Eendenmosselen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eendenmosselen
Lepas anserifera Linnaeus, 1758
Lepas anserifera Linnaeus, 1758
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Onderklasse: Thecostraca
Superorde: Thoracica
Orde: Pedunculata
Familie
Lepadidae
Darwin, 1852[1]
Afbeeldingen Eendenmosselen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Eendenmosselen op Wikispecies Wikispecies
(en) World Register of Marine Species
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Eendenmosselen (Lepadidae) zijn een familie van rankpotigen (Cirripedia), die op hun beurt deel uitmaken van de kreeftachtigen. Ondanks de naam is er geen verwantschap met mosselen of andere weekdieren. Ze zijn daarentegen verwant aan de zeepokken en aan het parasitaire krabbezakje. De eendenmossel wordt zo genoemd omdat 'men in Noordsche landen geloofde dat er wilde eenden uit voortkwamen'. [2]

Ontwikkeling[bewerken]

Eendenmosselen (of Percebe in het Spaans) beginnen hun ontwikkeling als nauplius-larve die vervolgens transformeert in de voor Cirripedia typische tweekleppige cypris-larve. De vrijzwemmende larven maken deel uit van het plankton. Tijdens de metamorfose naar volwassen dier verankeren ze zich met de kop naar onder aan het substraat met behulp van een uiterst sterke cement-achtige lijmstof.

Leefwijze[bewerken]

Volgroeide eendenmosselen bestaan uit een rubberachtige steel die vastzit aan een harde ondergrond, met daarop een in vijf kalkachtige plaatjes gehuld lichaam. De volwassen eendenmosselen zitten vast aan drijvende voorwerpen, als drijfhout, schepen en zelfs zeeschildpadden. Verwante soorten bedekken rotskusten tegenaan de laagwaterlijn.
De zes paar pereopoden zijn omgevormd tot een soort visnetje waarmee plankton uit het water wordt gefilterd. Het abdomen draagt geen aanhangsels en het telson ontbreekt.[3]

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Ze leven aan het oppervlak van alle oceanen, van de tropen tot in de poolgebieden.

Onderzoek[bewerken]

Charles Darwin, grondlegger van de evolutietheorie, was de eerste die eendenmosselen uitgebreid bestudeerde. Voor de publicatie van De oorsprong der soorten besteedde hij acht jaar aan het bestuderen van deze soort.[1] Hij gebruikte dit onderzoek naar de eendenmossel als testcase bij een specifieke soort bij zijn algemene theorie van natuurlijke selectie.

In Nederland waargenomen soorten[bewerken]

Externe links[bewerken]