Elbląg (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Elbląg
Elbing
Stad in Polen Vlag van Polen
POL Elbląg flag.svg POL Elbląg COA.svg
Elbląg (stad)
Elbląg (stad)
Situering
Woiwodschap Ermland-Mazurië
District zelfstandig
Coördinaten 54° 10′ NB, 19° 24′ OL
Algemeen
Oppervlakte 79,52 km²
Inwoners (2005) 127.655 (1605 /km²)
Overig
Identificatiecode 28610
Website elblag.eu
Portaal  Portaalicoon   Polen

Elbląg (Duits: Elbing, Nederduits: Elwing) is een stad in het Poolse woiwodschap Ermland-Mazurië met ongeveer 130.000 inwoners. Het ligt aan de gelijknamige rivier op 70 km ten zuidoosten van Gdańsk.

Geschiedenis[bewerken]

Elbląg in de middeleeuwen
De Sint-Nicolaaskathedraal
De Marktpoort

middeleeuwen[bewerken]

Elbing (Pools: Elbląg) gaat terug op de handelsnederzetting Truso van de Baltische Pruzzen. In 1237 stichtte Landmeister van de Duitse Orde Hermann von Balk een burcht ('Ordensburg') aan de rivier waaromheen zich een handels- en handwerkersnederzetting ontwikkelde. In 1246 werden stadsrechten verleend aan de eerste stadsburgers die uit Lübeck kwamen en toetraden tot het Hanzeverbond. Kerkbouw was toen al gaande: de Sankt Nikolai en de Liebfrauenkirche in 1238, gevolgd door het Heilig-Geist-Hospital. Wat later werden de Sankt Jakob en de Corpus-Christi-Kirche gebouwd. De burcht werd de residentie van de met de Duitse Orde verbonden Bisschop van Ermland. Rond 1300 werd de stad omringd met een stenen wal. Sinds 1397 wilde Elbing zich in de zogeheten ‘Pruisische Bond’ samen met Danzig en Thorn los maken uit de Staat van de Duitse Orde omdat deze, met haar centrale en feodale gezagsuitoefening, de burgerlijke autonomie en de expansie van de steden op haar territorium tegenwerkte. In 1440 sloten deze steden een verdrag met de Poolse koning die hun daarvoor autonomie beloofde. In 1466 na de Dertienjarige Oorlog tussen de Orde en Polen zou in de Tweede Vrede van Thorn de Staat van de Duitse Orde geografisch in twee delen gesplitst worden. Elbing werd opgenomen in het westelijke Poolse deel genaamd koninklijk Pruisen omdat het het deel van Pruisen was dat bij het koninkrijk Polen werd ingelijfd. Later werd het West-Pruisen genoemd. De stad 'Elbing in West-Pruisen' kreeg Pools-koninklijke statuten voor haar autonomie, die tot 1772 zouden blijven gehandhaafd, toen West-Pruisen bij het nieuwe koninkrijk Pruisen werd ingelijfd. In dit koninkrijk bestond geen stedelijke autonomie.

kerkhervorming[bewerken]

De lutherse hervorming verspreidde zich al vroeg vanuit de Hanzesteden en in 1536 werd het eerste lutherse gymnasium opgericht met als rector [Willem Claesz. de Volder]] (ook bekend als Willem van de Voldersgraft, Giuglielmus Gnapheus of Guilielmus Fullonius, afkomstig uit Den Haag). Hij werd verbannen, vluchtte naar Königsberg waar de bisschop van Ermland geen gezag had en hij aan de universiteit kon worden aangesteld. Daar werd hij uitgewezen door de orthodoxe lutheranen en uiteindelijk kwam hij in Emden bij de Nederlandse calvinistische vluchtelingengemeente terecht. In 1567 werd godsdienstvrijheid als koninklijk privilege gegarandeerd gevolgd door de toewijzing in 1577 van de Nikolaikirche aan de lutheranen. Rooms-katholieken mochten in 1617 de Stadtpfarrkirche behouden, maar de Jezuïeten moesten de stad verlaten. Hun bekeringsijver schiep teveel onrust. Rooms-katholieken kregen overigens als kleine minderheid geen invloed op de stadsregering.(Hun aantal zou tot 1945 van 10 tot 20% toenemen.) De stad ontwikkelde handelsrelaties met West-Europa en groeide uit tot de tweede stad van West-Pruisen na Danzig met 30.000 inwoners. Buitenlandse handelskolonies ontstonden: Engelse kooplieden in hun Fellowship of Eastland, Schotten in hun Brotherhood of the Scottish Nation, daarnaast de Mennonieten uit de omgeving. Zij kregen de vrijheid hun godsdienstig leven autonoom vorm te geven. De 17de eeuwse Engelse grafmonumenten bleven bestaan totdat ze, na 1945, tezamen met die van de Elbinger burgerij, werden weggeruimd.

