Ester (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Esther (boek))
Ga naar: navigatie, zoeken
Ester
Ahasveros maakt Ester tot zijn koningin
Ahasveros maakt Ester tot zijn koningin
Auteur onbekend
Tijd mogelijk 3e eeuw
Taal Hebreeuws
Categorie Geschiedenis en feestrol
Hoofdstukken 10
Vorige boek Nehemia
(in de Tenach Prediker)
Volgende boek Job
(in de Tenach Daniël)

Ester (ook gespeld als Esther, Hebreeuws: אסתר) is een boek in de Hebreeuwse Bijbel en tevens de naam van de hoofdpersoon van dit boek: Ester. Het vertelt over de afwending van de uitroeiing van alle Joden in het Perzische Rijk in de 4e eeuw v.Chr..

Plaats in de Tenach en het Oude Testament[bewerken]

In de Tenach valt het boek onder de Ketoewim (Geschriften), en hierbinnen onder de Megillot (vijf rollen). Als feestrol wordt dit boek gelezen bij het Joodse Poerimfeest. In het Hebreeuws wordt het dan ook Megillat Ester genoemd, ofwel de (feest)rol van Ester.

Van de Bijbelboeken van het Oude Testament is Ester het laatste boek van het geschiedenisgedeelte.

Versies[bewerken]

Van de tekst zijn twee versies gangbaar. De door protestanten als canoniek erkende versie is gebaseerd op de tekst uit de Hebreeuwse Bijbel en telt tien hoofdstukken. De rooms-katholieke versie is gebaseerd op de in het Grieks geschreven Septuaginta en bevat naast de door de protestanten erkende hoofdstukken een zestal door de tekst verspreide aanvullingen (in Bijbelvertalingen doorgaans aangegeven met de letters A-F). De aanvullingen beschrijven de geschiedenis van Ester als een uiting van Gods wil, terwijl in de versie uit de Hebreeuwse Bijbel de naam van God niet genoemd wordt. Deze aanvullingen worden door de protestanten als apocrief gezien.

Auteurschap[bewerken]

Eerste hoofdstuk van een handgeschreven rol van het boek in het Hebreeuws
Grieks handschrift van het boek Ester (Codex Sinaiticus)
Mausoleum van Ester en Mordechai in de Iraanse stad Hamadan

Over het auteurschap van het boek Ester heeft altijd veel onzekerheid bestaan. De Talmoed, in Baba Bathra 15a, wijst het aan de grote synagoge toe, Titus Flavius Clemens in Alexandrië aan Mordechai, en Augustinus aan Ezra.

In deze varianten wordt ervan uitgegaan dat het verhaal redelijk kort na het gebeuren op schrift is gesteld. Moderne onderzoekers plaatsen het verscheidene generaties later, en wijzen het toe aan anonieme bronnen rond 150130 v.Chr.. Ester is overigens het enige boek van de Tenach dat niet is vertegenwoordigd in de Dode Zee-rollen.

Historiciteit[bewerken]

Het verhaal in het boek Ester speelt ten tijde van koning Ahasveros, waarvan wordt aangenomen dat dit Xerxes I aanduidt, de Perzische koning (486465 v.Chr.). Deze laatste zette de oorlogen tegen de Grieken voort, die begonnen werden door zijn voorganger Darius I. In 480 v.Chr. versloegen de Grieken Xerxes' marine in de Slag bij Salamis en in 479 v.Chr. zijn leger in de Slag bij Plataeae, waarna de Perzische pogingen om Griekenland te veroveren werden opgegeven en het einde werd ingeluid van het Perzische Rijk als de overheersende macht in het Midden-Oosten.

  • Kritiek: Herodotus verhaalt in zijn "Geschiedenissen" dat Xerxes' hoofdvrouw Amestris ook in de latere jaren haar functie behield. Opvallend is bovendien dat Herodotus zwijgt over de belangrijke gebeurtenissen uit het boek Ester.
  • Alternatief: Na verloren te zijn gegaan voor het Perzische Rijk onder Darius II werd Egypte pas onder Artaxerxes III[1] (358338 v.Chr.) weer ingelijfd. Verder regeerde laatstgenoemde na de omzwervingen van Herodotus en kwam het Perzische Rijk onder hem weer tot bloei.

