Enlil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Enlil of Ellil was de stadsgod van Nippur en hoofdgod van Sumer. Samen met zijn broer (soms ook zijn vader) en voorganger Enki was Enlil afstammeling van de oudere oppergod Anu, de Hemelstier. In sommige tradities werd het koppel Enki en Ninki echter ook als ouders van Enlil gezien[1]. Enlil/Ellil, Heer van de Aether/ Ether, was een van de hoogste goden. De Here van de Lucht, afgebeeld als een vogel, net omdat de Geest, de menselijke geest, tussen hemel en aarde zweeft. Het stond symbool voor de Heilige Geest. Nadien werd Marduk hoofdgod en zo werd Enlil plots de broer van Marduk. Er waren bijgevolg drie belangrijke goden in Nippur. Anu, de gepensioneerde Oervader, die in dé Apsu/Abzu, het Waterpaleis woont. Marduk, ook Tammuz genoemd in Oude Testament, en Enlil, de Heilige Geest. Abzu: 'Ab' betekent Vader en 'Zu' weten. Anu was bijgevolg de Alwetende Vader van de kosmos.

De zuster van Enlil was de moedergodin Ninhursag, Moeder der Goden. Oorspronkelijk heette ze Ninmah, maar haar zoon Ninurta, gaf haar de naam Vrouwe van de Bergen, na zijn overwinning op stenen en bergen. Ter verduidelijking, Ninurta was ook de zoon van Enlil. De moedergodin was bekend onder verschillende namen, zoals Dingirmah, Nintu, Nammu, Mami of Mammie, Ninmema of Belet-ili. Nammu is ook de naam van de alleroudste godinnen. Daardoor was zij ook de moeder van Enki, en in sommige gevallen van 'An' en 'Kî', 'Hemel' en 'Aarde'. Ki betekent aarde. Haar naam werd geschreven als Engur, en dat is synoniem van Abzu, het Waterpaleis waar ook Anu woonde.

Enki, later Ea betekent de "Here van de Aarde". Later werd Marduk de Here van de Aarde. De drie namen bestonden naast elkaar, maar ze waren alle drie erkent als dé goden van de Aarde. Marduk werd meer en meer de persoonlijke god tussen kosmos (Anu) en Aarde. Hij was een Tammuz, wat Herdersgod betekent, een Heilig Lam.

Nippur, de Vaticaanstad, was een theologisch universitair centrum, zonder koning. Daar was het "Huis van de Tablet" gevestigd, de Eduba. In de Universiteit werden de 700 spijkerschrift tekens aangeleerd. De leergang is te vergelijken met onze universitaire opleiding. In Nippur werd door de theologen het ganse Pantheon, de lijst van de 600 goden, herschreven. Door de vele stadstaten, die nu een land vormden, trad syncretisme op. Dat is namelijk het samengroeien van verschillende goden tot één. Er was geen enkele intolerantie tegenover andere goden. Die kwam er pas door wereldbeeld in Oude Testament. Door het syncretisme werd 'Mar' 'Duk' 'U', Zoon van de Heilige Berg, de persoonlijke god tussen Anu, de Vader, en de Aarde. En zo werden Ea/Enki in verhalen uit het pantheon geschreven. De godenfamilie werd heringedeeld. Zo ontstonden er nieuwe lange lijsten van voorgeslachten. Fictieve lijsten, die we ook terugvinden in Oude Testament, maar wel in navolging van de Babyloniërs. Zo werd ook Ellil/Enlil, de broer van Marduk. Marduk was een Duku, een Zoon van de Heilige Berg of in Akkadisch, een Dumuzi, een Ware Zoon van Heilige Berg. Zo werd Marduk verzeenzeldigd met zijn aardse vader Ea. Zo kon hij zijn eigen vader verwekken. Alles was mogelijk bij herschrijven Panteon. En werd hij de Allergrootste, de Koning der Goden, het Zonnekind, de Stralende. Enuma Elisj, Tablet 7: vers 97 Eén van de nieuwe 40 namen van Marduk waar hij zijn eigen aardse vader schept ...

"*ARANUNNA, Raadgever van Ea, Schepper van zijn goddelijke vaderen, wiens goddelijk gedrag geen enkele god kan evenaren."

'Ar' betekent raad. Nunna is andere naam voor Enki.

