Ernst Leeflang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ernst Hubertus Leeflang (4 oktober 1906 - 1994) was een Nederlands orgelbouwer uit Apeldoorn.

Hij richtte in 1932 een bedrijf op in Middelharnis onder de naam 'Orgelbouw Ernst Leeflang'. Zijn eerste nieuwe orgel bouwde hij in Vlaardingen in de Christelijke Gereformeerde Kerk in 1936. In 1948 trad Jan Keijzer bij hem in dienst, die al snel de productiekant overnam. Ernst bleef de zakelijk leider. Jan ontwierp de kasten, mechanieken en windladen en alle instrumenten werden in het bedrijf zelf gebouwd alvorens ze in kerken geplaatst werden. De pijpen van metaal kwamen van pijpenmakerij Jaques Stinkens in Zeist. Eind jaren 50 werkten er 14 mensen in het bedrijf. In 1954 werd het bedrijf verhuisd naar Apeldoorn. Dit was een direct gevolg van de watersnoodramp van 1 februari 1953 waarbij het bedrijf werd getroffen. Gelukkig werd er binnen enige weken tijdelijk onderdak gevonden bij de Firma Stinkens te Zeist, waarna op 18 mei 1954 de officiële verhuizing van Leeflang naar Apeldoorn plaats had.

Het bedrijf van Ernst Leeflang bouwde vanaf 1961 uitsluitend mechanische orgels. Hij bouwde ook het pijporgel waar architect Gert Boon een nieuwe kast voor ontwierp en die tegenwoordig een plaats heeft in het Nationaal Orgelmuseum in Elburg. In 1997 namen de Gebroeders Reil uit Heerde het bedrijf over, drie jaar na de dood van de oprichter.

In het najaar van 2011 kwam de dubbel-cd 'Met hoofd, hart en handen' uit. Hierop worden zes representatieve Leeflang-orgels gepresenteerd.

Enige bekende orgels en restauraties[bewerken]

Orgel van Ernst Leeflang in de Hervormde (Grote) kerk van Middelharnis, 1952
Orgel van Ernst Leeflang in de Reformierte Kirche van Ditzumerverlaat, 1970
  • Vlaardingen (Christelijke Gereformeerde Kerk, 1933, door Leeflang zelf naar Grote Kerk in Hilversum in 1971 verplaatst en gerestaureerd)
  • Middelharnis (Grote kerk, 1952)
  • Utrecht (Tuindorpkerk, 1952 restauratie/verplaatsing van orgel uit Minderbroederskerk te Roermond, restauratie in 1985)
  • Bathmen ('De beekhof', 1954)
  • Serooskerke (Petruskerk, 1957)
  • Westkapelle (Bethelkerk, 1959)
  • Gapinge (Mozaïekkerk, 1960, restauratie)
  • Apeldoorn (Pniëlkerk, 1961; nu in Twello, St. Martinuskerk)
  • Delft (Immanuelkerk, 1963)
  • Amstelveen (Paaskerk, 1967)
  • Schiedam (St Jacobs Gasthuis - Stedelijk Museum, 1968, restauratie)
  • Assen (Hervormde kerk Assen-West "Het Anker", 1968
  • Rotterdam Alexanderpolder (Immanuelkerk, 1969)
  • Bunschoten. Ger.Kerk vrijg. Petrakerk 1969
  • Huizen (Zenderkerk, 1970)
  • Ditzumerverlaat (Reformierte Kirche, 1970)
  • Middelburg (De Oostkerk, 1970-1973 restauratie)
  • Anjum (Gereformeerde kerk, 1972)
  • Diever (Gereformeerde kerk, 1974)
  • Middelburg (De Hoeksteen, 1974)
  • Middelburg (Zuiderkerk, 1975)
  • Gouda (Sint Jan, 1976-1981 restauratie)
  • Stadskanaal (Oosterkadekerk, 1981 restauratie)
  • Barneveld (Oude Kerk, 1955 en 1983 restauraties)
  • Barneveld (Catharinakerk, 1981)
  • Middelburg (Thomaskapel, 1981 - thans Westerkerk)
  • Westmaas (Dijkkerk, 1981)
  • Dordrecht (Grote Kerk, 1987, partiële restauratie
  • Zwolle (Lutherse Kerk 1988)
  • Huizen (Meentkerk, 1989)
  • Beerzerveld (Herv Kerk 1990)
  • Amersfoort (Kandelaar 1991)