Eugen Gugel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eugen Gugel
Eugen Gugel, architect
Eugen Gugel, architect
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Eugen Heinrich Gugel
Geboortedatum 26 maart 1832
Geboorteplaats Bergzabern (Beieren
Overlijdensdatum 1905
Overlijdensplaats Den Haag
Nationaliteit Vlag van Duitsland Duitsland
Werkzaamheden
Vakgebied Bouwkunde
Universiteit Polytechnische School te Delft
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Eugen Heinrich Gugel (Bergzabern (Beieren), 26 maart 1832Den Haag, 1905) was een Duits architect en de eerste hoogleraar bouwkunde aan de Polytechnische school te Delft .

Gugel begon in zijn vroege jaren in het Koninkrijk Beieren als bouwmeester bij de spoorwegen en werkte mee aan de bouw van enige paleizen. Hij kwam naar Nederland om de eerste bouwkunde professor te worden aan de Polytechnische school te Delft, die opende in 1864. Hij ontwierp in Nederland zelf diverse gebouwen.

Gugel was leermeester van verschillende prominente architecten, onder wie de Nijmeegse stadsarchitect Jan Jacob Weve, architect Constantijn Muysken en hoofdingenieur bij justitie W.C. Metzelaar. Zijn boeken zijn ook decennialang in het bouwkundig onderwijs gebruikt.

Levensloop[bewerken]

Jeugd, opleiding en eerste werk als architect[bewerken]

Gugel was de jongste zoon van acht kinderen van Eugen Albert Gugel en Katharina Luise Hesz. Zijn vader vervulde het ambt van Beierse 'Landkommissär' in het Bezirk Amtmann. Toen zijn vader naar Zweibrücken was overgeplaatst, bezocht Gugel daar het gymnasium en van 1850-1856 de Polytechnische school en de Academie van Beeldende Kunsten te München. Hij onderscheidde zich daar en behoorde tot de beste leerlingen van professor en architect Ludwig Lange.[1][2]

Na afronding van zijn studie vond hij werk in München op het bureau voor de aanleg van de staatsspoorwegen van het Koninkrijk Beieren. Hij werd belast met de bouw van stations voor de Brennerspoorlijn op de lijn van Rosenheim naar Innsbrück.[2]

Gugel werkte verder als architect aan de uitvoering van gerechtsgebouwen in Neder-Beieren, en bij het ontwerpen van een zomerpaleis aan de Starnberger See voor de koning van Beieren, Maximiliaan II, volgens de plannen van August von Voit.[3] De dood van de koning maakte echter aan dit laatste een einde.[2]

Hoogleraar aan de Polytechnische school te Delft[bewerken]

Onder het bewind van koning Lodewijk II van Beieren werd Gugel belast met de uitvoering van een uitbreiding aan het slot Berg eveneens aan de Starnberger See. Van lange duur waren zijn werkzaamheden echter niet, want bij Koninklijk Besluit van 14 augustus 1864, werd hij benoemd tot hoogleraar in de schone bouwkunst aan de Polytechnische school te Delft. Thorbecke had hierover eerst Gugels vroegere leermeester, prof. Lange, geraadpleegd, die in de internationale wedstrijd voor een gebouw van de Staten-Generaal was bekroond.[2]

Klas van professor Gugel aan Polytechnische School, 1881

Gugel heeft het ambt tot aan zijn pensioen bijna 40 jaar vervuld. Op 2 juli 1902 verliet hij de Polytechnische school en vestigde zich te 's-Gravenhage. Vóór Gugels verschijnen aan de Polytechnische school, was het onderwijs in de bouwkunde nihil.[2] Oud-student C.T.J. Louis Rieber zei hierover in 1902:

"Voorwaar dus geen aanlokkelijke en gemakkelijke taak voor den nauwelijks 32-jarigen architect, om, zonder steun van het werk van een voorganger en in een hem vreemde omgeving, in een zeer gewichtig ambt op te treden. Hoezeer een leermeester in zulk een zaak slaagt, kunnen leerlingen het beste beoordeelen.[4]"

Onder leiding van Gugel zijn veel bouwkundige ingenieurs afgestudeerd. Een deel van hen ging als werk als architect, een andere deel als docent in het middelbaar tekenonderwijs. Deze laatste groep behaalde onder Gugel de middelbare akte om onderwijs te mogen geven in de opgekomen tekenscholen, een voorloper van de middelbare technische school. Hij was door zijn leerlingen en vrienden gehuldigd op 5 september 1889 bij zijn 25-jarig ambtsjubileum, en 26 maart 1902 bij zijn zeventigste verjaardag. Bij het laatste werd hem een gouden gedenkpenning aangeboden ontworpen door de Amsterdamse beeldhouwer Edema van der Tuuk.[2]

