Ernst Hirsch Ballin
Ernst Maurits Henricus Hirsch Ballin (geboren als Ernst Maurits Henricus Hirsch, Amsterdam, 15 december 1950) is een Nederlands voormalig politicus van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) en rechtsgeleerde.
Hirsch Ballin was minister van Justitie in het kabinet-Lubbers III van 1989 tot 1994, kortstondig lid van de Tweede Kamer van 1994 tot 1995, lid van de Eerste Kamer van 1995 tot 2000 en lid van de Raad van State van 2000 tot 2006. Hij was wederom minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende III en IV van 2006 tot 2010 en kortstondig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in datzelfde kabinet in 2010. Hirsch Ballin was later lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 2014 tot 2019.
Jeugd en studie
[bewerken | brontekst bewerken]Hirsch Ballin is de zoon van de Duitse rechtsgeleerde Ernst Denny Hirsch Ballin, die in de jaren 30 terecht kwam in het kamp Buchenwald. Na de bevrijding werd hij hoogleraar in Amsterdam. Ernsts moeder Maria Koppe was katholiek en hij kreeg een katholieke opvoeding.
Hirsch Ballin studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Sinds zijn studietijd rekent hij zich tot het katholicisme. Hij is in 1979 aan de UvA gepromoveerd op het proefschrift Publiekrecht en beleid.
Loopbaan
[bewerken | brontekst bewerken]Hoogleraar aan de KUB 1981-1989
[bewerken | brontekst bewerken]Van 1981 tot 1989 was hij hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant.
Minister van Justitie in Lubbers III 1989-1994
[bewerken | brontekst bewerken]In 1989 trad Hirsch Ballin voor het CDA als minister van Justitie toe tot het kabinet-Lubbers III. Na het overlijden van Ien Dales op 10 januari 1994 was hij een week tevens waarnemend minister van Binnenlandse Zaken, tot Ed van Thijn (PvdA) deze portefeuille op 18 januari overnam.
In april 1994 kwam zijn positie in gevaar door het politiek debat over de IRT-affaire, toen bleek, in tegenstelling tot de conclusies van de commissie-Wierenga, dat er bij het eind 1993 opgeheven Interregionaal Recherche Team (IRT) Noord-Holland/Utrecht wel degelijk sprake was van ongeoorloofde infiltratie-methoden in de georganiseerde misdaad.[2][3] Hirsch Ballin was daardoor genoodzaakt aan het eind van de kabinetstermijn, in de demissionaire periode na de verkiezingen van mei 1994, ontslag te nemen na het tumult over deze affaire[4], vrijwel direct gevolgd door Van Thijn. Hij werd tijdelijk opgevolgd door zijn staatssecretaris Aad Kosto.
Hoogleraar en staatsraad 1994-2006
[bewerken | brontekst bewerken]Vervolgens was hij van 1994 tot 2006 weer hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant, deze keer in het internationaal recht. Van 1996 tot 1998 was hij ook hoogleraar aangaande wetgevingsvraagstukken. Ook was Hirsch Ballin vanaf 2000 lid van de Raad van State, waar hij in 2003 voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak werd.
Minister van Justitie in Balkenende III en IV 2006-2010
[bewerken | brontekst bewerken]
Vanaf 2000 was Hirsch Ballin eveneens lid van de Raad van State, totdat op 22 september 2006 bekend werd dat hij de dag daarvoor afgetreden minister Donner van Justitie was opgevolgd in het kabinet-Balkenende III.[5] Aan zijn portefeuille werd op 13 december het vreemdelingenbeleid toegevoegd, dat hij van Rita Verdonk overnam.
In het kabinet-Balkenende IV werd Hirsch Ballin opnieuw minister van Justitie. In deze functie vertolkte hij een belangrijke rol in het debat in de Tweede Kamer over de film Fitna. In dit debat stelde Geert Wilders door Hirsch Ballin belazerd te worden. Pas in 2020 werd duidelijk dat Hirsch Ballin zich in 2008 actief heeft ingezet om Wilders te vervolgen. Toen het OM geen strafbare feiten zag in Wilders’ uitspraken in diverse media over de islam, liet Ernst Hirsch Ballin tot drie keer toe een onafhankelijk expert aanrukken om die beslissing te heroverwegen. Dat bracht hem in ernstig conflict met het toenmalige college van procureurs-generaal.[6][7][8]
Hirsch Ballin kwam in mei 2008 onder vuur te liggen wegens zijn vermeende invloed in de arrestatie van de cartoonist Gregorius Nekschot. Hij gaf echter aan de Tweede Kamer aan geen bemoeienis in de arrestatie te hebben gehad. Volgens de oppositie was het vervolgen van de cartoonist bedoeld om een uitspraak van de rechter over godslastering uit te lokken, om zo, via een omweg, het verbod op godslastering toch in te voeren tegen de wens van de meerderheid van het kabinet in.[9]
Na het uittreden van de PvdA-ministers uit het kabinet-Balkenende IV in februari 2010 werd hij tevens (demissionair) minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010 stelde Hirsch Ballin zich niet opnieuw verkiesbaar.[10]
Carrière na de politiek 2010-heden
[bewerken | brontekst bewerken]Hirsch Ballin keerde zich op 2 oktober 2010 tijdens het CDA-congres zich tegen de deelname van zijn partij aan het gedoogakkoord met de PVV van Geert Wilders. Daags voor het congres had hij dat ook al publiekelijk gedaan. Nadat eind april 2012 de gedoogconstructie met de PVV was stukgelopen en het kabinet-Rutte I was gevallen, riep hij op tot een openlijke bespreking binnen het CDA van de mislukte samenwerking.
