Ellen van Wolde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ellen van Wolde
Ellen van Wolde.JPG
Algemene informatie
Geboren Groningen, 1954
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep hoogleraar
Portaal  Portaalicoon   Religie

Ellen José van Wolde (Groningen, 1954) is sinds 1 januari 2009 hoogleraar Exegese van het Oude Testament en Bronteksten van het Jodendom en kernleerstoelhouder Bronteksten Jodendom en Christendom aan de faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. In haar onderzoek richt zij zich vooral op de Hebreeuwse Bijbel en past daarbij verworvenheden van de linguïstiek toe. Bij het grote publiek raakte ze vooral bekend door haar oratie (2009) over de eerste drie zinnen uit Genesis.

Levensloop[bewerken]

Ellen van Wolde studeerde theologie en bijbelwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en het Pontificium Institutum Biblicum te Rome, en semiotiek bij Umberto Eco aan de Universiteit van Bologna. In 1989 promoveerde zij cum laude op een semiotische analyse van het paradijsverhaal in Genesis 2-3. Van 1992 tot 2009 was ze als hoogleraar Exegese Oude Testament verbonden aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Universiteit van Tilburg.

Van Wolde is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW). Ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de KNAW werd de zesdelige serie "De magie van de wetenschap" gemaakt waarbij een van de documentaires aan haar is gewijd[1]. Van 2010 tot en met 2016 was zij lid van het bestuur van de KNAW. In 2011 werd ze benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Werk[bewerken]

Ellen van Wolde onderzoekt de Hebreeuwse Bijbel in de context van het Oude Nabije Oosten. Daarbij gaat haar aandacht vooral uit naar denkbeelden over het begin van het universum, over God en over mensen. Zij onderzoekt deze denkbeelden door middel van taal- en tekstonderzoek in nauwe samenhang met de cultuur en cognitie (de mentale processen) van mensen in het oude Nabije Oosten. Ze streeft er daarbij naar om de gedachtenwereld en het taalgebruik bloot te leggen van de mensen in de tijd, de plaats en de cultuur waarin de teksten zijn ontstaan.

In haar oratie[2] (2009) ging Ellen van Wolde nader in op de eerste drie zinnen van Genesis. Analyse van de Hebreeuwse grondtekst en de context daarvan leidde haar naar de conclusie dat het Hebreeuwse woord ‘bara’ niet verwijst naar het begrip schepping (creatio ex nihilo), maar naar het ruimtelijk scheiden van hemel en aarde. In haar artikel Why the Verb Bara Does Not Mean 'to Create' in Genesis 1.1-2.4a[3] onderbouwt zij dit standpunt. Deze stelling leidde tot een publiek debat waarin onder andere Becking en Korpel[4] haar conclusie bestreden. Van Wolde en Rezetko[5] reageerden hierop. De Leidse hebraïcus Martin Baasten benadrukte in dit debat dat de betekenis 'scheiden' zijns inziens niet past in de overige gevallen in de Hebreeuwse Bijbel waar het werkwoord bara voorkomt.[6] In 2017 verscheen van haar hand “Separation and Creation In Genesis 1 and Psalm 104, a Continuation of the Discussion of bara” [7] waarin ze de argumenten voor de betekenis van bara als scheiden opsomt, uitbreidt en onderbouwt.

Eind 2009 verscheen haar boek Reframing Biblical Studies. When Language and Text Meet Culture, Cognition, and Context[8] waarin ze haar analysemethode uiteen zet.

Enkele publicaties[bewerken]

Externe links[bewerken]