Emmy Göring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Emmy en Hermann Göring voor de Dom van Berlijn.
Emmy en Hermann Göring

Emmy Göring, geboren als Emma Johanna Henny Sonneman, (Hamburg, 24 maart 1893München, 8 juni 1973) was een bekende Duitse toneelspeelster en de tweede vrouw van nazileider Hermann Göring.[1] Tijdens het naziregime fungeerde ze vaak als „Hohe Frau“ van nazi-Duitsland.[2]

Biografie[bewerken]

Emmy Göring werd op 24 maart 1893 als Emma Sonneman geboren in Hamburg. Ze groeide op in een vrij rijke familie en al gauw besloot Emmy dat ze toneelspeelster wilde worden. Ze genoot haar opleiding bij Leopold Jessner in Hamburg. Hierna trad ze op in diverse theaters en uiteindelijk ging ze in dienst bij het theater van Weimar. In 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog, trouwde Emmy met Karl Köstlin, maar al na enkele jaren scheidden de twee.

Huwelijk met Hermann Göring[bewerken]

Emmy ontmoette in 1931 Hermann Göring.[3] Er was destijds echter geen sprake van een liefdesrelatie, daar Hermann Göring getrouwd was met de Zweedse Carin Fock. Toen Görings vrouw overleed, zagen Emmy en Hermann elkaar steeds vaker en ontstond er een liefdesrelatie. In 1934 verleende Göring haar de titel Staatsschauspieler, het hoogst haalbare voor een toneelspeler. In 1935 stopte ze met toneelspelen; haar laatste toneelspel was Minna von Barnhelm oder das Soldatenglück.

De bruiloft op 10 april 1935 was een groot feest.[4] De straten waren versierd, de binnenstad van Berlijn was afgesloten voor verkeer en meer dan tweehonderd vliegtuigen van de pas opgerichte Luftwaffe cirkelden boven het paar.[5]

Op 2 juni 1938 beviel Emmy haar eerste kind, genaamd Edda. Ze zou zijn genoemd naar de oudste dochter van Benito Mussolini. Al gauw kreeg ze de titel „Hohe Frau“, wat inhield dat ze als first lady van nazi-Duitsland moest optreden, daar Hitler niet getrouwd was.[2] In de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog kon Emmy vrijwel alles krijgen wat ze zich wenste. Hermann Göring noemde zijn verblijf in Rominten, het Reichsjägerhof, naar zijn tweede vrouw, de Emmyhall. Zijn groot landhuis, waar hij met Emmy woonde, was genoemd naar zijn eerste vrouw, de Carinhall. Emmy maakte daar nooit een probleem van.

Naoorlogse periode[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog werd ze door de Amerikanen gevangengenomen. Eerst zaten Emmy en Edda samen met Hermann gevangen in kamp Ashcan in Mondorf, Luxemburg. Tijdens het proces van Neurenberg verbleef ze in een appartement nabij en bezocht ze zo vaak als mogelijk haar man. In 1948 werd ze in de Spruchkammer van Garmisch-Partenkirchen als actieve nazi aangemerkt. Het vonnis hield in dat dertig procent van haar bezitting in beslag werden genomen, ze één jaar dienst moest doen in een werkkamp en vijf jaar niet op het podium mocht verschijnen. Tijdens haar verblijf in diverse interneringskampen, leed Emmy aan ischias. Nadat ze werd vrijgelaten ging ze in een nieuw appartement in Berlijn wonen. Ze publiceerde in 1967 een autobiografie onder de titel An der Seite meines Mannes - Begebenheiten und Bekenntnisse.

Emmy overleed na een lang ziekbed in 1973 op tachtigjarige leeftijd in München. Ze is begraven op het Waldfriedhof in München.

Externe links[bewerken]

Bronnen
  • Sigmund, Anna Maria, Walkuren van het Derde Rijk - De vrouwen van de nazi's, Aspekt, 2002
  • Göring, Emmy, An der Seite meines Mannes - Begebenheiten und Bekenntnisse, K.W. Schültz, Göttingen, 1967
  • Mosley, Leonard, Hermann Göring: Portret van een Rijksmaarschalk, Elsevier Focus BV, 1979
  • Manvell, Roger & Fraenkel, Henrich, Hermann Göring - Van oorlogsheld tot oorlogsmisdader, Just Publishers, 2007

Referenties

  1. Roger Manvell & Heinrich Fraenkel, Hermann Göring - Van oorlogsheld tot oorlogsmisdader, Just Publishers, 2007, pag. 78
  2. a b Hermann Weiß, Personenlexikon 1933 – 1945 (heruitgave), 1998/2002, pag. 156-157
  3. Mosley, L., Hermann Göring: Portret van een Rijksmaarschalk, Elsevier Focus BV, 1979, pag. 158
  4. Mosley, L., Hermann Göring: Portret van een Rijksmaarschalk, Elsevier Focus BV, 1979, pag. 227
  5. Mosley, L., Hermann Göring: Portret van een Rijksmaarschalk, Elsevier Focus BV, 1979, pag. 228