Een tijd van leven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een tijd van leven
Oorspronkelijke titel Zeit zu leben und Zeit zu sterben
Auteur(s) Erich Maria Remarque
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Taal Duits
Onderwerp Tweede Wereldoorlog
Genre Oorlogsroman
Uitgever Cossee Century, Amsterdam
Uitgegeven 1954 (vertaling van 2020)
Medium Boek
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Een tijd van leven (originele Duitse titel: Zeit zu leben und Zeit zu sterben) is een boek van Erich Maria Remarque, een Duitse veteraan van de Eerste Wereldoorlog, die na het boek Van het westelijk front geen nieuws uit 1929 over de gruwelen en de zinloosheid van deze oorlog, naar Amerika was moeten vluchten. Een tijd van leven speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. Het boek werd gepubliceerd in 1954, op een moment dat het thema nog erg gevoelig lag in Duitsland. De Duitse publieke opinie was op de hoogte van het misdadig karakter van het naziregime, van de SA en de SS, maar Remarque beschrijft onder andere ook standrechtelijke executies door de Wehrmacht, het reguliere leger. De Duitse uitgever liet een aantal passages weghalen of aanpassen, één en ander met 'walgende' instemming van de auteur. Tezelfdertijd had Remarque de originele versie voor vertaling verstuurd naar de Verenigde Staten, Frankrijk, Zweden, Denemarken en Nederland. Daardoor zijn er twee versies van het boek en dat werd in hetzelfde jaar (1954) al uitgebracht door de Deense krant Information. Een lezer had de Deense en de Duitse versie met elkaar vergeleken.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Na in Polen, Nederland, Frankrijk en Afrika gestationeerd te zijn geweest, ligt korporaal Ernst Graeber in het voorjaar van 1943 aan het oostfront, waar de Duitse troepen zich moeten terugtrekken. Hij begint te beseffen dat hij voor een verkeerde en een verloren zaak vecht, iets wat uiteraard niet mag gezegd worden. Tijdens een verlof van drie weken in zijn woonplaats Werden ontdekt hij dat zijn ouderlijk huis gebombardeerd is. Bij de zoektocht naar zijn ouders ontmoet hij Elisabeth Kruse, die hij nog kent uit zijn schooltijd. Zij is de dochter van hun huisarts, die opgepakt is en wellicht in een concentratiekamp zit. Graeber, die altijd aan het front geweest is, ondervindt nu ook hoe de onderdrukking op het thuisfront werkt. Daar bovenop is er vernieling en dood door de regelmatig weerkerende (geallieerde) bombardementen. In de wetenschap dat hij snel terug naar het front moet, groeit tussen Elisabeth en Ernst een liefdesrelatie. In de weinige dagen die zij hebben, is de tijd om te leven kostbaar. Enkele dagen voor Graeber weer naar het front moet vertrekken, trouwen ze. Terug aan het front maakt Graeber zware verliezen van zijn eenheid mee en aan het einde wordt ook hij neergeschoten door vermeende Russische partizanen die hij moest neerschieten maar die hij wilde laten ontsnappen.