Eremocoris plebejus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Eremocoris plebejus
Eremocoris plebejus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Hemiptera (Halfvleugeligen)
Onderorde:Heteroptera (Wantsen)
Familie:Lygaeidae (Bodemwantsen)
Onderfamilie:Rhyparochrominae
Geslacht:Eremocoris
Soort
Eremocoris plebejus
(Fallén, 1807)
Gewone heremietwants (Eremocoris plebejus), nimf
Gewone heremietwants (Eremocoris plebejus), nimf
Afbeeldingen Eremocoris plebejus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Eremocoris plebejus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De Eremocoris plebejus is een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae). 'Gewone heremietwants' is de Nederlandse naam voor deze wants op Waarneming.nl, waar voor alle in de Benelux voorkomende wantsen eenduidige Nederlandse namen zijn ingevoerd. [1] [2]

De onderfamilie Rhyparochrominae wordt ook weleens als een zelfstandige familie Rhyparochromidae gezien in een superfamilie Lygaeoidea.[3] Lygaeidae is conform de indeling van bijvoorbeeld het Nederlands Soortenregister.

Uiterlijk[bewerken]

De gewone heremietwants is 5 tot 7,1 mm lang. De kop, het schildje (scutellum), het halsschild (pronotum), de poten en de antennes zijn zwart. De voorvleugels zijn roodachtig bruin met op het membraan (doorzichtige deel van de voorvleugels) halfcirkelvormige lichte vlekken naast de cuneus. De dijbenen van de voorpoten hebben twee grote en een aantal kleinere stekels.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De soort komt voor in geheel Europa en is naar het oosten verspreid in Siberië, China, Japan en de Kaukasus. De gewone heremietwants leeft in droge bossen, vooral naaldbossen en aan de bosranden, bij voorkeur op zandgrond of kalkhoudende grond.

Leefwijze[bewerken]

Deze bodemwantsen leven op de bodem onder struikhei (Calluna vulgaris) en bosbes (Vaccinium) in het mos of in de strooisellaag van de den (Pinus) en andere coniferen, zoals spar (Picea) of jeneverbes (Juniperus), waar ze aan de zaden zuigen. De imago’s overwinteren en in augustus verschijnt de nieuwe volwassen generatie. Onder gunstige omstandigheden kan er een tweede generatie worden gevormd, waarvan de nimfen overwinteren.

Externe link[bewerken]