Eise Eisinga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Eise Eisinga
Eise Eisinga door Willem Bartel van der Kooi, 1827
Algemene informatie
Volledige naam Eise Jelteszn Eisinga
Geboren Dronrijp, 21 februari 1744
Overleden Franeker, 27 augustus 1828
Nationaliteit Nederlandse
Beroep amateur-astronoom, patriot en vertegenwoordiger van De Verlichting
Bekend van planetarium
Het planetarium in Eisinga's woonkamer
De woning van Eisinga met daarin het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium

Eise Jeltes Eisinga (Dronrijp, 21 februari 1744 - Franeker, 27 augustus 1828) was een Nederlands amateur-astronoom, patriot en vertegenwoordiger van de Verlichting in Nederland. Hij bouwde het Eise Eisinga Planetarium en is hiervoor opgenomen in de canon van Friesland en de canon van Nederland.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Eisinga werd geboren als zoon van een wolkammer. Hoewel hij hoogbegaafd was, mocht hij niet naar het gymnasium, want hij moest werken. Op zijn vijftiende gaf hij al een wiskundeboek uit van ruim 650 pagina's. Op zijn zeventiende gaf hij een boekje uit over de grondslagen van de astronomie. Ook zijn broer Stephanus Jeltes was geïnteresseerd in wis- en sterrenkunde. Eisinga breidde de wolkammerij van zijn vader uit en bekwaamde zich in de snipperuurtjes door zelfstudie aan de Franeker Academie in de wiskunde en de astronomie. Hij verdiepte zich in zonnewijzers, en publiceerde een boek met tekeningen van zo'n 150 zonnewijzers. Op 24-jarige leeftijd trouwde hij met Pietje Jacobs, met wie hij twee zoons kreeg.

Eelko Alta, een predikant uit Bozum, beweerde in een boekje dat de wereld de mei 1774 later zou vergaan als gevolg van een samenstand van vier planeten. Eisinga kon met zijn planetarium bewijzen dat Alta dit niet juist had.[1]

In 1787 raakte hij als patriot in conflict met de prinsgezinde, plaatselijke schutterij en de provinciale autoriteiten. De gemoederen liepen hoog op, toen de stad als toevluchtoord diende voor een tiental coupplegers onder leiding van Court Lambertus van Beyma. Toen Franeker werd opgegeven vluchtten veel patriotten naar Amsterdam. Eisinga vluchtte de andere kant uit, naar Duitsland. Hij vestigde zich als wolkammer te Visvliet, nadat hij te horen had gekregen dat zijn echtgenote was overleden en zijn huis verbeurd was verklaard. Nadat hij in 1791 toch nog werd uitgeleverd, is hij tot vijf jaar verbanning uit Friesland veroordeeld. Eisinga keerde terug naar Visvliet en trad daar opnieuw in het huwelijk.

Na de omwenteling in 1795 keerde hij naar Franeker terug. Eisinga werd lid van het Provinciaal Bestuur en adviseerde in een aantal commissies onder andere om twee rechters te royeren na het Kollumer oproer. Eisinga werd buitengewoon hoogleraar aan de Franeker Academie, tot deze in 1811 op last van Napoleon werd gesloten. Eisinga werd benoemd tot Broeder van de Orde van de Nederlandse Leeuw, een onderscheiding waaraan ook een klein inkomen was verbonden. Eisinga overleed in 1828 op 84-jarige leeftijd. Hij liet een testament na waarin hij de werking van zijn planetarium nauwkeurig beschreef.

Eise Eisinga werd bijgezet bij zijn vaders graf op de begraafplaats van de Salviuskerk in Dronrijp. Er staat een door Eisinga bedachte vierkantsvergelijking op de zerk, waarmee de sterfdatum en leeftijd van zijn vader berekend kunnen worden.[2] De ouderlijke woning van Eise Eisinga staat 100 meter vanaf zijn laatste rustplaats.

Nagedachtenis[bewerken | brontekst bewerken]

Herinnering aan Eise Eisinga in Franeker

De volgende zaken herinneren aan Eisinga:

  • Eisinga werd ereburger van Franeker.
  • Tegenover zijn geboortehuis staat een borstbeeld om hem te herdenken.
  • De straat waaraan het vroegere woonhuis van Eisinga lag werd later de Eise Eisingastraat genoemd.
  • Op 5 mei 1994 gaf de PTT een postzegel van 80 cent uit, ter gelegenheid van het 250e geboortejaar van Eisinga.
  • In hetzelfde jaar publiceerde Pieter Terpstra een roman over Eisinga.
  • In 2006 werd Eise Eisinga opgenomen in de Canon van Nederland en in de vernieuwde versie uit 2020.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]