Ernst Knorr

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ernst Knorr
ErnstKnorr.jpg
Geboren 13 oktober 1899
Heiligenbeil, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 7 juli 1945
Scheveningen, Zuid-Holland, Nederland
Begraven Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn
Land/partij Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel Sicherheitspolizei
Dienstjaren 1923-1945
Rang SS-Untersturmfuehrer collar.png Shoulder-wss-ill-untersturmf.jpg
SS-Untersturmführer und Kriminalinspektor
Eenheid SD-Aussenstelle Groningen
Leiding over Sicherheitspolizei afdeling IV-A
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Dr. Ernst Knorr (Heiligenbeil, 13 oktober 1899Scheveningen, 7 juli 1945) was een SS-officier in de rang van Untersturmführer. Hij gaf leiding aan de SD. Hij maakte deel uit van Referat IVA (Bekämpfung Kommunismus) van de Sicherheitsdienst in Den Haag en stond bekend als de beul bij verhoren.

Loopbaan in Nederland[bewerken]

Alle vingers aan zijn linkerhand waren geamputeerd. Hij had een doctorstitel. Als tijdens verhoren mensen mishandeld moesten worden, dan werd dat eufemistisch aangeduid dat ze de dokter er bij gingen roepen. Zijn werkplek was Binnenhof 7. Tot begin juni 1941 werden de communisten alleen in de gaten gehouden en doelbewust nog niet gearresteerd, mede daardoor kon Knorr bij andere activiteiten betrokken worden. Zo was hij aanwezig bij het gewelddadig verhoor waarbij de Geus Sjaak Boezeman om het leven kwam.

Vanaf begin juni 1941 was hij betrokken bij het gewelddadige verhoor van Haagse communisten. Op 2 september 1941 was hij de leider van een team van 3-5 personen dat de communist Herman Holstege in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel) zodanig wreed verhoorde dat verwacht mocht worden dat deze zou komen te overlijden. Het was de bedoeling om van Holstege, die een maand lang was blijven zwijgen, de namen van zijn contactpersonen bij de communistische partijleiding in Amsterdam te vernemen. Knorr penetreerde met een gummiknuppel de anus van Holstege, waarna de ingewanden aangestampt werden. Holstege gaf echter weinig informatie prijs en niet de namen van de leiding in Amsterdam. Holstege overleed de volgende dag. Gezien de voorbereidingen in het Oranjehotel waren de martelingen gepland. In een naoorlogs verslag werd dit aangeduid als stommiteit, omdat daarmee de kans verkeken was de partijleiding in Amsterdam op te sporen.

In de loop van 1942 werd Knorr op een zijspoor geplaatst en vervangen door Hans Munt. In naoorlogse verslagen gaf Munt aan dat die gewelddadigheden de reden van de positieveranderingen waren, maar in de praktijk betekenden die echter niet het einde van de marteling van communisten.

Op 19 februari 1943 werd in Delft een val opgezet voor de communistische verzetsman Gerrit Kastein. Drie SD-mannen wachtten hem op in een café, terwijl Knorr buiten in de auto bleef wachten. Kastein werd gearresteerd en naar de auto gebracht. Bij de auto wist Kastein een pistool te trekken en te schieten. Hij verwondde Knorr tamelijk ernstig; na wegrijden van de auto's bleef er een plasje bloed op straat liggen.

In de loop van 1943 werd Knorr overgeplaatst naar Groningen waar hij in het Scholtenhuis, een Duits politiebureau, kwam te werken. Ook daar viel hij op door zijn wreedheid. Hij vermoordde de verzetsstrijdster Esmée van Eeghen door haar met dertien kogels te doorzeven. Haar lichaam werd gedumpt in het Van Starkenborghkanaal. Daarnaast heeft Knorr nog een aantal soortgelijke moorden gepleegd.

Op 16 april 1945 trok Knorr zich met een aantal Duitse militairen terug op Schiermonnikoog. Het was de bedoeling dat men met een boot vanuit Borkum opgehaald zou worden om naar Duitsland terug te gaan. Pas op 27 mei ging een Nederlandse officier naar het eiland om de overgave te eisen. Het waren de laatste Duitse militairen die zich in Europa overgaven. De groep werd op 30 mei naar het vasteland overgebracht en in de gevangenis in Groningen opgesloten. Knorr werd op 27 juni door de Canadese Field Security overgebracht naar de zogenaamde Kings Prison in Scheveningen, gevestigd in de strafgevangenis.

Op 7 juli 1945 werd Knorr dood in zijn cel gevonden. Hij had een stuk touw om zijn hals. In de cel was echter geen hoog steunpunt om zich aan op te hangen. Volgens verklaringen van andere Duitsers in de gevangenis was Knorr ernstig mishandeld en daardoor om het leven gekomen. Er is geen lijkschouwingsrapport opgemaakt. Later verklaarde een gevangenisarts dat het technisch mogelijk was dat Knorr zelfmoord had gepleegd door het touw laag aan de muur te bevestigen en zichzelf te wurgen door voorover te hangen.

Knorrs lichaam werd naar ziekenhuis Zuidwal overgebracht en ondanks dat het die week heel erg warm was pas op 14 juli op de Algemene Begraafplaats begraven. Er was geen aangifte van overlijden gedaan, zodat de begrafenis feitelijk illegaal was. Op 10 oktober 1958 werd Knorrs lichaam opgegraven en werden zijn resten naar de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn overgebracht. Op het kruis op zijn graf staat behalve zijn naam ook als rang: Soldat.

Literatuur[bewerken]

  • Nico de Both, Het Scholtenhuis 1940-1945, In Boekvorm Uitgevers, 2008
  • Monique Brinks, Het Scholtenhuis 1940 - 1945 deel 2 Daders, 2013, Uitgeverij Profiel Bedum, ISBN 9789052945446
  • R. Harthoorn, Vuile oorlog in Den Haag, Van Gruting, 2011