Elsschotproef

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Schrijven is schrappen. De Elsschotproef zorgt dat de essentie overblijft.

De Elsschotproef is een schrijfterm die vernoemd werd naar de Vlaamse schrijver Willem Elsschot. De proef schrapt zo veel mogelijk woorden uit (een ruwe versie van) een tekst, zonder dat inhoud verloren gaat. De Elsschotproef verhoogt de leesbaarheid.[1] Het is een activiteit om een tekst leesbaarder te maken, geen test die de leesbaarheid van een tekst bepaalt.

De Elsschotproef is niet het herschrijven of het inkorten van de tekst naar chattaal waarbij de zinsbouw van ondergeschikt belang is en (zelf gecreëerde) afkortingen en emoticons algemeen aanvaard zijn. Een afkorting die een begrip is (zoals OCMW) blijft na de Elsschotproef staan, afkortingen zoals m.a.w. of b.v. worden na de proef voluit geschreven of vervangen door één woord.

De Elsschotproef is verwant maar niet gelijk aan het schrijfprincipe Kill your darlings. Volgens dit principe schrapt men datgene waarvan de auteur eerst vindt dat het niet kan worden gemist, omdat hij er gevoelsmatig te zeer aan gehecht is. Later kan hij of zij tot het inzicht komen dat schrappen de tekst ten goede komt. In de praktijk komt dit advies ook vaak van een redacteur die objectiever kan oordelen of sommige passages of verwoordingen geschrapt dienen te worden.

Actief taalgebruik[bewerken]

De Elsschotproef zorgt voor een actief taalgebruik en maakt de zin

  • korter en duidelijk
  • directer en persoonlijker
  • levendig
  • minder ambigu of vrijblijvend.

Schermschrijven[bewerken]

De Elsschotproef wordt vaak gesuggereerd bij webschrijven. Omdat weblezen niet lijkt op het lezen van een boek, is een bondig taalgebruik aangewezen. Een weblezer lijkt de tekst eerder te 'scannen' en te 'skimmen' dan te lezen. Bij het scannen glijdt de lezersblik over de inhoud en staat hij kort stil bij titels, woorden en beelden. Skimmen is een snelle blik over de inhoud om de belangrijkste delen in kaart te brengen.

Bibliografie[bewerken]

  • Piet Grijs, Opperlans! Taal en letterkunde, Querido, Amsterdam, 2003
  • N. Kussendrager & D. van der Lugt, Basisboek journalistiek. Achtergronden, genres, vaardigheden, Wolters Noordhoff, Groningen, 2002

Zie ook[bewerken]