Engelse buldog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Engelse buldog
Hondenras
Engelse buldog
Engelse buldog
Basisinformatie
Andere namen Engelse buldog
Oorsprong Verenigd Koninkrijk
Classificatie FCI: Groep 2 Sectie 2.1 #149
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Lijst van hondenrassen

Beluister

(info)

De Engelse buldog, meestal gewoon buldog (stierhond) genoemd, is een middelgroot hondenras.

Geschiedenis[bewerken]

Dit hondenras is een nauwe bloedverwant van de oude vechthonden van het molossertype, machtige dieren die hun naam ontlenen aan de landstreek Molossus in het Griekenland der klassieken. De naam buldog duikt voor het eerst op in 1631, terwijl de eerste afbeelding van het ras uit 1740 dateert. Naar men beweert zou een zekere graaf Warren uit Stanford in 1231 gezien hebben hoe twee honden een paar vechtende stieren scheidden en hitsten. Aangezien zijn gevolg net als hij veel plezier had gehad in het schouwspel, organiseerde de graaf het van tijd tot tijd. Al spoedig groeide het in Engeland uit tot een waar volksvermaak. Men koos er zware honden met brede kaken voor uit, fokte deze systematisch verder en lette daarbij vooral op aangeboren scherpte.

Op deze wijze ontstond een slag honden met massale schedel en brede muil, naar achteren gerichte hoektanden die als het ware geschapen waren om vast te houden wat ze eenmaal te pakken hadden, en met een "terugliggende" neus, die het dier in staat stelde adem te halen zonder de tegenstander los te laten. Korte, ver uit elkaar geplaatste voorpoten gaven hem een vaste stand. Toen in 1835 in Engeland het bullenbijten bij de wet verboden werd, was het ras reeds kant-en-klaar. Werkloos geworden, zou het waarschijnlijk uitgestorven zijn, als een zekere Bill George het niet dwars tegen de openbare mening in, was blijven fokken. Uit de beruchte knokker en moordenaar groeide thans een trouwe waker en begeleider, een beminnelijke huisgenoot, die om zijn goede eigenschappen uitgroeide tot nationaal symbool: John Bull was niet meer denkbaar zonder zijn buldog.

Kenmerken[bewerken]

De buldog heeft een erg gladde vacht, gerimpelde wangen, sterke voorpoten maar langere achterpoten. In tegenstelling tot de reputatie van de hond is een buldog een zeer gemoedelijk hondenras. De buldog is zeer vriendelijk tegen zowel mensen (inclusief kinderen) en andere hondenrassen. Buldoggen zijn echter wel koppig en beschermend.

De Engelse buldog weegt 22 tot 25 kilo. De vacht is kortharig en komt voor in beige, roodbruin, gestroomd (met of zonder zwart masker), wit (met veel donker pigment op snuit en ogen) en wit gevlekt.

Er bestaat ook een Olde English Bulldogge, soms Victorian Bulldog genoemd. Deze is iets grover gebouwd en heeft een staart van normale lengte. Hij staat gewoonlijk ook hoger op zijn poten.

Gezondheid[bewerken]

Buldoggen kunnen ademhalingsproblemen krijgen, aangezien hun terugliggende neus een goede luchtstroom bemoeilijkt. De Engelse buldog is snel kortademig en zeer gevoelig voor het brachycefaal obstructief syndroom, een aandoening die veel voorkomt bij honden met een kleine schedel en platte snuit, en leidt tot ernstige ademhalingsproblemen en een verminderd uithoudingsvermogen. Ook gewrichtsproblemen aan de heupen en knieën komen regelmatig voor. Daarnaast verlopen het paren en het werpen van pups nogal eens problematisch. Omdat veel Engelse buldoggen niet in staat zijn zich op een natuurlijke manier voort te planten heeft dit ras vaak te maken met kunstmatige inseminaties en keizersneden (dystocia). De Engelse Buldog heeft ook vaak oogaandoeningen, allergieën, eczeem en oorontstekingen.[1][2][3]

De Engelse buldog wordt qua dierenwelzijn bij hondenrassen in slechte zin regelmatig aangehaald vanwege deze problemen en een rasstandaard die hiermee blijft conflicteren.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Crook A et al. 2011. Canine Inherited Disorders Database (CIDD)
  2. LICG, (2016), Rashondengids, via www.rashondengids.nl; Gebaseerd op resultaten Incidentie onderzoek, faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht
  3. Baller, L., Boots, N., Jansen, M., Kruitwagen, L., Ringelberg, J., (2012), Zo ziek als een hond, Onderzoek naar het voorkomen van (erfelijke) aandoeningen bij rashonden in Nederland, Wageningen Universiteit Research Centre.