Erembalden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Erembalden waren een machtige Brugse familie uit de 11de eeuw. Deze dynastie begon toen Erembald (†1089), een horige uit Veurne, burggraaf werd van de stad Brugge. Hij breidde zijn macht met succes uit en plaatste zijn familieleden op de machtigste posities van het Graafschap Vlaanderen.

Zijn zoon, Bertulf (†1127) schopte het (dankzij de bemiddeling van zijn vader) tot kanselier van Vlaanderen, waarbij hij ook proost werd van de Sint-Donaaskerk en het kapittel, het machtscentrum van het graafschap. De vraag is of hun positie wel altijd even legaal werd verworven. Hun familie staat historisch beschreven als de 'clan der Erembalden', en dat heeft alles te maken met de moord op Karel de Goede; maar misschien ook wel met de manier waarop ze de macht probeerden te grijpen over de stad Brugge en het graafschap Vlaanderen.

Over conflicten met de vorige graven is weinig bekend, maar dat het tussen de Erembalden en Karel de Goede helemaal niet goed ging weten we dankzij het zorgvuldige verslag van Galbert van Brugge. Allereerst is het al verboden voor horigen (en hun nakomelingen, die ook horig zijn) om dergelijke hoge titels te bekleden. Nu was dat nog niet zo uitzonderlijk in Vlaanderen, omdat de enorme rijkdom van het gewest een totaal nieuwe klasse van geldadel had tot ontwikkeling gebracht ('ministeriëlen'), die de klassieke aristocratie stevig naar de kroon stootte, zodat het familiale verleden vaak zorgvuldig kon worden weggemoffeld.

In 1124-1125 teisterde een zware hongersnood Europa maar Karel de Goede won de sympathie van zijn volk (en zijn bijnaam) door op een correcte manier in te grijpen en het aantal slachtoffers te beperken.

Karel wou de speculatie, misbruiken en geweldplegingen van de Erembalden breken en plande een algehele aanslag van hun bezittingen, gezien hun status als horigen. De Erembalden sloegen hard terug en vernietigden het bezit van Tancmaar van Straeten, een lid van de hofhouding van Karel.

Op 2 maart van 1127 werd Karel de Goede door de Erembalden neergestoken, terwijl hij zat te bidden in de Sint-Donaaskerk. Ironisch genoeg was zijn vader op dezelfde manier omgebracht. De Erembalden versterkten hun greep op de stad Brugge, overtuigd dat hun daad ongestraft zou kunnen blijven, doch een strafexpeditie onder Gervaas van Praet, kamerling van de graaf, en de stad Gent, met hulp van de Bruggelingen zelf, slaagde erin om de stad Brugge te bevrijden en de Erembalden te arresteren. Ook de Franse koning, Lodewijk VI schoot hierbij te hulp, allicht om zijn kandidaat-opvolger voor de Vlaamse troon op te dringen.

Alle 27 van de overblijvende samenzweerders werden uit de hoogste toren van de burcht naar beneden geworpen en hun bezittingen werden geconfisqueerd en verdeeld onder de baronnen. Lodewijk VI stelde Willem Clito aan als opvolger en vertrok terug naar Frankrijk. Een overblijvende telg van de Erembalden, Disdir Haket, burggraaf van Brugge ten tijde van de moord op Karel de Goede, zou na 1130 zijn functie als burggraaf nog kunnen voortzetten.