Els Borst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Els Borst
Els Borst in februari 2002.
Els Borst in februari 2002.
Algemene informatie
Volledige naam Else Borst-Eilers
Geboren 22 maart 1932
Overleden 8 februari 2014
Partij D66 (vanaf 1968)
Titulatuur dr. (M.D. Ph.D.)
Politieke functies
1994-2002 minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
1998 lid Tweede Kamer (fractievoorzitter D66)
1998 partijleider
1998-2002 vicepremier
2012-2014 minister van staat
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Else (Els) Borst-Eilers (Amsterdam, 22 maart 1932Bilthoven, 8 februari[1] 2014) was een Nederlands politica voor Democraten 66 (D66) en hoogleraar. Borst was minister van Volksgezondheid in de kabinetten Kok I en Kok II. In het laatstgenoemde kabinet was ze tevens tweede vicepremier. Sinds 21 december 2012 was Borst minister van staat.

Biografie[bewerken]

Jeugd en maatschappelijke loopbaan[bewerken]

Borst werd in 1932 in Amsterdam geboren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Borst op 12 maart 1945 in het Eerste Weteringplantsoen, toen ze op weg was naar school, door de Duitsers gedwongen getuige te zijn van een executie van 30 verzetsstrijders. Na haar studie geneeskunde en promotie aan de Universiteit van Amsterdam begon ze aan een carrière als arts. Van 1969 tot 1976 was ze hoofd Bloedbank aan het Academisch Ziekenhuis te Utrecht. Van 1976 tot 1985 was ze aan dit ziekenhuis verbonden als medisch-directeur. Van 1986 tot 1994 was ze vicevoorzitter van de Gezondheidsraad. Van 1 juli 1992 tot haar benoeming als minister was Borst aan de Universiteit van Amsterdam bijzonder hoogleraar met als leeropdracht evaluatie-onderzoek van het klinisch handelen.

Lid D'66[bewerken]

Sinds 1968 was Borst lid van de politieke partij D'66. In de periode dat D'66 in de peilingen vrijwel niet meer voorkwam (1976), ging Borst evenals honderden andere leden handtekeningen ophalen voor Jan Terlouw. Die had aangegeven alleen lijsttrekker van zijn partij te willen worden als er voor zijn kandidatuur voldoende steun was in het land, ook onder niet-leden van D'66. De actie betekende een opleving van de partij in de peilingen en uiteindelijk ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1977, toen de partij een bescheiden winst boekte.

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport[bewerken]

Op 22 augustus 1994 werd ze voor D66 (sinds 1981 zonder apostrof) minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het eerste paarse (PvdA-VVD-D66) kabinet-Kok I. Borst was de eerste arts in de functie van minister van Volksgezondheid sinds Louis Stuyt in 1971-1972.

Tijdens haar periode als bewindsvrouw kreeg ze te maken met een groot aantal medisch-ethische kwesties. Ze werd vooral bekend als voorvechtster om euthanasie niet meer strafbaar te stellen. Op 9 augustus 1999 diende ze hiervoor met VVD-minister Benk Korthals een wetsvoorstel in. De wet 'Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding' trad op 1 april 2002 in werking. De arts dient zich bij de uitvoering van euthanasie wel aan wettelijk vastgelegde zorgvuldigheidseisen te houden en achteraf dienen evaluatiecommissies aan te geven of de juiste regelingen in acht genomen zijn.

Borst voerde in 1996 met minister Winnie Sorgdrager het stelsel van donorverklaringen in, waarbij burgers vanaf achttien jaar wordt gevraagd of ze na hun overlijden organen en weefsels willen afstaan aan zieken. Het wetsvoorstel daartoe was in 1991 ingediend door staatssecretaris Hans Simons en minister Ernst Hirsch Ballin.