Hij was van 2011 tot 2021 opnieuw hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, met als leeropdracht Nederlands en Europees constitutioneel recht. Op 1 januari 2021 ging hij met emeritaat; hij werd opgevolgd als hoogleraar door Ingrid Leijten.
Hij was van april 2014 tot april 2019 lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en bleef daarna tot april 2024 aan dit orgaan verbonden als adviserend lid.
Bibliografie
[bewerken | brontekst bewerken]Hirsch Ballin heeft diverse publicaties over (wijsgerig-)juridische en ethisch-religieuze zaken op zijn naam staan.
Onderscheidingen
[bewerken | brontekst bewerken]Enkele onderscheidingen die Hirsch Ballin ontving:[11]
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw 1994
- Officier in de Orde van Oranje-Nassau 2010
- Officier in het Franse Legioen van Eer 2014
- NJV-prijs 2014
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau 2022
- ↑ https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-15905.html.
- ↑ Oppositie dreigt met motie van afkeuring in debat over IRT. Gearchiveerd op 10 november 2019.
- ↑ Hirsch Ballin zou groot risico nemen door fouten te ontkennen. Gearchiveerd op 10 november 2019.
- ↑ Kok bestrijdt lezing Lubbers over aftreden Hirsch Ballin. Gearchiveerd op 10 november 2019.
- ↑ Hirsch Ballin en Winsemius minister NU.nl, 22 sep 2006
- ↑ Kamerbrief over Wob-besluit Volkskrant documenten vervolging Wilders. Gearchiveerd op 5 februari 2020. Geraadpleegd op 5 februari 2020.
- ↑ Sem, van der Waal (4 februari 2020). Hirsch Ballin liet strafbaarheid Wilders drie keer onderzoeken. Gearchiveerd op 1 december 2020. Reformatorisch Dagblad 2020
- ↑ Raoul du Pré, Remco Meijer, Minister Hirsch Ballin bemoeide zich intensief met eerste proces tegen Wilders. de Volkskrant (3 februari 2020). Geraadpleegd op 5 februari 2020.
- ↑ Hirsch Ballin misbruikt Nekschot De Pers 20 mei 2008
- ↑ NU.nl. Remkes en Van Geel uit Tweede Kamer, 16 maart 2010.
Nederlands Dagblad. Jack de Vries verkiesbaar voor CDA, 16 maart 2010. Gearchiveerd op 6 december 2021. - ↑ Curriculum vitae op de website van Tilburg University. Gearchiveerd op 14 januari 2015.
| Voorganger: F. (Frits) Korthals Altes M.C.F. (Rita) Verdonk (wnd) |
Minister van Justitie 1989–1994 2006–2010 |
Opvolger: A. (Aad) Kosto I.W. (Ivo) Opstelten |
| Voorganger: R.F.M. (Ruud) Lubbers (wnd) |
Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1989–1994 |
Opvolger: R.F.M. (Ruud) Lubbers |
| Voorganger: C.I. (Ien) Dales G. (Guusje) ter Horst |
Minister van Binnenlandse Zaken 1994 2010 |
Opvolger: E. (Ed) van Thijn J.P.H. (Piet Hein) Donner |
| Voorganger: P. van Dijk |
Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 2003–2006 |
Opvolger: P. van Dijk |
- CDA-politicus
- Eerste Kamerlid
- Tweede Kamerlid
- Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam
- Hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg
- Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
- Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
- Nederlands ambtenaar
- Nederlands minister van Binnenlandse Zaken
- Nederlands minister van Justitie
- Nederlands minister van Koninkrijksrelaties
- Nederlands rechtsgeleerde
- Nederlands regeringscommissaris
- Nederlands staatsraad