Elfstedentochten voor 1909

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een winterlandschap van Andreas Schelfhout

Al lang was het in Friesland traditie om zodra het kon langs alle elf Friese steden te schaatsen. Door de eeuwen heen is het vaak geprobeerd. De eerste melding van een man die alle elf steden in één dag wist te bezoeken komt uit 1763. In het boek Historische Beschryvinge van Friesland staat te lezen:

Aanhalingsteken openen

Zij hebben in 't algemeen den naam van groote Schaatseryders te wezen, en het is zeker, dat een goede Ryder op een dag wel driemaal verder ryden kan, als een Paard zoude kunnen lopen op zyn hardst. Het is ook meer als eens gebeurt dat goede Schaatse-ryders op een winterse dag alle XI Steden van Friesland doorgereden en gezien hebben; dog dan moeten ze nergens lang vertoeven en 't Ys moet goed en sterk wezen.

Aanhalingsteken sluiten

In de volgende winters blijven schaatsers het proberen, wanneer het ijs dat toelaat. Zo ook twee jaar later, in 1765. In dat jaar wordt er in het boek De Honig Bije opnieuw melding gemaakt van een Elfstedentochtschaatser:

Aanhalingsteken openen

Een hachje gelyk een Zwaluw door de lugt kon vliegen over 't ys: 't is Pier die d'ellef Steden van Vriesland op één dag heeft in het rond gereden.

Aanhalingsteken sluiten

Negentiende eeuw[bewerken]

Ook in de negentiende eeuw blijven mensen, als het weer dat toelaat, een poging wagen. In 1809 lukt het Pals Andries en Pals Geert Bleeksma om de elf steden te bezoeken. In totaal deden zij er 14 uur en 30 minuten over. De mannen zijn, na de reeds genoemde Pier, de eerste elfstedenrijders van wie de namen bekend zijn gebleven. In 1844 stond er in de krant dat 3 Friese mannen (Schelte Wybenga, Beerend Hesselink en Hermannus van de Feer) in één dag alle 11 steden langsgereden waren. Net als Pals Andries en Pals Geert Bleeksma deden zij er 14 uur en 30 minuten over. In de winter van 1848 deden Douwe Joustra, Klaas de Jong, Sybrandus Jager, Joh. Jager, Albert Godhelp, Ruurd Jager, Atze Jager, Eelke Jager, Richolt Lonneman, Dirk Fontein en Dirk Ruitinga alle elf steden aan. De eerste vier mannen weten de tocht in een tijd van 15 uur en 30 minuten af te leggen. De kunstschilder Willem Troost, die ook schilderijen van schaatstaferelen maakte, volbracht de tocht in 1862. Hij deed dit in een tijd van 22 uur. Ook uit 1864 (Douwe Joustra, Foppe Wiersma, Anne Boersma, Fetse Boersma en Klaas Joustra), 1868 (Pieter Dikhoff en Sjoerd van der Wey), 1871 (Douwe Joustra, Foppe Wiersma en Klaas Joustra) en 1885 (Dirk v.d. Stal, Wiepke Sangers, Jacob de Jong en Hendrik van der Veen) zijn er meldingen van sporters die de tocht hebben weten af te leggen.

De strenge winter van 1890 op 1891[bewerken]

De winter van 1890 op 1891 was streng. Van november tot januari waren alle binnenwateren in Nederland bevroren. Ongelukken, vaak met dodelijke afloop, waren aan de orde van de dag. Bijna dagelijks werd melding gemaakt van aangetroffen bevroren lijken. Vele honderden Friezen waagden een poging alle elf steden te bezoeken. Indertijd waren er nog geen stempelkaarten. Vaak werd ingetekend op een lijst van een herbergier in elk van de elf steden als bewijs van aflegging. Van de zusjes Lysbeth en Akke Swierstra is bekend dat zij toen de eerste vrouwen zijn geweest die de tocht hebben afgelegd. Ook vermeldenswaardig is dat zeven broers (Altenburg) uit het dorpje Tirns allemaal op dezelfde dag de tocht wisten te voltooien. Sporter, schilder, schrijver en journalist Pim Mulier waagde op 2 januari ook een poging. In elke plaats liet hij een inwoner een handtekening zetten ter bevestiging van zijn prestatie. Het lukte hem de tocht in een recordtijd van 13 uur te voltooien. Een paar dagen later kwam in de Leeuwarder Courant te staan:

IJsvermaak op een schilderij van Hendrick Avercamp
Aanhalingsteken openen

Het was te verwachten dat in dezen winter, nu alle kanalen en vaarten in deze provincie evenzoovele sterke ijsbanen zijn geworden, de eene of andere koene schaatser zou opstaan om het traditionele bezoek aan de elf Friesche steden op één dag te brengen. De heer W. Mulier van Haarlem, geboren Fries, 25 jaar oud, (…) heeft verleden zondag genoemde taak met het beste gevolg volbracht. Hij vertrok 's morgens 7 uur van hier en was 's avonds 8 uur terug. De rust, die hij zich hier en daar gunde, vorderde tezamen 2 uren.

Aanhalingsteken sluiten

Destijds werd Mulier hierdoor beroemd. Tegenwoordig is bekend dat twee weken na Muliers prestatie de Fries Foeke Pieters van der Wal uit Sloten de tocht volbracht in minder dan 13 uur. Een dag dáárna wisten Douwe Watze's Visser en Ruurd Gerrits van Dijk, beide uit Midlum, de tocht in 12 uur en 30 minuten te voltooien. De berichtgeving over deze pioniers had ook een duidelijk aanzuigend effect. Van heinde en verre kwamen sporters aan om een poging te wagen. De eerste buitenlanders deden een poging de Elfstedentocht te voltooien: de Engelsen B.B. Taring en Louis en Charles Tebbutt.

Gevolgen[bewerken]

Na de winter van 1890 op 1891 werd Pim Mulier geïnspireerd tot het oprichten van een vereniging die een Elfstedentochtwedstrijd zou kunnen organiseren. Later, in het jaar 1908 wendde Mulier zich dan ook tot de Friese IJsbond met zijn voorstel. Helemaal eens werden beide partijen het niet. De Friese IJsbond zag wel iets in een eenmalige historische gebeurtenis, terwijl Mulier meer zag in een evenement dat, zo mogelijk, elk jaar gehouden moest worden. De ijsbond kreeg (voorlopig) zijn zin en begon de organisatie voor de eerste Elfstedentocht.