Ekklèsia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De restanten van het spreekgesteente van de Pnyx

De Ekklèsia of Ecclesia (Grieks: ἐκκλησία, van het werkwoord ἐκκαλέω ('oproepen'), aangezien de Ekklèsia bestaat uit burgers die tot een vergadering opgeroepen zijn) was de volksvergadering van het oude Athene.

In eerste instantie werd de Ekklèsia slechts gevormd door een aantal burgers die geschillen tussen de aristocratie en het volk te beslechten. Toen in de 6e eeuw v.Chr. de democratie in Athene ontstond, werd de Ekklèsia echter de vergadering van het hele volk, die nu binnen de polis het belangrijkste wetgevende orgaan was en over uitgebreide bestuurlijke bevoegdheden beschikte.

Functioneren van de Ekklèsia[bewerken]

De Volksvergadering kon alleen zaken in bespreking nemen die door de prytanen op de agenda waren geplaatst. Dat waren uitsluitend zaken die in de Raad van 500, de Boulè, tot een voorbereidend voorstel (probouleuma) hadden geleid. Het kon gaan om een concreet uitgewerkt voorstel of om een 'open' voorstel, dat een bepaalde kwestie aan de Volksvergadering voorlegde. Met de vraag "Wie wil de vergadering toespreken?" ("Tis agoreuein bouletai;") werden de aanwezigen in de Volksvergadering uitgenodigd hun visie op een openbare kwestie te geven. Iedere burger, geleerd of niet, rijk of arm had in de Volksvergadering gelijk recht van spreken, isègoria, als het om de publieke zaak ging. Verder stemde de Volksvergadering over het voorstel, door middel van het opsteken van handen of het inleveren van bronzen plaatjes. Over het voorstel werd dan door de meerderheid van de stemmen beslist.

Bij verplichte vergaderingen kon men zonder discussie in de Raad tot behandeling overgaan. In zulke gevallen stelde de Volksvergadering een voorbereidend voorstel voor wetgevende juryleden, de nomothètai, op. Als er via een Raadsvoorstel over een onderwerp werd gedebatteerd kon er ter plekke een alternatief voorstel worden ingediend.

In de bijeenkomsten van de Volksvergadering waren alle volwassen autochtone vrije mannen (circa 30.000 burgers) zo'n 40 keer per jaar welkom. Omdat deze burgers ook hun eigen werkzaamheden hadden, en bovendien verspreid over Attica woonden, waren zij niet allemaal bij elke bijeenkomst aanwezig. Men schat dat per bijeenkomst tussen de 6000 en 8000 burgers aanwezig waren.

Vanaf de tweede helft van de 5e eeuw werden de zittingen van de Volksvergadering van het marktplein, de Agora, verplaatst naar een heuvel: de Pnyx.

De term 'ekklèsia' in de Bijbel[bewerken]

In de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, wordt het woord 'ekklèsia' regelmatig gebruikt als aanduiding voor de vergadering van het volk Israël. In het Nieuwe Testament wordt de term daarentegen voornamelijk gebruikt als aanduiding voor de gemeente van God - alle gelovigen vormen dus samen de ekklèsia. Een verwant nieuwtestamentisch gebruik van de term 'ekklèsia' is die van een concrete groep gelovigen op één plek, bijvoorbeeld 'de gemeente van Korinthe'.

Zie ook[bewerken]

  • Ostracisme, een bijzondere stemprocedure van de Ekklèsia over het verbannen van burgers.

Literatuur[bewerken]