor een opera). Haar gedichten zijn doordrongen van beelden uit de natuur en met name van het kustlandschap van haar geboortestreek Maine. Over het algemeen kennen ze een traditionele structuur: Millay maakte veel gebruik van het sonnet, een vorm die ze perfect beheerste, maar waagde zich zelden aan experimenten.

Vanaf de jaren twintig publiceerde Millay ook met veel succes toneelstukken. Haar proza, dat ze publiceerde onder het pseudoniem Nancy Boyd, is minder bekend.

Bohemien[bewerken]

Millay werd behalve door haar dichtkunst ook bekend door haar schoonheid, gekoppeld aan een onconventionele en bohemische levensstijl. Ze was openlijk biseksueel, reisde vanaf 1920 met regelmaat naar Parijs waar ze verkeerde in vooraanstaande kunstenaarskringen, had vele verhoudingen (onder andere met beeldhouwster Thelma Wood en criticus Edmund Wilson) en huwde in 1923 met de veel oudere, rijke Nederlander Eugene Jan Boissevain, met wie ze vervolgens een zeer open huwelijk had. Boissevain stierf in 1949 aan longkanker. Millay overleed in 1950 nadat ze bij een val van de trap haar nek had gebroken.

Fragment[bewerken]

Engels origineel

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber, nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again.

Nederlandse vertaling

Liefde is niet het einde. Is geen eten en drinken.
Is geen dak boven het hoofd tegen de regen,
Geen reddingsboei voor wie verdrinken.
Liefde is nergens voor en nergens tegen.

Uit Opus 30, vertaling Herman de Coninck.

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984. ISBN 90-228-4330-0

Vertalingen in het Nederlands[bewerken]

  • Hans Warren vertaalde enkele gedichten van Edna St. Vincent Millay in de verzamelbundel Herkenningen, Zeeuws. Kunstenaarscentrum, 1981.
  • Ter ere van de goedertieren maan, gedichten ingeleid en vertaald door Herman de Coninck, Manteau, 1988.
  • Dwars Vers. Lyrisch tweeluik. Emily Dickinson & Edna St. Vincent Millay. Gedichten & sonnetten vertaald en bijeengebracht door Ans Bouter. Uithoorn, 2016. ISBN 978-90-825974-0-0

Externe links[bewerken]