Erich Kästner (schrijver)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Erich Kästner op muur in Dresden

Erich Kästner (Dresden, 23 februari 1899 - München, 29 juli 1974) was een Duitse schrijver, dichter en cabaretier. Kästner groeide op in een huurwoning in de Königsbrücker Straße in de Äußere Neustadt (Dresden). Daar vlak bij, aan de Albertplatz, staat de vroegere villa van zijn oom Franz Augustin, waarin tegenwoordig het Erich-Kästner-Museum is gehuisvest.

Kinderboeken[bewerken]

Een aantal van zijn kinderboeken zoals "Emil und die Detektive" en "Die verschwundene Miniatur" zijn bij vele middelbare scholieren in Nederland bekend als verplichte leesboeken voor het vak Duits.

Biografie[bewerken]

In 1919 ging hij geschiedenis, filosofie, germanistiek en theaterwetenschappen studeren in Leipzig. In 1927 ging hij naar Berlijn en bleef daar tot het einde van de Weimarrepubliek in 1933. Hij vertrok toen voor korte tijd naar Meran en naar Zwitserland, maar keerde spoedig terug naar Berlijn. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 vertrok hij naar München. Hij bleef daar tot zijn dood op 29 juli 1974. Hij overleed in het Münchener ziekenhuis Neuperlach en werd op de begraafplaats in München-Bogenhausen bijgezet. Kästner had een zoon, Thomas (1957), maar hij was nooit getrouwd.

Prijzen[bewerken]

In 1957 ontving hij de Georg-Büchner-Preis. In 1960 kreeg hij voor zijn gehele oeuvre, de Hans Christian Andersenprijs toegekend.

Geschiedenisvisie[bewerken]

Voor Kästner lijkt het verleden ‘op een rusteloos spook dat door onze dagen en dromen zwerft en, zoals geesten sinds mensenheugenis plegen te doen, op het moment wacht dat we het aankijken, aanspreken en aanhoren. Dat we, ons dood geschrokken, de slaapmuts over onze ogen en oren trekken, helpt niets. Het is e verkeerde methode. Het spook noch wijzelf zijn erbij gebaat. We kunnen niets anders doen dan hem in zijn ogen te kijken en te zeggen: “Spreek!” Het verleden moet praten en wij moeten luisteren. Eerder zullen wij en zij geen rust vinden.’[1]

Bibliografie[bewerken]

  • Herz auf Taille, (1928)
  • Emil und die Detektive, (1928)
  • Lärm im Spiegel, (1929)
  • Ein Mann gibt Auskunft, (1930)
  • Arthur mit dem langen Arm, (1931)
  • Pünktchen und Anton, (1931)
  • Fabian, Die Geschichte eines Moralisten, (1931)
  • Der 35. Mai, (1932)
  • Das verhexte Telefon, (1932)
  • Gesang zwischen den Stühlen, (1932)
  • Die Entwicklung der Menschheit, (1932, gedicht)
  • Das fliegende Klassenzimmer, (1933)
  • Drei Männer im Schnee, (1934)
  • Emil und die drei Zwillinge, (1934)
  • Die verschwundene Miniatur, (1935)
  • Doktor Erich Kästners lyrische Hausapotheke, (1936)
  • Der Zauberlehrling, (1936)
  • Georg und die Zwischenfälle, (1938), ook bekend als Der kleine Grenzverkehr
  • Münchhausen, script voor de UFA-film over de Baron von Münchhausen onder pseudoniem Berthold Bürger, (1943)
  • Bei durchsicht meiner Bücher (1946)
  • Das doppelte Lottchen, (1949)
  • Die Konferenz der Tiere, (1949)
  • Das fliegende Klassenzimmer, (1954)
  • Die dreizehn Monate, (1955)
  • Die Schule der Diktatoren, (1957)
  • Als ich ein kleiner Junge war, (1957)
  • Notabene 45, ein Tagebuch, (1961)
  • Das Schwein beim Friseur, (1962)
  • Der kleine Mann, (1963)
  • Der kleine Mann und die kleine Miss, (1967)