Naar inhoud springen

Energiecrisis van 2026

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een tankstation in de provincie Sukhothai in Thailand, met een bord: "Geen diesel meer" (22 maart 2026).

De wereldwijde energiecrisis van 2026[1] is in gang gezet als gevolg van de gezamenlijke militaire aanvallen van de Verenigde Staten en Israël vanaf 28 februari op Iran, waarbij Iran reageerde door onder andere de Straat van Hormuz af te sluiten en gas- en olie-installaties in naburige Golfstaten aan te vallen. Israël viel ook installaties in Iran aan.

Deze energiecrisis heeft uitsluitend betrekking op fossiele energie. Duurzame bronnen zoals zonne-energie en windenergie werden niet getroffen en groeiden zelfs in populariteit.

Na aanvallen door Israël op 18 maart op de installaties van het Iraanse South Pars-gasveld, en Iraanse tegenreacties in naburige Golfstaten, piekte de gasprijs rond €70 euro per megawattuur op de Nederlandse gasbeurs Title Transfer Facility, tegenover €30 voor de Iranoorlog.[2] Die prijzen zijn echter op een langere tijdsschaal nog niet bijzonder hoog.

Sluiting van de Straat van Hormuz

[bewerken | brontekst bewerken]

Tot 12 maart voerde Iran 21 bevestigde aanvallen op koopvaardijschepen uit. De waarschuwingen van de Iraanse Revolutionaire Garde en de daaropvolgende aanvallen op schepen hadden tot gevolg dat het scheepsverkeer sterk afnam, waarbij het tankerverkeer initieel met zo'n 70% daalde en meer dan 150 schepen buiten de straat ankerden om risico's te voorkomen.[3][4] Kort daarna daalde het verkeer tot ongeveer nul. Deze storing beïnvloedde ongeveer 20% van de dagelijkse olievoorziening ter wereld en aanzienlijke hoeveelheden vloeibare aardgas (LNG). Grote scheepvaartmaatschappijen schortten hun activiteiten in het gebied op.[5][6] 

Door de vrees voor langdurige tekorten stegen de olieprijzen sneller dan tijdens enig ander conflict in de recente geschiedenis.[7] De Brent-olieprijs overschreed op 8 maart 2026 voor het eerst in vier jaar de prijs van US$100, met een piek van US$126 per vat.[4][8][9][10] De afsluiting van de zeestraat werd beschreven als de grootste verstoring van de energievoorziening sinds de oliecrisis van de jaren zeventig[11] en de grootste in de geschiedenis van de wereldwijde oliemarkt.[12]

Het dagelijks gemiddelde volume LNG door de straat (2024)[13]

De zeestraat is op het smalste punt 34 kilometer breed en vormt een zeeweg tussen Iran en Oman. De twee eenrichtingsscheepvaartroutes maken de doorvoer van ongeveer 20 miljoen vaten olie per dag mogelijk, wat neerkomt op ongeveer 20% van de wereldwijde oliehandel over zee, voornamelijk van producenten zoals Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Irak en Qatar.[14][3] In 2024 was naar schatting 84% van de ruwe olie en condensaattransporten door de zeestraat bestemd voor Aziatische markten,[5] waarbij China een derde van zijn olie via de zeestraat ontving en ongeveer een miljard vaten olie in voorraad had (een voorraad voor een paar maanden).[15] Europa ontving 12% tot 14% van zijn LNG uit Qatar, via de zeestraat.[16]

Iran had mogelijke verstoringen van de Straat van Hormuz aangekondigd als reactie op de dreigingen in het begin van 2026, waaronder een tijdelijke gedeeltelijke sluiting eerder februari 2026 als waarschuwing.[17]

In amper anderhalve week tijd steeg in Nederland de olieprijs met ruim 12% en de dieselprijs steeg nog sneller.[18]

Er trad een hernieuwde interesse op in de energietransitie, onder andere in elektrificatie van auto's en verwarming, zoals warmtepompen.[1] Ondanks de belangstelling voor schonere alternatieven, werden in Nederland op korte termijn tekorten opgevangen door middel van kolencentrales.[19] Gebruik van kolen wordt al enige jaren actief afgebouwd en in 2030 zullen de kolencentrales naar verwachting gesloten worden. Door Henri Bontenbal van het CDA werd de discussie daarover echter weer hernieuwd; hij meende dat de kolencentrales in de geopolitieke onrust als alternatief beschikbaar moesten blijven. België, dat al geen kolencentrales meer gebruikt, kocht één derde deel van de productie van de Rotterdamse kolencentrale op om tekorten aan te vullen.[20]