Erika Köth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het graf van Erika Köth op het "Alte Friedhof" in Darmstadt

Erika Köth (Darmstadt, 15 september 1927 - Speyer, 20 februari 1989) was een Duitse klassieke coloratuursopraan.

Biografie[bewerken]

In haar tienerjaren studeerde zij met Elsa Blank, voordat ze in 1948 haar operadebuut maakte als Philine in de opera Mignon van de Franse componist Ambroise Thomas. Binnen tien jaar behoorde zij tot de vaste groep van klassieke zangeressen, die in heel Duitsland optraden. Ze werd beroemd met haar coloratuursopraan in opera's van Mozart, in het bijzonder als de "Königin der Nacht" in Die Zauberflöte. Bekendheid bij het grote publiek kreeg ze door rollen in opera's en operettes van Franz Lehár, Albert Lortzing, Robert Stolz en Johann Strauss.

Bij de Bayreuther Festspiele zong Erika Köth de rol van de Waldvogel in Richard Wagners opera Siegfried. Verder trad ze op in Covent Garden (Londen), Rome, Los Angeles, San Francisco en Boedapest, hoofdzakelijk in Richard Straussrollen. Daarnaast speelde zij Lucia di Lammermoor en was ze "Mimi" in Giacomo Puccinis La bohème.

Op 63-jarige leeftijd kreeg ze een niet te genezen vorm van kanker. Ze overleed op 20 februari 1989 en werd op 23 februari 1989 begraven op het oude kerkhof van haar geboorteplaats Darmstadt door de bisschop van Speyer, Anton Schlembach. De voormalige ministerpresident van Rijnland-Palts, Bernhard Vogel, sprak een woord van rouw.

Discografie (selectie)[bewerken]

  • Entführung aus dem Serail (Opera)
  • Banditenstreiche (Operette)
  • Rigoletto (met Rudolf Schock)
  • Erika Köth sing Arien von Wolfgang Amadeus Mozart
  • Erika Köth, Portret
  • Deutsche Volkslieder
  • Erika Köth in ihren Lieblingsrollen

Filmografie[bewerken]

  • 1955: Ein Herz voll Musik
  • 1955: Mozart (gastoptreden als "Königin der Nacht")
  • 1958: Mein ganzes Herz ist voll Musik

Onderscheiding[bewerken]

Erika Köth is geëerd met de Beierse Orde van Verdienste.

Externe link[bewerken]