Eliëzer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Eliëzer of Eliézer (Hebreeuws: אֶלְעָזָר, Elʿāzār, "God heeft geholpen") is een naam die voor minstens drie personen in de Hebreeuwse Bijbel voorkomt. In het Nieuwe Testament komt de naam voor als Lazarus.

  1. "Eliëzer uit Damascus": een huisknecht van Abraham. Omdat Abraham lang kinderloos bleef, zou Eliëzer erfgenaam worden van Abrahams bezit. Dit veranderde toen later Ismaël werd geboren en nogmaals toen Isaak werd geboren.[1]
  2. De tweede zoon van Mozes en Sippora.[2]
  3. Een profeet, zoon van Dodawahu, uit Maresa. Deze Eliëzer berispte Josafat, omdat hij een overeenkomst sloot met Achazja van Juda. Josafat en Azachja bouwden schepen in Geber, waarmee ze naar Tarsis zouden varen om daar handel te drijven. Eliëzer voorspelde echter dat de handel zou mislukken en dat de schepen zouden zinken, omdat ze niet op God vertrouwden.[3]