Elongatie (astronomie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Enkele begrippen met betrekking tot de positie van hemellichamen.

De elongatie is de hoek tussen twee hemellichamen, gezien vanaf de waarneem locatie, in de nu besproken situatie is dat "onze Aarde"! Doorgaans wordt hier de hoek bedoeld tussen de zon en een planeet of een ander object dat een baan rond de zon heeft, gezien dus vanaf de Aarde. De term kan echter ook gebruikt worden voor andere hemellichamen, bijvoorbeeld de hoek tussen Jupiter en een van zijn manen.

Objecten die dichter bij de zon staan dan de Aarde zelf, zoals de binnenplaneten Mercurius en Venus, kunnen nooit een elongatie hebben die groter is dan 90°. In de praktijk zelfs nog minder, omdat beide planeten een omloopbaan om de Zon hebben die een flink stuk kleiner is dan die van onze Aarde. Mercurius heeft een maximale elongatie van ongeveer 28°; Venus van ongeveer 48°. Dit is in de linkse afbeelding te zien: De binnenplaneten zijn via een telescoop te herken aan de fases die ze hebben, dit is ook bekent bij onze Maan. Van wegen de "prograde-baan" : ( Baan rond de Zon van het noorden uit bekeken tegen de richting van de klok in ) van alle objecten die rond de Zon bewegen is het beeld van een westelijke elongatie gelijkend als wassende Maan in het eerste kwartier. Bij een oostelijke elongatie duidelijk als krimpende Maan in het laatste kwartier.

Elongatie1.jpg

Buitenplaneten: planeten die verder van de zon staan dan de Aarde, zoals Mars, kunnen gezien vanaf onze Aarde aan de achterkant van de Zon staan en zo ook verder weg dan onze Aarde voor de Zon staan en dus elke elongatie van 0° tot 180° bereiken.

De Planeten Mercurius en een beetje Venus, maar zeker ander object met een kleine elongatie zijn vaak moeilijk te observeren, doordat ze overstraald worden door de zon. Wel observeren is dan vroeg in de ochtendschemering of aan het einde van de dag noodzakelijk, dus als de zon weer net of nog onder de horizon staat en het hemellichaam er nog net boven.

Westelijke en oostelijke elongatie[bewerken | brontekst bewerken]

Als een hemellichaam zich ten westen van de Zon bevindt, spreekt men van een westelijke elongatie; deze gaat dan na de Zon onder en kan dan aan de avondhemel waargenomen worden. Vroeger spraken men bij Venus dan over "De avond Ster " Een hemellichaam dat zich ten oosten van de Zon bevindt, heeft op dat moment een oostelijke elongatie: en komt dan voor de Zon op en kan dus aan de ochtendhemel gezien worden. Bij Venus strak men dan over "De ochtend Ster". De veiligste manier om bijvoorbeeld Mercurius te observeren is in zijn westelijke elongatie, dus op het moment dat de Zon is ondergegaan. Dit om geen tijdvergissingen te begaan en zo per ongeluk in het volle Zonlicht belanden.

De Binnen Planeten zijn alleen in elongatie te observeren, als deze in boven of benedenconjunctie belanden zijn ze onzichtbaar vanaf de Aarde. Voor meer informatie bekijk vernoemde benamingen.

Gerelateerde termen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Een planeet met een elongatie van 180° heet in oppositie te staan.
  • Een hemellichaam dat precies voor of achter de zon staat, en dus een elongatie heeft van 0°, staat in conjunctie.
  • Een hemellichaam dat ten opzichte van de zon een hoek van 90° maakt, staat in kwadratuur.