Edu Waskowsky

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Edu Waskowsky
Joods Monument (2007)
Joods Monument (2007)
Persoonsgegevens
Volledige naam Eduard Waskowsky
Geboren Rotterdam, 1 december 1934
Overleden Groningen, 31 december 1976
Geboorteland Nederland
Beroep(en) schilder en beeldhouwer
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Eduard (Edu) Waskowsky (Rotterdam, 1 december 1934Groningen, 31 december 1976) was een Nederlands schilder en beeldhouwer.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Jeugd en opleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Waskowsky was een zoon van Eduard Waskoswky, stoker op de binnenvaart (ook genoemd als pijpfitter bij Werkspoor[1]), en Petronella Alberta Kerkhof. Hij was een jongere broer van de dichter Riekus Waskowsky. Waskowsky ging na de lagere school naar de ambachtsschool, waar hij onder andere leerde lassen. Vervolgens volgde hij twee jaar een studie scheepsbouwkunde aan de hogere technische school van Dordrecht, die hij niet afmaakte. Van 1952 tot 1955 volgde hij schilderlessen aan de kunstacademie in Rotterdam. Af en toe werkte hij als lasser op Rotterdamse scheepswerven. Ook de kunstacademie leverde geen diploma op: in het laatste jaar wenste Waskowsky - tegen de wil van zijn ouders en school in - geen eindexamen te doen en hij verliet de academie voortijdig.

Latere leven[bewerken | brontekst bewerken]

In 1957 verhuisde Waskowsky naar het Groningse Wedde, omdat zijn toenmalige vrouw Mieke Fischer daar een baan kreeg aangeboden. Hier raakte hij bevriend met de kunstenaars Jo van Dijk en Martin Tissing. Een jaar later maakte hij zijn eerste ruimtelijke beelden in ijzer en hout. In 1962 verhuisde Waskowsky naar de stad Groningen en in 1963 scheidde hij van Fischer. Hij trouwde met Japien[2] met wie hij twee zonen zou krijgen.

Samen met Tissing, Van Dijk en Henri de Wolf vormde Waskowsky het kunstenaarscollectief Gr4K. Zij exposeerden in 1965 in het Groninger Museum. Waskowsky nam onder andere deel aan de Achtste Biënnale Middelheim in Antwerpen en in 1966 aan een tentoonstelling in het Musée Rodin in Parijs.

Hoewel Waskowsky begin jaren 1960 relatief veel bekendheid genoot, werd zijn werk in die periode weinig verkocht. Voor financiële ondersteuning deed hij in 1963 een beroep op de Beeldende Kunstenaars Regeling. Eind jaren zestig mocht Waskowsky enkele monumenten vervaardigen; onder meer een beeld voor het nieuwe politiebureau in Ter Apel (1966) en een messing plastiek voor de Groningse Van Lieflandschool (1969).[3]

Joods monument[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Joods monument (Groningen) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1969 kreeg Waskowsky van het comité Joods Monument de opdracht een monument ter nagedachtenis van de ruim 3000 in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Joodse Groningers[4] te maken. Het kreeg een plaats aan de Hereweg en is in 1977, na zijn overlijden, in onvoltooide staat onthuld. Het was namelijk uitdrukkelijk Waskowsky's wens dat het niet door iemand anders werd afgemaakt.

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Eduard Waskowsky van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.