European Pressurized Reactor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De EPR in Olkiluoto
Door een computer gemaakte afbeelding van een European Pressurized Reactor

Een European Pressurized Reactor (EPR) is een generatie III-type kernreactor.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

Het ontwerp van de EPR is gebaseerd op de hogedrukreactor, de belangrijkste veranderingen betreffen de passieve veiligheidssystemen en het verhogen van het rendement in verband met de economische competitie.

Dit type is geschikt voor om kernenergie te produceren uit kernbrandstof zoals 5% verrijkt uranium of MOX-brandstof.

De EPR is ontwikkeld door Framatome (Areva NP) en Electricité de France (EDF) in Frankrijk, en Siemens AG in Duitsland.

Projecten[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste twee EPRs ter wereld, Taishan 1 en 2, zijn in 2018 en 2019 in China in gebruik genomen. Plannen voor een Amerikaanse EPR zijn in 2015, na 10 jaar voorbereiding, stilgelegd.[1] In Europa zijn er drie projecten waarbij vijf EPR-reactoren worden gebouwd. Deze projecten worden gekenmerkt door grote kostenoverschrijdingen en jarenlange vertraging van de oplevering. Zuid-Afrika, Italië en Tsjechië hebben van EPR-plannen afgezien. In India wordt nog wel overwogen een EPR te bouwen. De aanvang van dit project wordt in 2023 verwacht.

Finland[bewerken | brontekst bewerken]

In september 2005 begon Areva met de bouw van de kerncentrale Olkiluoto-3 met een capaciteit van 1.600 megawatt.[2] Volgens de oorspronkelijke planning zou de bouw vier jaar duren en een investering vergen van 2,5 miljard euro. Al in 2006 waren er problemen. De Finse toezichthouder op kernenergie, STUK, had twijfels over de kwaliteit van de fundering en de lasnaden van pijpen voor het primaire systeem. De werkzaamheden zijn fors vertraagd en de centrale zou 6,6 miljard euro kosten. De opdrachtgever van de centrale, TVO, en Areva vechten voor de rechter uit wie voor de extra kosten en de vertraging gaat opdraaien.[2]

Frankrijk[bewerken | brontekst bewerken]

Bij Flamanville wordt sinds 2006 gewerkt aan twee EPR-reactoren voor het Franse energiebedrijf EDF. De capaciteit van deze reactor wordt 1.650 megawatt. Dit project heeft grote vertraging opgelopen: bij aanvang van de bouw werd de eerste productie verwacht in 2013, in 2010 was dit al uitgesteld tot 2016,[3] en in 2019 wordt aangenomen dat de productie niet voor 2023 zal beginnen.[4] De centrale heeft een verwachte levensduur van 60 jaar. De bouw vergt een investering van zo’n 12 miljard euro, dat is ruim drie keer zo duur als oorspronkelijk verwacht.[5][4] Net als in Finland vormen lasnaden hier een groot probleem.[4]

Verenigd Koninkrijk[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de Engelse plaats Bridgwater wordt naast de bestaande kerncentrales Hinkley Point A en B gewerkt aan twee EPR reactoren. Deze centrales worden gebouwd door het Franse EDF. De bouw is, na 6 jaar vertraging, begonnen in 2018. De kosten van dit project worden inmiddels op 20 tot 22 miljard pond geschat.[6]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]