Het boek bevat gegevens die erop wijzen dat het een aantal generaties later geschreven is, namelijk:

  • Dat Ester in Babel/Babylon geboren werd en door Mordechai verder opgevoed werd toen ze wees was geworden;
  • Een impliciete suggestie dat Susa niet langer de hoofdstad was (Ester 1:2);
  • Van Mordechai wordt vermeld dat hij uit Jeruzalem is weggevoerd met Jechonia door Nebukadnezar. Dit vond plaats in 597 v.Chr., zo'n 110 jaar eerder;
  • Xerxes' vrouw aan het eind van de jaren 480 v.Chr. was Amestris, een dochter van een van zijn generaals;
  • Het is niet goed voor te stellen dat Haman wetend dat Mordechai een Jood was dit niet van Ester geweten heeft;
  • Ester 10:3 roemt Mordechais weldaden aan zijn volk, en het is niet aannemelijk dat hij dit zelf heeft opgeschreven;
  • Het is niet goed voorstelbaar dat Vasthi's weigering op het feest tot een vrouwenopstand in het rijk zou leiden;
  • De Elamieten waren een volk geweest met hoofdstad Shushan, en hun traditionele vijand was Babel/Babylon. Elam werd verslagen (in 640 v.Chr.) door de Assyriërs. Hun veldtocht tegen de Elamieten betekende de tijdelijke redding van het koninkrijk Juda. Maar tegelijkertijd kwamen zij ook zo verzwakt uit deze strijd dat Assyrië door Perzië ingenomen werd. Darius I bouwde Susa waar Shushan gestaan had. Tegen de tijd dat Ester werd geschreven, was de buitenlandse macht aan de horizon het Macedonië van Alexander de Grote. Deze zou het Perzische Rijk een 150 jaar na het verhaal van Ester verslaan. Hierom noemt Xerxes Haman ook een Macedoniër in plaats van een Amalekiet, die eerder de vijanden van de Joden waren geweest (in de toevoegingen, 16:10,14);
  • Een uitleg van Perzische gebruiken impliceert dat deze gebruiken niet langer bij de lezer bekend zijn (1:13, 1:19, 4:11, 8:8);
  • De wraakzuchtige houding van de Joden tegenover de heidenen;
  • Woorden en uitdrukkingen die op een latere datering wijzen.

Op grond van deze en andere argumenten concluderen veel moderne kenners dat Ester verscheidene generaties later geschreven is, mogelijk rond 130 v.Chr., toen de historische feiten niet meer helder waren.

Orthodoxe uitleggers houden vast aan een historische interpretatie van het boek. Zij zien naast de verklaring van de oorsprong van het Poerimfeest ook Gods beschermende hand over het Joodse volk als boodschap. Enkele van hun argumenten voor een datering uit de tijd van Mordechai of spoedig daarna zijn:

  1. De gebruikte taal behoort tot de periode van de Perzische overheersing. Het wordt gekenmerkt door oude Perzische woorden, die tegen de tweede eeuw voor Christus in onbruik geraakt zijn, en waarmee de vertalers van de Septuaginta blunderden;
  2. In Ester 10:2 staat: "Zijn alle machtige daden en krijsverrichtingen van Ahasveros niet geschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Medië en Perzië?" M.a.w., de kronieken zijn nog te raadplegen, dus Perzië bestaat nog (332 v.Chr.: Alexander de Grote verslaat Perzië);
  3. Het woord "die" in Ester 2:6 slaat op Mordechais grootvader, dus Mordechai is niet als kind weggevoerd. Een belangrijk argument voor latere datering vervalt hiermee;
  4. Het opsommen van details in namen wijst op authenticiteit;
  5. De grote kennis van Perzische gewoonten zoals deze uit het boek blijkt (bijvoorbeeld het gebruik van wit en blauw als de nationale kleuren van Perzië). Een ander voorbeeld is het feest waarop Vasthi verstoten werd: de wedergeboorte van de zon werd gevierd met een spectaculair feest met wijn, vrouwen en zang;
  6. Dat Haman niet zou hebben geweten dat Ester een Jodin was, zou kunnen worden verklaard door haar constante weigering haar afkomst te vertellen, zoals in het boek Ester wordt beschreven. Dat Mordechai behalve haar pleegvader ook haar neef was, was niet bekend.

Verwante Historiciteit[bewerken]

Perzische koningen worden in de Bijbel verder nog genoemd in vooral de Bijbelboeken Daniël, Nehemia en Ezra.

  • De koningstitel veranderde tussen de koningen Darius I en Xerxes van 'koning van Babel = de Chaldeeën' naar 'koning van de Perzen'. Deze overgang kan ook in het Bijbelboek Daniël worden waargenomen.
  • De hogepriester Jochanan komt voor zowel in de 'Elephantine brieven' ten tijde van Darius II alsook in het Bijbelboek Ezra.

Analoog hieraan is het mogelijk de Perzische koningen Darius I tot en met Artaxerxes II in de bovengenoemde Bijbelboeken te herkennen.