twee eeuwen stagnatie[bewerken]

In de Dertigjarige Oorlog namen de Zweden de stad in en kanselier Axel Oxenstierna vestigde er het Zweedse hoofdkwartier van 1626 tot 1635. Na de vrede in 1648 bracht de Tweede Noordse Oorlog tussen 1655 en 1660 opnieuw de Zweden binnen de stad. De Poolse koning was door de oorlogen zo verarmd dat hij voor een lening de stad in 1657 verpandde aan de Pruisische keurvorst. Toen hij de lening niet afbetaalde verviel Elbing aan Pruisen in 1703. Door alle gewelddadigheden verdorde de bloei van de stad en in de volgende Grote Noordse Oorlog moest ze tussen 1703 en 1712 bezettingen ondergaan van Zweedse, Russische en Saksische troepen. Tijdens de Zevenjarige Oorlog werd de stad in 1758 tot 1762 door Russische troepen bezet gehouden. Hun onderhoud kwam voor rekening van de stadskas. In de Eerste Poolse Deling van 1772 viel West-Pruisen met Elbing aan Pruisen toe. Nadat Pruisen zich tegen keizer Napoleon had gekeerd werd de stad in 1807 door de Fransen bezet en als een uitvalsbasis voor de veldtocht in Rusland ingericht. Toen deze in 1813 mislukt was moest ze terugkomende 68.000 soldaten opnemen en voeden en dat betekende haar bankroet.

nieuwe bloei als industriestad in Pruisisch en Duits staatsverband[bewerken]

Na twintig jaren werd weer een economische opgang zichtbaar in de bouw van een scheepswerf. De in 1837 gestichte ‘’Schichau-Werke’’ ontwikkelden zich tot een internationale scheepsbouwfirma. Ten behoeve van de scheepsvaart werd tussen 1840 bis 1858 het 'Oberländische Kanal' (na 1945 Elbląg-Ostróda-kanaal) tussen Deutsch Eylau (Iława), Osterode (Ostroda) en Elbing aangelegd door de ingenieur Georg Steenke, naar verluidt van Nederlandse afstamming. In 1853 was de spoorwegverbinding met Königsberg gereed. De economische bedrijvigheid ontwikkelde zich verder met locomotief- en autobouw, bierbrouwerijen en jeneverstokerijen. Elbing werd een arbeidersstad van 94.000 inwoners en een centrum van de sociaaldemocratie waarin de SPD in 1910 meer dan de heft van de stemmen behaalde. Na de Eerste Wereldoorlog verloor de stad in 1919 een deel van haar achterland omdat West-Pruisen grotendeels aan het nieuwe Polen werd toegewezen. Deze crisis radicaliseerde de bevolking die nu vooral op de communistische partij (KPD) haar stem uitbracht. Na de economische crisis van 1929 en de nationaalsocialistische machtsovername veranderde de politieke stemming van links in rechts radicalisme. De economische politiek die nu vanuit Berlijn werd ingezet, bracht veel nieuwe werkgelegenheid en daarmee steun voor de nationaal-socialisten. Na de overval in 1939 op Polen en de re-annexatie van West-Pruisen werd de 'Reichsgau Danzig-Westpreußen' ingericht en Elbing werd daarin vanuit Oost-Pruisen overgeheveld. Een groot aantal werkkampen voor Poolse dwangarbeiders werd nabij de stad ingericht ten behoeve van de op oorlogsproductie overgeschakelde industrie.

verwoesting in 1945, langzame heropbouw in Pools staatsverband[bewerken]

Tussen 23 januari en 19 februari 1945 belegerden Sovjettroepen de stad en na terugtrekking van Wehrmacht en SS lag 60% van de stad (meer dan 5.000 gebouwen) in puin. In de oude stad (Altstadt) bleven zes gebouwen in takt. Zeer waardevolle bibliotheken met honderden middeleeuwse handschriften, incunabelen en oude drukken zijn sindsdien verdwenen. De bevolking vluchtte in paniek naar het westen of naar het noorden, waar havens lagen van waaruit men dacht met schepen de Oostzee over te kunnen komen. Zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. Het Sovjetgezag ontmantelde de industrie en demonteerde alle nog bruikbare machinerieën voor vervoer naar en verzamelde alle metaal voor verwerking in hoogovens van de Sovjet-Unie. Het burgerlijk gezag werd overgedragen aan Polen en de laatste achtergblevenen van de 100.000 inwoners zijn in 1946 en 1947 uitgewezen. Nieuwe Poolse inwoners stroomden Elbląg binnen en voor hen werden nieuwe flatwijken gebouwd; in 1948 telden zij al 40.000 om in 1962 te zijn verdubbeld. De oude stad bleef nog lang een met bomen begroeide puinhoop. Alleen enkele kerken werden hersteld. Na 1990 werd historiserende nieuwe bebouwing gepland en enkele straten zijn inmiddels opnieuw ingericht. In 1970 deden de arbeiders van Elbląg, samen met die van Gdansk en Szczecin mee aan de massastakingen die gecoördineerd werden door de vakbond Solidarność en tot de ondergang van het communistisch régime in 1989 zouden leiden.

