Eucharitidae

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eucharitidae
Neolosbanus palgravei
Neolosbanus palgravei
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
Familie
Eucharitidae
planidia van Latina rugosa op een mierenlarve
planidia van Latina rugosa op een mierenlarve
Afbeeldingen Eucharitidae op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Eucharitidae op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

Eucharitidae is een insectenfamilie van parasitaire wespen uit de orde van de vliesvleugeligen. Ze omvat meer dan vijftig geslachten en meer dan 400 soorten. Het is de enige bekende insectenfamilie die parasitoïden zijn van mierenlarven. Elke soort parasiteert meestal een bepaalde mierensoort, maar sommige geslachten als Orasema en Eucharis gebruiken meerdere mierensoorten als gastheer. Het zijn kleine tot middelgrote wespen, 2 tot 5,4 mm lang. De meeste soorten komen voor in tropische gebieden. In het Palearctisch gebied telt de familie weinig vertegenwoordigers, en in Nieuw-Zeeland en sommige kleine eilanden in Oceanië is ze afwezig.[1]

Levenswijze[bewerken]

Eucharitidae leggen hun eieren in of op plantenweefsel op een afstand van de mierenkolonie. De minuscule actieve eerste instars, planidia genaamd, zijn 0,13 mm lang en deze moeten zich toegang verschaffen tot de mierenkolonie. Ze kunnen zich hechten aan voorbijtrekkende mieren of een tussengastheer gebruiken zoals een onvolwassen trips, die door foeragerende mieren naar de mierenkolonie wordt vervoerd. Eenmaal daar hechten ze zich aan een mierenlarve. Sommige soorten ontwikkelen zich dan als endoparasiet in de mierenlarve, andere blijven extern. Alle soorten eindigen hun ontwikkeling echter als ectoparasiet. De ontwikkeling van de wespenlarve kost het leven aan de mierenlarve. Nadat ze zijn verpopt worden de volwassen wespen door de mieren verzorgd en gevoed alsof ze hun eigen nakomelingen zijn. De wespen hebben immers de geur van hun gastheer aangenomen sinds ze in de mierenkolonie zijn binnengedrongen en roepen daarom geen agressie op bij de mieren. Wanneer de geur begint te verdwijnen, verlaten de wespen de mierenkolonie om zich te gaan voortplanten.

Voorbeelden: