Eindhoven (naam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De plaats en de naam Eindhoven bestonden al in de middeleeuwen.

Ontstaan van de plaats[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Eindhoven#Eindhoven tot 1232 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eindhoven was in de middeleeuwen een kleine ommuurde nederzetting. Toch kreeg dit Eindhoven al in 1232 van hertog Hendrik I van Brabant stadsrechten.

Gezicht op Eindhoven tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in zuidoostelijke richting (1583)

Het plaatsje lijkt niet uit een bestaand gehucht of dorp te zijn gegroeid, maar min of meer direct als een kleine stedelijke kern zijn aangelegd. Eindhoven bleef eeuwenlang een marktstadje met een regionale functie voor de omliggende dorpen. Over het ontstaan van de plaats zelf ontbreken vrijwel alle geschreven bronnen. Dit komt door een grote brand in Eindhoven in 1486, waarbij de meeste documenten verloren zijn gegaan.

Etymologie[bewerken]

Het tweede woorddeel[bewerken]

Hof ('omheind stuk grond, tuin, gaarde') en hoeve ('hofstede') kunnen in het zuidelijk Nederlands ongeveer dezelfde betekenis hebben. De oorsprong is echter verschillend. Het Frankische (Oudnederlandse) woord hova was de term voor een stuk grond (van ongeveer tien hectare), dat in pacht aan particulieren werd gegeven. In het Middelnederlands bestonden daarvoor de woordvormen hove / hoeve. Er bestond daarnaast ook een woord hof, dat onder meer 'hofstede' betekende. Later zijn die woorden in hun gebruik ongeveer samengevallen en kregen ze de betekenis die we die nu kennen: een gebouw met grond ten behoeve van de exploitatie.

In de verbogen vorm /-hoven/ komt het element hove in de omgeving van Eindhoven (het oude Kwartier van Kempenland) met grote frequentie voor. Te noteren zijn onder meer Boshoven, Broekhoven, Geenhoven, Haspershoven, Meerhoven, Meerveldhoven, Nijhoven, Riethoven, Urkhoven, Veldhoven, Vlokhoven, Westerhoven en Zonhoven. -Hoven is geen meervoudsvorm, maar een oude genitief van het enkelvoud, om een plaatsbepaling te vormen.[1] Plaatsnamen met deze verbogen vorm kunnen al uit de 11de-12de eeuw zijn. Als ze inderdaad zo oud waren kunnen verwijzen ze naar oude landerij- of ontginningshoven. De uitgang -hofen /-hoven komt overigens ook bij plaatsnamen in België en Duitsland veelvuldig voor.[2]

Het eerste woorddeel[bewerken]

Problematischer is het eerste deel. Het toponiem Eind zelf komt in Brabant bij verschillende buurtschappen voor: in de gemeente Bergeijk, in de gemeente Son en Breugel en in Eind van den Hout (een buurtschap in de gemeente Oosterhout). -Eind komt in vele toponiemen ook als tweede woorddeel voor, maar niet of nauwelijks als eerste.

  • Wanneer eind- in de naam Eindhoven als het bestaande woord eind(e) opgevat mag worden, zou de naam mogelijk kunnen worden verklaard als 'laatste hoeve' of 'hove', namelijk van Woensel uit,[3] zoiets als een 'Woenselseind'. In theorie zou dat kunnen. Woensel is vermoedelijk ouder dan Eindhoven.[4] Toch lijkt deze verklaring eerder een hedendaagse volksetymologie, wellicht naar het voorbeeld van Stratumseind. Dan zou men aldaar eerder ook een concreet dorp of buurtschap Eind verwachten. Inderdaad bestond er vroeger ook bij Woensel een gehucht Eindje, maar dat dit ooit de naamgever van Eindhoven zou zijn geweest lijkt niet bijster waarschijnlijk. Deze sprong is te groot.
  • Een andere, vaak te lezen[5] verklaring is de volgende. De oorsprong van de naam zou in de vijfde eeuw liggen. De naam zou afgeleid zijn van het riviertje de Einde of Ende, dat we tegenwoordig dan zouden kennen als de Gender. Eindhoven betekent in deze verklaring dan 'hof/hoeve aan de Gender'. Deze verklaring klinkt op zichzelf al iets aannemelijker dan de vorige, omdat er aansluiting wordt gezocht bij een concreet en bestaand toponiem, maar dat is eigenlijk het enige goede dat ervan te zeggen valt. De bron van deze afleiding is ongetwijfeld Van der Aa (1851).[6] Volgens deze woordenboekschrijver heette de Gender vroeger Ande of Ende, en zou Eindhoven een afleiding zijn van 'Andechobina'. Gender is inderdaad al een Germaanse waternaam, maar Ende niet. Als de plaats naar de Gender is vernoemd, en als de Gender nooit 'de Einde' heeft geheten, waarom is Eindhoven dan geen 'Gend(er)hoven' gaan heten? Een g-klank aan het begin van een woord komt er niet zomaar bij en slijt ook niet zomaar weg. Deze 'afleiding' is volledig duister.
  • Toponymisch verantwoord is de volgende verklaring. Juist wanneer het substantief /-hove(n)/ gekoppeld is aan een en ander concreet toponiem, is er goede kans dat het naar een oude landerij of ontginning verwijst. Dat moet dan per geval nagegaan worden. Voorbeelden kunnen zijn: Boshoven, Broekhoven, Laarhoven, Meerveldhoven,[7] Riethoven (naar de beeknaam de Witrijt) en Veldhoven. De combinatie Eindhoven is in dit opzicht veel minder duidelijk. Echter, deze is in Brabant niet geheel uniek geweest. Zo is er sprake van een gehucht met die naam onder Princenhage[8] en ook een bij Tilburg. Het Meertensinstituut gaat ervan uit dat het eerste woorddeel /Eind-/ in deze gevallen inderdaad op een ontginningslocatie wijst. Zij formuleert het op generaliserende wijze aldus: 'De plaatsnaam kan geïnterpreteerd worden als 'het hof of de hoeve aan het Eind', waarmee wel de grens van de cultuurgrond van een nederzetting wordt aangeduid, bij de overgang naar de woeste grond.'[9]

Deze derde verklaring roept weinig bezwaren op. Het Middelnederlandse ende betekende inderdaad primair 'rand' of 'zoom'; 'grens' of 'uiteinde'. We hoeven voor de betekenis van de naam Eindhoven dan ook niet te zoeken naar een vroeger of nu nog bestaande specifieke locatie die 'Einde' heette, en nog minder naar willekeurige andere woorden die met dat woorddeel maar een vage klankverwantschap hebben, maar mogen aannemen dat dit Eind met een on-specifieke aanduiding naar een (mogelijk zeer) oude ontginningsgrens verwees. Die grens kan overigens wel (mede) door een riviertje bepaald zijn.