Eurolinguïstiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kaart van de belangrijkste Europese talen

De eurolinguïstiek (Engels: eurolinguistics) is een tamelijk nieuwe subdiscipline binnen de taalkunde die zich bezighoudt met alle aspecten van de Europese talen, waarbij zaken als historische taalkunde, sociolinguïstiek en taalpolitiek en interculturele communicatie centraal staan. Eurolinguïstiek richt zich in het bijzonder op de drie volgende hoofdzaken:

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel het begrip eurolinguistics pas in 1991 is bedacht, zijn Europese talen al veel langer het onderwerp van studie (cf. Lewy 1964, Décsy 1973). Het onderzoek van met name Harald Haarmann en Mario Wandruszka op het gebied van historische taalkunde en sociolinguïstiek is vanuit een Europees perspectief gedaan en richt zich hoofdzakelijk op de meest gesproken Europese talen (dit zijn Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans) binnen de grenzen van het Europese taalgebied. In 2005 en 2006 volgden twee belangrijke publicaties op het gebied van woordenschat en grammatica, de Atlas Linguarum Europae en de World Atlas of Linguistic Structures.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Rüdiger Ahrens (ed.): Europäische Sprachenpolitik / European Language Policy, Heidelberg: Winter 2003.
  • Andrea Brendler / Silvio Brendler: Europäische Personennamensysteme. Ein Handbuch von Abasisch bis Zentralladinisch, Hamburg: Baar 2007, ISBN 978-3-935536-65-3
  • Gyula Décsy: Die linguistische Struktur Europas: Vergangenheit – Gegenwart – Zukunft, Wiesbaden: Harrassowitz 1973.
  • Joachim Grzega: EuroLinguistischer Parcours: Kernwissen zur europäischen Sprachkultur, Frankfurt: IKO 2006, ISBN 3-88939-796-4 (gerecenseerd door Norbert Reiter hier en door Uwe Hinrichs hier)
  • Harald Haarmann: Soziologie und Politik der Sprachen Europas, München: dtv 1975.
  • Harald Haarmann: Die Sprachenwelt Europas: Geschichte und Zukunft der Sprachnationen zwischen Atlantik und Ural, Frankfurt (Main): Campus 1993.
  • Martin Haspelmath et al. (eds.): The World Atlas of Language Structures, Oxford: Oxford University Press 2005.
  • Bernd Heine / Tania Kuteva: The Changing Languages of Europe, New York/Oxford: Oxford University Press 2006. (gerecenseerd door Uwe Hinrichs hier)
  • Samuel Huntington: The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order, New York: Simon & Schuster 1996.
  • Peter A. Kraus: Europäische Öffentlichkeit und Sprachpolitik: Integration durch Anerkennung, Frankfurt (Main)/New York: Campus.
  • Helmut Schmidt: Die Selbstbehauptung Europas: Perspektiven für das 21. Jahrhundert, Stuttgart/München: Deutsche Verlags-Anstalt 2000.
  • Ernst Lewy: Der Bau der europäischen Sprachen, Tübingen: Niemeyer 1964.
  • P. Sture Ureland (ed.): Convergence and Divergence of European Languages, Studies in Eurolinguistics 1, Berlin: Logos 2003.
  • P. Sture Ureland (ed.): Integration of European Language Research - Eurolinguistics North and Eurolinguistics South, Studies in Eurolinguistics 2, Berlin: Logos 2005.
  • Jeroen Van Pottelberge: Sprachbünde: Beschreiben sie Sprachen oder Linguisten?, Linguistik online 8, 1/01

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]