Inhoud[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Ester (Bijbel) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.
De koning en Haman worden door Esther uitgenodigd (Rembrandt), zie: Ahasveros en Haman aan het feestmaal van Esther

Koning Ahasveros/Xerxes (zie echter 'Kritiek en Alternatief' onder Historiciteit) is gehuwd met Vasthi, en deze weigert tijdens een feest aan de verzamelde gasten haar schoonheid te tonen, waarop zij door de koning verstoten wordt (484 v.Chr.). Hadassa wordt uit een groot aantal kandidates door de koning gekozen als zijn nieuwe vrouw. Zij krijgt de Perzische naam Esther (480 v.Chr.).

Mordechai, de neef en voogd van Ester, werkt in de poort van de koning en ontdekt daar dat twee hovelingen een aanslag tegen de koning beramen. Hij meldt dat en de samenzweerders worden ter dood gebracht.

Ahasveros benoemt de Amalekiet Haman tot grootvizier. De verwaande Haman eist dat iedereen voor hem buigt en maakt zich kwaad omdat de Joodse Mordechai dat niet doet (in het jodendom wordt het buigen voor mensen als een vorm van afgoderij beschouwd). Hij laat een wet uitvaardigen waarin staat dat het hele Joodse volk uitgeroeid moet worden, en wel op een door het lot bepaalde datum. Haman weet echter niet dat Ester ook tot dit volk behoort.

Op aandringen van Mordechai probeert Ester in te grijpen. Ze neemt het risico dat ze ter dood veroordeeld wordt omdat ze ongevraagd bij de koning komt (in de Septuaginta wordt dit heel levendig beschreven). Ze nodigt de koning en Haman uit voor de maaltijd. Tijdens de maaltijd vraagt de koning wat Esters wens is, maar Ester beantwoordt die vraag niet direct. In plaats daarvan vraagt ze de koning en Haman de volgende dag weer bij haar te komen eten.

Haman is de verdere dag in een vrolijke stemming. Hij heeft een belangrijke functie en hij is zelfs twee keer door de koningin te eten gevraagd! Hij blijft zich echter ergeren aan de Jood Mordechai, die niet voor hem wil buigen. Hoewel hij al geregeld heeft dat het hele Joodse volk wordt uitgeroeid, besluit hij, op aandringen van zijn vrouw, een paal gereed te maken om Mordechai aan op te hangen. Hij zal de koning de volgende ochtend vragen om het vonnis te bekrachtigen.

Die nacht kan de koning niet slapen en hij laat zich de kronieken voorlezen. Zo wordt hij eraan herinnerd hoe Mordechai enige tijd geleden een aanslag had verijdeld, en dat hij daarvoor nooit beloond is. De koning vindt dat dit verzuim moet worden goedgemaakt. 's Morgens komt Haman bij de koning, want hij wil deze de goedkeuring vragen voor het doodvonnis van Mordechai, maar voordat Haman aan het woord komt spreekt de koning zelf tot hem. Die zegt namelijk dat hij iemand wil huldigen en vraagt Haman hoe hij dat zou kunnen doen. Haman denkt dat het eerbetoon hem ten deel zal vallen en zegt wat hij het liefste wil: een eretocht door de stad. Daarop geeft de koning hem opdracht een eretocht aan Mordechai te geven. Het is niet duidelijk of Haman weet waarvoor Mordechai gehuldigd wordt, maar het spreekt vanzelf dat Haman zijn plannen nu voor zich houdt.

Als de koning en Haman die middag weer bij Ester de maaltijd gebruiken en de koning weer vraagt wat Ester wenst, antwoordt ze dat haar volk uitgeroeid moet worden volgens een wet die Haman heeft geschreven, en dat ze wenst dat zij en haar volk gespaard worden. De koning laat Haman ophangen aan de paal die hij voor Mordechai had bedoeld, en hij stelt Mordechai aan als grootvizier in plaats van Haman.

Rest nog de uitgevaardigde wet, die onmogelijk ingetrokken kan worden. Mordechai lost dit op door de Joden overal toe te staan zich te verzamelen en te verdedigen en daarbij aanvallers en hun vrouwen en kinderen te doden.

Thema/boodschap[bewerken]

De interpretatie van het verhaal hangt sterk samen met de vraag naar het auteurschap en de visie van de commentator. Vrijwel alle commentatoren zijn het erover eens dat de auteur de herkomst van het Poerimfeest wilde verklaren.

Orthodoxe uitleggers houden vast aan een historische interpretatie van het boek. Zij zien naast de verklaring van de oorsprong van het Poerimfeest ook Gods beschermende hand over het Joodse volk als boodschap.

