European Motor Show Brussels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De European Motor Show Brussels of het Autosalon van Brussel is een autosalon dat tweejaarlijks wordt gehouden in de Belgische hoofdstad Brussel. Het salon wordt ingericht in de Heizelpaleizen van Brussels Expo. De laatste jaren kende het salon telkens ongeveer 560.000 tot 750.000 bezoekers. De organisatie gaat uit van FEBIAC.

Geschiedenis[1][bewerken]

De beurs werd voor het eerst georganiseerd in 1902, en kreeg toen de naam "Automobiel- en Rijwielsalon". Ze had plaats in het Jubelpark te Brussel. Louis Mettewie wordt gezien als de geestelijke vader van de beurs. Hij was echter geen onbekende in de toenmalige automobielwereld, want hij was onder andere de eerste voorzitter van de "Syndicale Kamer van de Automobiel- en Rijwielconstructeurs".

Vanaf 1905 werd de beurs georganisserd onder leiding van Graaf Jacques de Liedekerke. Tussen 1915 en 1919 waren er geen edities vanwege een gedwongen onderbreking tijdens de Eerste Wereldoorlog. De oorlog had het salon echter geen schade toe gebracht, meer zelfs, nooit voordien stonden zoveel fabrikanten van wagenonderstellen en koetswerken opgesteld. Tijdens het salon van 1920 verschenen er tal van nieuwe producenten op het toneel, zoals D'Ieteren en Vanden Plas.Tot 1931 organiseerde Jacques de Liedekerke het salon, hij verzorgde zo'n 22 edities.

De Liedekerkes opvolger was Alfred Goldschmidt. Goldschmidt was voorzitter van 1931 tot 1947. In 1937 bleek de expositieruimte in het Jubelpark te klein te zijn. Al gauw werd er een grotere locatie gevonden, namelijk de splinternieuwe Eeuwfeestpaleizen. De expositie van 1937 was groot genoeg om twee derden van Paleis 5 in te nemen. Het salon van 1939, dat ondertussen al toe was aan z'n 30e editie, was het laatste dat voor de Tweede Wereldoorlog georganiseerd werd.

Pas in februari 1948 opende het 31e Salon van Brussel zijn deuren. Deze editie betekende ook de intrede van een nieuwe voorzitter: Louis Brondeel. Ondanks het economisch moeilijk klimaat trok de beurs toch veel bezoekers aan dat jaar. Vanaf 1950 werd het plafond van Paleis 5 bekleed met banen stof, deze traditie wordt nog steeds in ere wordt gehouden door het huidige salon. In 1955 werd de officiële benaming van het internationale evenement vervolledigd met de vermelding van de motorfietsen. Voortaan sprak men van het "Auto-, Motor- en Fietssalon".

In de jaren 1957, 1958 en 1959 werden er geen salons georganiseerd. Dit kwam vanwege de voorbereiding van de Wereldtentoonstelling van 1958 en de oprichting van de hiervoor nodige nieuwe paleizen.

Vanaf 1960 nam Edouard Desgain het voorzitterschap over. De beurs groeide, de verscheidenheid aan producten steeg, en de interesse vanuit de industrie nam toe. Daarom beslisten de organisatoren in 1973 het aanbod te beperken tot bedrijfsvoertuigen.

Desgain trad in 1978 af, en werd opgevolgd door Hendrik Daems, die voorzitter bleef tot 1987. In 1978 besloot Deams de groter wordende beurs op te splitsen. In de even jaren zou er een beurs worden gehouden voor auto's, motorfietsen en fietsen, terwijl er in de oneven jaren een bedrijfsautobeurs zou plaatsvinden.

Herman Vermeerbergen (1988 en 1989), André G. Van Roy (1990 tot 1995), Ingmar Jonkers (1996 tot 2000), en Jean-Albert Moorkens (2001 tot 2006) zetten het werk van hun voorgangers verder. De huidige voorzitter is Pierre-Alain De Smedt.

Bezoekersaantallen[bewerken]

De bezoekersaantallen tijdens respectievelijk het 'grote' Autosalon (van 2000 tot en met 2012) en het Autosalon van Lichte Bedrijfs-, Vrijetijdsvoertuigen en Moto's (van 2001 tot en met 2013):[2][3][4][5][6][7][8]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties