Etienne de Vrière

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Etienne de Vrière.

Ridder Etienne Gustave Edouard Marie Ghislain Emile de Vrière (Brugge, 9 november 1857 - Beernem, 8 november 1936) was burgemeester van Beernem, senator en provincieraadslid voor West-Vlaanderen.

Genealogie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Pierre de Vrière, algemeen ontvanger voor het de partement van de Leie, x Catherine Verkeyn.
    • Aloïs de Vrière, adelsverheffing in 1825.
    • Pierre de Vrière (1780-1872), ontvanger van belastingen, x Colette Ysenbrant. Hij werd in 1861 opgenomen in de erfelijke adel met de titel ridder, overdraagbaar bij eerstgeboorte.
      • Etienne de Vrière (1814-1864), provincieraadslid, gemeenteraadslid van Beernem, x Leonide Mulle de ter Schueren.
        • Etienne de Vrière, zie hierna.

Familie[bewerken | brontekst bewerken]

Ridder Etienne-Gustave de Vrière was een zoon van Etienne Charles Hyacinthe de Vrière (1814-1864) en Leonie Marie Désirée Ghislaine Mulle de Terschueren (1828-1896). Hij trouwde met barones Adelaïde van Reynegom de Buzet (1862-1900) en na tien jaar weduwnaarschap met Anaïse Otto de Mentock (1856-1924). Hij trouwde een derde maal in 1926 met Marguerite Ysebrant de Lendonck (1875-1948). Uit het eerste huwelijk werden drie dochters geboren.

De jongste dochter, Isabelle (1888-1949), werd karmelietes. De oudste, Maria (1884-1931), trouwde met ridder André van Outryve d'Ydewalle (1873-1940), die volksvertegenwoordiger werd (1925-1932) en zijn schoonvader opvolgde als burgemeester van Beernem (1926-1940). De tweede dochter, Agnès (1886-1942), trouwde met Pierre Kervyn de Marcke ten Driessche (1882-1957), die voorzitter werd van de rechtbank van eerste aanleg in Brugge.

Ridder De Vrière was grootgrondbezitter en woonde op het kasteel Bloemendale. Dit neogotisch kasteel werd, in opdracht van zijn moeder, in 1887 gebouwd, naar het ontwerp van de Brugse architect Louis Delacenserie. Na de dood van de Vrière werd het kasteel verkocht aan minister Gustave Sap.

Hij behoorde tot een familie die gedurende verschillende generaties hoofdzakelijk belastingontvangers telde. Zijn grootvader, Pierre de Vrière (1780-1872), verkreeg in 1861 opname in de adelstand met de overdraagbare titel van ridder. Een andere tak van de familie was al, in de persoon van Aloïs de Vrière (1773-1847), broer van Pierre, in 1825 in de adelstand opgenomen. De zoon van Aloïs was baron Adolphe de Vrière (1806-1885), die gouverneur van West-Vlaanderen en minister van Buitenlandse Zaken werd. Etienne de Vrière werd op 8 februari 1870 tot pauselijk graaf gepromoveerd, net als zijn moeder. Deze titels, meestal verleend aan weldoeners van de Heilige Stoel, hadden in België geen rechtskracht.

Openbare mandaten[bewerken | brontekst bewerken]

De Vrière was burgemeester van Beernem van 1891 tot 1926. Volgens zijn tegenstanders bestuurde hij de gemeente nogal autocratisch.

De 'uitvoerende macht' lag veelal bij leden van de familie Hoste, die bij hem een bevoorrechte positie bekleedde. Zo leverde ze de opzichter van de Vrières eigendommen, de gemeentesecretaris en de privésecretaris, de bediende van de burgerlijke stand en de veldwachter.

Net als zijn vader werd Etienne de Vrière provincieraadslid van West-Vlaanderen. Hij vervulde dit mandaat van 1888 tot 1914. Van 1919 tot 1929 was hij provinciaal senator voor de katholieke partij, een mandaat waarin hij de voormalige minister Jules Vandenpeereboom opvolgde.

Verenigingsleven[bewerken | brontekst bewerken]

Zowel in Beernem als in Brugge nam de Vrière deel aan het verenigingsleven.

In Beernem was hij stichter van:

  • De Burgersgilde, waarvan hij voorzitter was (1881).
  • De Vrije Scholen.
  • De Werkbeurs.
  • De Onderlinge Boerenleenbank.
  • De Samenwerkende Stokerijen van Beernem, Roeselare, Nieuwmunster en Strombeek.
  • De Onderlinge Verzekering.
  • De Onderlinge Geitenverzekering.
  • De Geitenbond ter verbetering van het Geitenras.
  • De Muziekmaatschappij Sint-Cecilia.
  • De Coöperatieve Melkerij (1890), evenals in Knesselare en Wingene.
  • Lid van de toezichtscommissie op de hervormingsscholen van Beernem en Ruiselede (1901).

In Roeselare was hij:

  • medestichter van de Samenwerkende Brouwerij.

In Brugge was hij:

  • Medestichter van de Vrije Eigenaars- en Landbouwersbond in 1885 (voorzitter 1891-1901).
  • Medestichter van de nv Brandverzekering van het arrondissement Brugge.
  • Regeerder van de Watering van Blankenberge (vanaf 1888).
  • Bestuurslid van de Automobile Club des Flandres, section de Bruges (1902).
  • Lid van de Provinciale Landbouwcommissie (1904).
  • Bestuurslid Brugse landbouwcomice (1902 ondervoorzitter, 1913 voorzitter).
  • Lid van de Hoge Landbouwraad.
  • Voorzitter van de Commissie der Werkliedencorporaties.
  • Voorzitter van de jury voor Landbouwprijskampen in West-Vlaanderen.

De moorden van Beernem[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie De moorden van Beernem voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de gemeente Beernem of omgeving gebeurden tussen 1915 en 1944 verschillende moorden of verdachte overlijdens die niet altijd opgehelderd of verklaard werden. Sommigen meenden een verband te kunnen leggen tussen de moorden, vanwege getuigenissen.

  • Op 25 mei 1915 verdween jonkheer Henri d'Udekem d'Acoz uit zijn kasteel in Ruddervoorde en werd later teruggevonden, begraven in een bos.
  • Op 2 september 1915 verdween jachtwachter Camiel (Sassen) Dierickx, van wie het lijk nooit werd teruggevonden.
  • In de nacht van 15 op 16 mei 1921 overleed in verdachte omstandigheden René De Baene. Hij was "doodgestuikt" volgens de officiële versie. De zaak werd gearchiveerd en is nooit ernstig onderzocht.
  • In de nacht van 7 op 8 november 1926 verdween Hector De Zutter, zijn lichaam werd op 30 november teruggevonden in de Brugse Vaart.
  • Ernest Van Poucke, die meende iets gezien te hebben in verband met de moord op De Zutter, verdronk op 9 mei 1927 in het kanaal.
  • In 1944 werd de gemeentesecretaris Omer Van Haecke uit zijn huis brutaal weggehaald en iets verder vermoord. Deze moord werd nooit opgehelderd. Van Haecke was de schoonzoon van de familie Hoste.

De eventuele betrokkenheid van de burgemeester bij sommige van die moorden werd nooit bewezen en de geruchten hierover berustten op dorpsroddel. Het belet niet dat die moorden of verdachte overlijdens, die lang of definitief onopgehelderd bleven, heel wat beroering wekten bij de publieke opinie, overigens versterkt door de spreekbeurten en geschriften van journalist en politicus Victor de Lille.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • M. VERMEIRE, Jubelboek uitgegeven door den Eigenaars- en Landbouwersbond t.g.v. zijn veertigjarig bestaan, Brugge, 1925
  • M. VERMEIRE, De samenwerkende handelsvereniging van de Eigenaars- en Landbouwersbond. Proeve eener historische schets, Brugge, 1929
  • M. VERMEIRE, Geschiedkundige schets van West-Vlaanderens’ Landbouw en van den Eigenaars en Landbouwersbond, Brugge, 1935
  • Paul VAN MOLLE, Het Belgisch Parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972.
  • Luc SCHEPENS, De provincieraad van West-Vlaanderen, Tielt, 1976.
  • Alfons RYSERHOVE De Geheimzinnige Zaken van Beernem, Beernem, 1981.
  • Alfons RYSERHOVE, Het proces Beernem, Beernem, 1986.
  • Alfons RYSERHOVE, Dossier Beernem, Beernem, 1986.
  • Alfons RYSERHOVE, Stamboom van de familie de Vrière, Beernem, 1994
  • Kurt RAVYTS & Jos RONDAS, Het Brugse 1940-1945. Deel I, Collaboratie en Verzet, Kortrijk, 2000, blz. 355 en v.
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire de 2000, Brussel, 2000.
  • Katrien RYSERHOVE, De moorden van Beernem, naar Alfons Ryserhove, 2004
  • Reginald BRAET, Schriften van Driekoningen. Een geschiedenis van Beernem, zijn kastelen en de kunstweekends, Beernem, 2005
Voorganger:
?
Burgemeester van Beernem
1891-1926
Opvolger:
André van Outryve d'Ydewalle