Enkele 'moderne' opvattingen:

  1. "Vasthi" was de naam van de voornaamste Elamitische godin. "Ester" is Aramees voor "Ishtar", de belangrijkste Babylonische godin, en "Hadassa" is afgeleid van het Babylonische woord voor "bruid", een van Ishtars titels. "Mordekai" zou de Hebreeuwse vorm zijn van "Mardoek", de Babylonische hoofdgod. "Haman" komt van "Hamman", de naam van de Elamitische oppergod, en "Zeres" is evenzo de naam van Hammans goden-vrouw "Kirisha". Het boek Ester is dus een allegorie voor de Babylonische overwinning op "Elam", waarin de Babylonische goden de Elamitische goden in Shushan vervangen. Ze brengen de geest van de tijd tot uitdrukking waarin het geschreven werd, een tijd waarin de Joden weer een onafhankelijk koninkrijk vormden na generaties van bittere vervolging.
  2. Verscheidene auteurs hebben het als een geromantiseerd verhaal beschouwd.
  3. John Levenson ziet in zijn commentaar op Ester in 1997 het boek als een novelle, en analyseert de literaire structuur van het boek. Hij concludeert dat het is opgebouwd rond het banketmotief. De boodschap van het boek beschouwt hij vanuit meerdere gezichtspunten.
  4. Adele Berlin gaat er in haar in 2001 verschenen commentaar op het boek Ester van uit dat het bedoeld is als humoreske. Hiervoor voert zij met name het volgende bewijsmateriaal aan:
    • de vele humoristische elementen in het boek (zie bijvoorbeeld Raddays Esther with Humor) (bijvoorbeeld Ester 7:8);
    • de huidige carnavaleske/vrolijke viering van het feest;
    • de boekrol ziet geen probleem in geweld, gemengde huwelijken of niet-koosjere maaltijden.

God wordt niet genoemd[bewerken]

Ester is het enige Bijbelboek waarin God niet expliciet genoemd wordt. Er wordt wel indirect naar God verwezen, bijvoorbeeld in een zin als: "Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze" (Ester 4:14). Latere schrijvers hebben getracht dit euvel te verhelpen door enkele toevoegingen. In de Griekse vertaling, de Septuaginta, werden deze toevoegingen opgenomen. In de Latijnse vertaling, de Vulgata, zijn ze ook opgenomen. Volgens de rooms-katholieke opvattingen behoren die toevoegingen dus tot de canon van de Bijbel en hebben ze dan ook leergezag. De protestanten rekenen deze toevoegingen tot de apocriefen en dus hebben ze geen leergezag. De toevoegingen werden vroeger tussen de andere teksten ingevoegd, en in latere uitgaven gebundeld tussen het Oude en Nieuwe Testament. In de Nieuwe Bijbelvertaling is een versie met en een versie zonder Apocriefen uitgegeven. Omdat de naam van God ontbreekt, is het zelfs mogelijk de rol als souvenir te verkopen, ten toon te stellen, te fotograferen enzovoorts.

Nawerking[bewerken]

Neolatijns toneel[bewerken]

In de renaissance zijn talrijke toneelstukken geschreven met het Bijbelverhaal van Ester als onderwerp. Zowel tragedies (Naogeorgus' Hamanus, Philicinus' Esthera en andere) als komedies (Laurimanus' Esthera Regina en andere). In een vermenging van de erfenis van het toneel van de Oudheid met de christelijke moraal paste het boek Ester heel goed. Thema's zoals gerechtigheid, voorzienigheid en vroomheid werden gecombineerd met gedachtegoed van de Stoa over de deugd van het beheersen van de eigen emoties. Seneca, de grootste Romeinse tragediedichter, was namelijk sterk beïnvloed door de Stoa en was tegelijkertijd het grote voorbeeld voor het toneel van renaissanceschoolmeesters zoals eerder genoemden.

Verfilmingen[bewerken]

Het boek Ester is meermalen verfilmd. De zogeheten 'klassieke' verfilming van het verhaal dateert uit 1960 en is getiteld Esther and the King met in de hoofdrollen Joan Collins en Richard Egan, en werd geregisseerd door Raoul Walsh. Een verfilming uit 2006 is One Night with the King, geregisseerd door Michael O Sajbel, met Tiffany Dupont als Esther/Hadassa en Luke Goss als koning Ahasveros.

Muziek[bewerken]

Het verhaal van Ester werd gebruikt als basis voor een oratorium van Händel in 1731.

Externe links[bewerken]

Bijbelvertalingen van Ester:

Beluister

(info)