In 2001 bracht ze de 'Wet foetaal weefsel' tot stand, die de voorwaarden aangeeft voor het afstaan van foetaal weefsel voor wetenschappelijke en geneeskundige doeleinden. Zo moet de betrokkene toestemming verlenen en mag het weefsel alleen afkomstig zijn van abortussen en miskramen. Dankzij haar kwam er in 2002 een wijziging tot stand van de 'Wet bijzondere medische verrichtingen', waardoor xenotransplantatie (medische verrichtingen met levende bestanddelen van dieren) werd verboden zolang er onzekerheid is over de risico's voor mensen.

Borst realiseerde een wijziging van de Tabakswet voor het verbod van de verkoop van tabak aan kinderen jonger dan zestien jaar. Verder werden onder meer maatregelen genomen om niet-rokers beter te beschermen en om tabaksreclame te beperken. Vanaf 1 januari 2004 kregen werknemers recht op een rookvrije werkplek en ging er een rookverbod gelden in het openbaar vervoer. Verkopers van alcohol werden op haar initiatief verplicht de leeftijd van de aspirant-koper vooraf te controleren en de verkoop van zwak-alcoholische dranken in benzinestations werd verboden.

Maar bovenal werd haar ministerschap bepaald door de financiële problemen van de vergrijzing en de toenemende medisch-technische mogelijkheden. Keer op keer moest ze vechten voor verhoging van haar financiële middelen. Om de kosten van de gezondheidszorg te beheersen, voerde ze een regeling in waarbij aan veelvoorkomende medische ingrepen een budget werd toegewezen. Dit leidde ertoe dat operatiekamers leegstonden, terwijl er wachtlijsten ontstonden.

Meer succes had Borst met het ontwerpen van een nieuw verzekeringsstelsel voor de gezondheidszorg. In 2006 werd een basisverzekering ingevoerd voor alle ingezetenen. Voor allerlei extra's moest men zich bijverzekeren. De splitsing tussen particulier en ziekenfondsverzekerden verdween. De verzekeringspremies werden nominaal. Iedereen ging een gelijke premie betalen. Afhankelijk van het inkomen betaalde men een extra bijdrage of ontving men bij een klein inkomen subsidie.

Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 1998 was Borst lijsttrekker voor D66. Door partijleider Hans van Mierlo werd ze op 31 mei 1997 als kandidaat-lijsttrekker aangekondigd met de woorden: "Het is een meisje geworden en we noemen haar Els". Bij deze verkiezingen ging D66 terug van 24 (een historisch hoogtepunt) naar 14 zetels. Tijdens de formatie voor een nieuw kabinet zat Borst korte tijd in de Tweede Kamer, waarvan een week (7-14 mei 1998) als fractievoorzitter. Ook trad ze in die periode op als informateur, samen met Wim Kok en Gerrit Zalm. In het kabinet-Kok II werd ze opnieuw minister van Volksgezondheid. Tevens werd ze tweede vicepremier.

Tijdens haar periode als bewindsvrouw kwam Borst enkele malen in de problemen. Tweemaal werd er een motie van wantrouwen tegen haar ingediend. Beide werden verworpen. De eerste was naar aanleiding van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie naar de Bijlmerramp. De commissie concludeerde dat minister Borst niet goed was omgegaan met de gezondheidsklachten van overlevenden en hulpverleners.

De tweede kwam naar aanleiding van een interview dat Borst had gegeven in NRC Handelsblad van 14 april 2001, twee dagen nadat de euthanasiewet was aangenomen. Hierin sprak ze de woorden "Het is volbracht". Deze uitspraak geldt bij christenen als een van de 'kruiswoorden' van Jezus, die hij zou hebben gesproken voordat hij aan het kruis stierf. De christelijke partijen in de Tweede Kamer namen het de minister kwalijk dat ze bij een voor veel christenen gevoelig onderwerp als euthanasie in een interview op Goede Vrijdag de kruiswoorden van Jezus citeerde. Borst bood in de Tweede Kamer haar verontschuldigingen aan en benadrukte dat ze geen associatie had willen oproepen met de godsdienstige betekenis,[2] waarna de motie van wantrouwen werd verworpen.

