Elongatie (astronomie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Enkele begrippen met betrekking tot de positie van hemellichamen.

De elongatie is de hoek tussen twee hemellichamen, gezien vanaf een waarnemer. Doorgaans wordt hier de hoek bedoeld tussen de zon en een planeet of een ander object dat rond de zon cirkelt, gezien vanaf de Aarde. De term kan echter ook gebruikt worden voor andere hemellichamen, bijvoorbeeld de hoek tussen Jupiter en een van zijn manen.

Objecten die dichter bij de zon staan dan de Aarde zelf, zoals de binnenplaneten Mercurius en Venus, kunnen nooit een elongatie hebben die groter is dan 90°.[1] Dit is in onderstaande afbeelding te zien: Elongatie1.jpg

Buitenplaneten: planeten die verder van de zon staan dan de Aarde, zoals Mars, kunnen ten opzichte van de zon aan de andere kant van de hemel staan, dus elke elongatie van 0° tot 180° bereiken.

Een hemellichaam of een ander object met een kleine elongatie is meestal moeilijk te zien, doordat het overstraald wordt door de zon. Het is vaak alleen in de vroege ochtendschemering of aan het einde van de dag te zien, als de zon net onder de horizon staat en het hemellichaam er net boven.

Westelijke en oostelijke elongatie[bewerken]

Als een hemellichaam zich ten westen van de Zon bevindt, spreekt men van een westelijke elongatie; het komt voor de Zon op en kan dan aan de ochtendhemel waargenomen worden. Een hemellichaam dat zich ten oosten van de Zon bevindt, heeft op dat moment een oostelijke elongatie: het gaat onder nadat de Zon onder gegaan is en kan dus aan de avondhemel gezien worden.

Gerelateerde termen[bewerken]

  • Een planeet met een elongatie van 180° heet in oppositie te staan.
  • Een hemellichaam dat precies voor of achter de zon staat, en dus een elongatie heeft van 0°, staat in conjunctie.
  • Een hemellichaam dat ten opzichte van de zon een hoek van 90° maakt, staat in kwadratuur.