Edward G. Robinson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Edward G. Robinson
Edward G. Robinson in The Ten Commandments
Algemene informatie
Volledige naam Edward Goldenberg Robinson
geboren als Emanuel Goldenberg
Geboren Boekarest
12 december 1893
Overleden Hollywood
26 januari 1973
Land Vlag van Roemenië Roemenië
Werk
Jaren actief 1913 - 1973
Beroep Acteur
(en) IMDb-profiel
(en) IBDB-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Edward Goldenberg Robinson, geboren als Emanuel Goldenberg (Boekarest, 12 december 1893 - Hollywood, 26 januari 1973) was een Amerikaans acteur van Roemeens-joodse afkomst.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Afkomst[bewerken | brontekst bewerken]

Robinson is op tienjarige leeftijd vanuit Roemenië naar de Verenigde Staten gekomen, de familie heeft zich in New Yorks Lower East Side gevestigd.

Opleiding en toneelacteur[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens zijn schooltijd was hij begonnen met acteren en heeft hij daarvoor een carrière als rabbi en advocaat laten schieten. Robinson heeft een beurs gekregen van de American Academy of Dramatic Arts en heeft voor het eerst opgetreden in 1913, onder zijn nieuw aangenomen naam Edward G. Robinson. Hij heeft vijftien jaar lang opgetreden op Broadway en gefigureerd in een film.

Filmacteur in misdaadfilms[bewerken | brontekst bewerken]

In 1923 is hij aan zijn eerste film, The Bright Shawl begonnen. Zijn hoofdrol van (iedereen af)snauwende gangster in het toneelstuk The Racket heeft geleid tot een aantal gelijkaardige filmrollen waarvan de bekendste bepalend zou zijn voor zijn verdere carrière, die van de gangster Rico Bandello in de film Little Caesar (Mervyn LeRoy, 1930). Ook misdaadfilms zoals Tiger Shark (Howard Hawks, 1932) en The Amazing Dr. Clitterhouse (Anatole Litvak, 1938) hebben hem (gangster)rollen geboden. De misdaadfilm Bullets or Ballots (William Keighley, 1936) was de eerste van een reeks films waarin Robinson tegenover Humphrey Bogart stond. In Brother Orchid (Lloyd Bacon, 1940) en in Larceny, Inc. (Lloyd Bacon, 1942) was hij hoofdrolspeler in komische gangsterfilms. In 1939 speelde hij een geheim agent in de eerste Amerikaanse antinazi spionagefilm Confessions of a Nazi Spy (Anatole Litvak, 1939). In die periode heeft hij meerdere films gemaakt met gedreven vaklui zoals Michael Curtiz, Howard Hawks, Raoul Walsh en John Ford.

Biopics en films noirs[bewerken | brontekst bewerken]

Daarnaast is hij diverse keren gevraagd voor biopics: hij heeft onder anderen gestalte gegeven aan Paul Ehrlich in Dr. Ehrlich's Magic Bullet (William Dieterle, 1940) en aan Paul Julius Reuter in A Dispatch from Reuter's (William Dieterle, 1940). Hij heeft ook zijn opwachting gemaakt in talrijke films noirs zoals Double Indemnity (Billy Wilder, 1944) en het Fritz Lang-tweeluik The Woman in the Window (1944) en Scarlet Street (1945). Een jaar later heeft hij een Verenigde Natiescommissaris vertolkt die Tweede Wereldoorlogsmisdaden onderzocht in Orson Welles' meest conventionele (Hollywood)film, de film noir The Stranger. Nog andere films noirs zijn gevolgd zoals Key Largo (John Huston, 1948) (opnieuw als gangster), Night Has a Thousand Eyes (John Farrow, 1948) en House of Strangers (Joseph L. Mankiewicz, 1949).

De jaren vijftig[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren 50 werd Robinson beschuldigd van communistische sympathieën, maar hij werd door het House Committee on Un-American Activities op basis van zijn getuigenis vrijgesproken. Daarna heeft hij de ene film noir na de andere afgeleverd. In 1953 heeft hij de hoofdrol in het drama Big Leaguer vertolkt, het regiedebuut van Robert Aldrich. Dat hij meer in zijn mars had dan alleen in misdaadfilms spelen heeft hij onder meer bewezen met de western The Violent Men (Rudolph Maté, 1955) en met het fenomenale kassucces The Ten Commandments (Cecil B. DeMille, 1956). In dit historische bijbelepos was hij Datan, de tegenstander van Mozes.

Vanwege zijn scheiding van zijn eerste vrouw Gladys Lloyd moest hij in 1956 een groot deel van zijn kunstcollectie verkopen aan de steenrijke Griekse reder Stavros Niarchos. In dat jaar stond hij ook weer op Broadway. Twee jaar na zijn scheiding is hij opnieuw getrouwd, met de 27 jaar jongere modeontwerpster Jane Arden.

De jaren zestig[bewerken | brontekst bewerken]

Vermeldenswaardige en (weer) zeer uiteenlopende rollen uit de jaren zestig waren de filmregisseur in het drama Two Weeks in Another Town (Vincente Minnelli, 1962), de zich vreemd gedragende winnaar van de Nobelprijs natuurkunde in de spionagefilm The Prize (Mark Robson, 1963), de melkproducent Simon Nurdlinger in de komedie Good Neighbor Sam, de secretary of the Interior in de western Cheyenne Autumn (John Ford, 1964) en de pokerkampioen in The Cincinnati Kid (Norman Jewison, 1965).

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Robinson is op 79-jarige leeftijd overleden aan kanker, negen dagen na de voltooiing van zijn laatste film, de sciencefictionfilm Soylent Green. Hij heeft in datzelfde jaar postuum een Oscar gekregen voor zijn gehele oeuvre. Bij leven is hij nooit voor een Oscar genomineerd geweest.

Filmografie[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Edward G. Robinson op Wikimedia Commons.