Na de politiek[bewerken]

Borst werd op 8 februari 2003 erelid van D66. Op 21 december 2012 werd ze benoemd tot minister van Staat.[3] Borst had tot haar dood in 2014 zitting in verschillende raden van toezicht.

Persoonlijk[bewerken]

Borst was getrouwd met bacterioloog Jan Borst, die in 1988 overleed.[4] Samen hadden ze drie kinderen.

Onderscheidingen[bewerken]

Gewelddadig overlijden[bewerken]

Borst werd op 10 februari 2014 dood aangetroffen in de garage van haar woning in Bilthoven.[6] Ze bleek met 41 steekverwondingen om het leven te zijn gebracht, maar dit laatste feit werd pas anderhalf jaar later publiekelijk vrijgegeven in een dagvaarding van het Openbaar Ministerie (OM).[7] Zeven dagen na haar overlijden vond er in de Dom van Utrecht een herdenkingsbijeenkomst plaats, waar onder anderen premier Mark Rutte en de oud-premiers Ruud Lubbers en Wim Kok aanwezig waren.[8] Ze werd op 15 februari begraven op de natuurbegraafplaats Den en Rust in Bilthoven. Drie dagen later werd ze herdacht in beide Kamers.[9][10]

In augustus 2014 leek het onderzoek naar het overlijden van Borst op een dood spoor, al waren er op dat moment nog circa 15 rechercheurs bij de zaak betrokken.[11] In oktober 2014 werd via het televisieprogramma Opsporing Verzocht het publiek om nadere informatie gevraagd.[12]

Op 21 januari 2015 werd een match gevonden met het op de plaats delict aangetroffen DNA. De verdachte, de 38-jarige Bart van U., zat reeds vast in verband met een levensdelict in Rotterdam eerder die maand.[13] Op 4 februari 2016 legde de verdachte voor de rechtbank een verklaring af waarin hij aangaf Borst gedood te hebben vanwege haar verantwoordelijkheid voor de Nederlandse euthanasiewet. Hij noemde zijn daad een "goddelijke opdracht". Naar eigen zeggen had hij Borst thuis drie keer opgezocht.[14] Pas nu werden er nog meer details over de moord publiekelijk vrijgegeven, onder meer dat Van U. Borst doelbewust in de ogen had gestoken. Tijdens het proces tegen van U. was deze informatie uit piëteit met Borsts nabestaanden door het OM achtergehouden.[15] De Rechtbank Rotterdam veroordeelde hem op 13 april 2016 tot tbs met dwangverpleging, niet alleen voor de doodslag op Borst maar ook voor die op een van zijn zussen. Ook zijn zus werd met tientallen messteken om het leven gebracht. Volgens de rechtbank is hij wegens een geestelijke stoornis volledig ontoerekeningsvatbaar. Het OM had acht jaar cel en tbs geëist, omdat justitie hem slechts verminderd toerekeningsvatbaar achtte. Deskundigen van het Pieter Baan Centrum hadden hem eveneens verminderd toerekeningsvatbaar bevonden.[16]

Na haar overlijden[bewerken]

Gemeenteraadsverkiezingen 2014[bewerken]

Borst stond bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 als lijstduwer op de lijst van D66 in de gemeente De Bilt. Er was na haar overlijden geen wettelijke mogelijkheid om haar naam te verwijderen. Ze behaalde 391 voorkeurstemmen.[17]

Vernoemingen[bewerken]

In het najaar van 2016 werd een plein voor het Hagaziekenhuis aan de Leyweg in Den Haag vernoemd naar Borst, het Els Borst-Eilersplein.[18]

Prijzen[bewerken]

Voorganger:
H. d'Ancona
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
1994-2002
Opvolger:
E.J. Bomhoff
Voorganger:
H.A.F.M.O. van Mierlo
Partijleider D66
1998
Opvolger:
Th.C. de Graaf
Voorganger:
H.A.F.M.O. van Mierlo
Tweede vicepremier
1998-2002
Opvolger:
J.W. Remkes