De Drieeenheid was een Sumerische conceptie. De moeilijkheid ligt hierin dat men soms een eigennaam niet vertaald en zo wordt deze een Persoonsnaam. Enlil had ook vijftig namen. Het bijna hoogste getal. Marduk had er tien maar kreeg er nu, doordat hij steeg in rangorde, nog 40 namen bij (van Enki/Ea) want Hij moest gelijkwaardig worden aan zijn broer, Enlil, de Heilige Geest, de geest van de lucht en de mens. Want deze geest kwam van god. We moeten goed begrijpen dat de mens onder de indruk was van de overweldigende grootsheid van de kosmische verschijnselen en zichzelf. Alles was verbonden met kosmisch religieuze gevoel van wonderen der Natuur. Ook zijn eigen Geest!

Anu bleef de hoogste in getal namelijk 60. Net omdat men een zesdelig wiskundig stelsel had. Onze tijdsindeling, het zeskundig stelsel en cirkel (360°), vonden hier hun oorsprong.

In Nippur werd ook - nog 1500 jaar voor de Griekse Grammatica - ongeveer 5000 jaar geleden, de grammatica herschreven. Daar woonde ook de god van de Schrijfkunst, Nabû. Op de Grenssteen van Nebukkadnezar, zijn alle genoemde goden samen in etnografisch schrift te zien. Het Sumerisch spijkerschrift werd herschreven in Het Huis van de Tablet ten behoeve van de Babyloniërs volgens de Uitspraak. Fonetisch bijgevolg! De Feniciërs verspreiden het wegens het gebruiksgemak in hun handelscontracten, weliswaar niet op kleitabletten geschreven, waardoor ze verloren gegaan zijn.


Naam[bewerken]

Rond de naam Enlil zijn vele betekenissen gegeven. De eerste die betekenis aan zijn naam gaf was Nötscher hij zei dat Enlil 'Heer van de wind betekent'. Dat is dan ook de klassieke interpretatie. Maar er zijn verschillende interpretaties, Jacobsen zei dat Enlil eerder 'levensgeest' betekende en Steinkeller dacht eerder aan behekst huis. Enlil had vele epitheta zoals Helderogige Berg, Heer Lucht. Naast epitheta had Enlil ook een aanzienlijk aantal alternatieve namen zoals Kúrgal.

Enlil en Ninlil[bewerken]

Een bekende tekst waar Enlil in voorkwam is de tekst 'Enlil en Ninlil'. Daarin is te lezen hoe Enlil Ninlil zwanger maakte van de goden Suen, Nergal, Ninazu en Enbilulu.[2].

Stadsgod van Nippur[bewerken]

Zijn tempel in Nippur werd "Huis van de Berg" genoemd, ofschoon slechts 600 m boven de zeespiegel gelegen.

Zonder Enlil, de Grote Berg
zou geen stad gebouwd, geen fundament gelegd
geen stal gebouwd, geen schaapskudde gevormd
geen koning verheven en geen hogepriester geboren worden

Op een kleitablet is te lezen:

In een gouden eeuw, zonder slangen, zonder schorpioenen… toen de mens nog geen vijand had, konden alle mensen in dezelfde taal spreken met hun god Enlil.

en

U bent de Heer, goede Heer, van de graanschuur, die gerst doet ontspruiten en wijnranken…

Lofdichten bezingen niet alleen zijn macht inzake landbouw en vruchtbaarheid maar ook over de maatschappelijke orde.

Enlil was de bron van de wetgeving. Hij was degene die de kroon op het hoofd van de koning zette .

Teloorgang[bewerken]

Hij werd later in belang verdrongen door de god Marduk door toedoen van Nebukadnezar I. Hij bracht het standbeeld van Marduk terug naar Babylonië. Men dacht dat de god effectief leefde in het standbeeld. Toen het standbeeld gestolen was door de Elamieten dacht men dat Marduk Babylon had verlaten. Nebukadnezar I bracht het standbeeld terug zo rond de twaalfde eeuw voor onze jaartelling. De Babyloniërs dachten dus dat Marduk persoonlijk was teruggekeerd. De Babyloniërs waren dermate onder de indruk dat ze de god steeds meer in hun religieuze teksten lieten voorkomen. Een voorbeeld van zo een tekst is het Enuma Eliš. Hij verstootte geleidelijk aan Enlil van het schouwtoneel. Enlil bleef waarschijnlijk wel aanbeden worden maar niet meer als oppergod van het Pantheon.