Werk[bewerken]

De voornaamste bouwwerken[bewerken]

Westvest 9 met er achter Westvest 7, Delft, 1874
Academiegebouw, 1892

De voornaamste bouwwerken van Gugel zijn:[2]

  • het gebouw voor de physica voor de Polytechnische School te Delft aan de Westvest 7 (1874),
  • het gebouw voor kunsten en wetenschappen te 's Gravenhage (1875-76),
  • de studenten-sociëteit van LSV Minerva te Leiden (1875), afgebrand 2 op 3 december 1959,
  • voor den heer van Marken ontwierp hij verschillende plannen voor het Agnetapark te Delft (1882), en
  • met P.J.H. Cuypers vervaardigde hij het ontwerp voor de nieuwe torenspits der Spits Nieuwe Kerk te Delft, die in 1877 werd voltooid.

Zowel voor het rijksdaggebouw te Berlijn als voor de Beurs te Frankfurt am Main leverde hij monumentale ontwerpen. Zijn plan voor een kurhaus met badhotel te Baden in Zwitserland werd bekroond. Het door hem in opdracht der regering vervaardigde plan voor een nieuw universiteitsgebouw in Leiden is niet tot uitvoering kunnen komen.

Zijn laatste veelomvattend werk is het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht (1892) geweest, ontworpen en uitgevoerd met de architect en directeur van gemeentewerken Ferdinand Jacob Nieuwenhuis,[2] een voormalig student in Delft.

Voor Rotterdam ontwierp hij met beeldhouwer E. Lacomblé het Stieltjesmonument, dat in 1884 werd onthuld op het Noordereiland in Rotterdam.

Geschriften[bewerken]

Als schrijver heeft Gugel een grote naam verworven. Behalve talrijke publicaties in verschillende bouwkundige tijdschriften gaf hij uit Geschiedenis van de bouwstijlen in de hoofdtijdperken der architectuur (Arnhem 1871), dat enkele malen werd herdrukt.[2]

Hij schreef ook Architectonische vormleer. Het eerste deel handelde over de vormen van de buitenordonnantiën, het tweede deel over de vormen van de binnen-ordonnantiën, het derde deel over de beginselen van het projecteren, en het vierde deel over hand- en vakwerkbouw.[2]

Overige werkzaamheden[bewerken]

Eugen Gugel, 1902.

Gugel was lid van diverse commissies. Herhaaldelijk trad hij op als beoordelaar van prijsvragen, jaren achtereen was hij lid en voorzitter van de examencommissie voor het middelbaar onderwijs in rechtlijnig tekenen, handtekenen, en boetseren, en hij had zitting in de commissie van rijksadviseurs voor de monumenten van geschiedenis en kunst.[2]

Hij was erelid van de Maatschappij tot Bevordering der bouwkunst en van het genootschap ‘Architectura et Amicitia’, wat aangeeft hoe Gugel in vakkringen gezien was.[2]

Op 8 januari 1908 werden door oud-leerlingen, vrienden en vereerders van wijlen Gugel een monument onthuld, aan de ingang van de gang die toegang geeft tot de collegezalen, waar hij eenmaal les gaf. Het gedenkteken bestaat uit een, in een rand van marmer gevatte groen bronzen plaquette, met in vergulde letters de inscriptie: Anno 1907. Ter herinnering aan Eugen Gugel, architect, hoogleeraar aan de Polytechnische school 1863-1902.[2]

Publicaties, een selectie[bewerken]

Publicaties over Gugel
  • J.J.L. Bourdrez, 'Eugen Gugel' in de Bouwwereld 26 Maart 1902 (met portret en afbeeldingen zijner bouwwerken)'.
  • C.T.J. Louis Rieber, 'Prof. E. Gugel' in Bouwkundig weekblad van 26 Februari 1901 (met portret).
  • J.F. Klinkhamer, 'Eugen Gugel in Elseviers geill. maandschrift XXII, met portret.
  • J.F. Klinkhamer, 'Gugel's feestdag' in De Bouwwereld 1902.
  • J.H.W. Leliman, 'Levensbericht van Eugen Gugel' in Levensber. Letterk. 1906/7, 230.

Externe link[bewerken]