Stadsbeeld[bewerken]

De oude stadskern (Altstadt) is in 1944 en 1945 verwoest. De zwaarder gebouwde kerken bleven gedeeltelijk overeind. Van de huizen was dat het geval met slechts 6 panden. Na de oorlogsverwoestingen zijn de kerken herbouwd en na 1990 is de moderne, min of meer historiserende, reconstructie ter hand genomen van een aantal oude straten. Het opmerkelijkste gebouw is de voormalige 'Stadtpfarrkirche', nu rooms-katholieke kathedraal Sint-Nicolaas (Katedra św. Mikołaja), die een 95 m hoge toren heeft. De geschiedenis van het bouwwerk, een driebeukige hallenkerk in baksteengotiek, gaat terug tot de 13de eeuw. De oorspronkelijke toren werd in 1777 door brand verwoest en pas in 1906 herbouwd. Als opmerkelijke uitzondering bleef hij in 1945 vrijwel ongeschonden overeind. Sinds 1992 behoort hij bij de de bisschopskerk. Twee andere middeleeuwse kerkgebouwen, de Mariakerk en de Heilige Geestkerk (met voormalig hospitaal), zijn na hun restauratie thans respectievelijk in gebruik als galerie en als bibliotheek.

De Marktpoort (Brama Targowa) is het laatste overblijfsel van de middeleeuwse omwalling. Het oudste gedeelte dateert uit 1319.

De burcht van de Duitse Orde werd al in 1454 goeddeels gesloopt. In een resterend gebouw bevindt zich het historisch-archeologisch museum van Elbląg.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Het Elbląg-Ostróda-kanaal (1860) verbindt de stad met Ostróda en is thans een toeristische attractie. Het is een technologisch monument met vijf hellende vlakken en twee sluizen, die een hoogteverschil van 100 meter overbruggen.

Elbląg ligt aan de Europese weg E77, een doorgaande weg tussen Gdańsk en Warschau. Er is een spoorlijn. In de stad rijden trams.

Sport[bewerken]

Elbląg was in 1999 de startplaats van de Ronde van Polen, een wielerkoers die dat jaar ging over een afstand van 1.164 kilometer, verspreid over zeven etappes.

Overige bijzonderheden[bewerken]

De stad was in 1999 de Poolse winnaar van de City Towards EU Compliance Award, die in dat jaar door de EU werd uitgeloofd aan steden in de nieuwe lidstaten.

Partnersteden[bewerken]

Geboren in Elbing/Elbląg[bewerken]

  • Hans von Bodeck (1582–1658), kanselier van de keurvorst van Brandenburg
  • Johann Ernst Schubert (Drusus Pruthenicus Westen) (1717–1774), luthers theoloog
  • Johann Gabriel Arnauld de la Perière (1731–1810), Pruisisch generaal-majoor
  • Wilhelm Baum (1799–1883), chirurg en eerste ereburger van de stad Danzig
  • Wilhelm Eduard Albrecht (1800–1876), jurist en een van de Göttinger Sieben
  • Max Gabriel (1861–1942), componist en en dirigent
  • Louis Arthur Kickton (1861–1940), levensmiddelen-chemicus
  • Julius Levin (1862–1935), arts, schrijver en vioolbouwer, week in 1933 voor de jodenvervolging uit naar België
  • Reinhold Felderhoff (1865–1919), beeldhouwer met name van historische persoonlijkheden als standbeeld, et name in Berlijnen
  • Hans Fechter (1885–1955), admiraal in de keizerlijke marine
  • Max Reimann (1898–1977), voorzitter van de KPD tot 1956
  • Günter Kuhnke (1912–1990), admiraal Bundesmarine
  • Adam Fedoruk (1966), voetballer
  • Marcin Burkhardt (* 1983), voetballer
  • Zenon Licznerski (* 1954), olympisch gelauwerd atleet
  • Adam Pierończyk (1970), jazzsaxofonist en componist
  • Piotr Wadecki (1973), wielrenner
  • Radosław Wojtaszek (* 1987), schaakgrootmeester

Zie ook[bewerken]