Europese Parlementsverkiezingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Politieke fracties in het Europees Parlement na de Europese Parlementsverkiezingen 2014:

 Europees Unitair Links/Noords Groen Links (GUE/NGL)

 Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D)

 De Groenen/Vrije Europese Alliantie (Groenen/VEA)

 Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE)

 Fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten) (EVP)

 Europese Conservatieven en Hervormers (ECH)

 Europa van Vrijheid en Directe Democratie (EVDD)

 Niet-fractiegebonden leden van het Europees Parlement (NI)

De Europese Parlementsverkiezingen vinden om de vijf jaar plaats, in elk van de 28 EU-lidstaten, voor het laatst in 2014. Er werden toen 751 parlementsleden verkozen, die ongeveer 500 miljoen Europeanen vertegenwoordigen. Meer dan 375 miljoen EU-burgers waren stemgerechtigd, zodat dit de grootste transnationale verkiezingen in de geschiedenis waren.

Het Europees Parlement vertegenwoordigt de burgers uit de lidstaten op Europees niveau. Het is sinds juni 1979 de enige Europese instelling die rechtstreeks wordt verkozen. Bovendien is het het enige multinationale parlement ter wereld dat op basis van het universeel stemrecht wordt samengesteld. Van 1958 tot 1979 werden Europarlementsleden door hun nationale regeringen benoemd en hadden ze twee mandaten.

Op heel wat beleidsterreinen is het Europees Parlement medewetgever met de Raad van de Europese Unie. Zelfs op het gebied van landbouw en buitenlands beleid, waar het parlement alleen wordt geraadpleegd of geïnformeerd, kunnen debatten en resoluties van het parlement de besluiten van de Raad wel beïnvloeden of zorgen dat onderwerpen op de Europese agenda komen. Het parlement beschikt ook over begrotingsbevoegdheden en speelt een rol bij de democratische controle van alle Europese instellingen.

Kandidatenlijsten worden per land opgesteld, doorgaans door nationale politieke partijen. De verkiezingsprocedure wordt per land afzonderlijk bepaald. Burgers mogen alleen stemmen op kandidaten uit hun eigen land.

Stemprocedure en zetelverdeling[bewerken]

Stemprocedure[bewerken]

Afhankelijk van de wetgeving binnen elke lidstaat zijn er kleine verschillen, doch bijna iedereen ouder dan 18 jaar en met de nationaliteit van een van de 28 EU-landen is stemgerechtigd.

De verkiezingen voor het Europees Parlement worden in grote mate nog steeds georganiseerd volgens nationale wetgevingen en tradities.

Gemeenschappelijke Europese regels bepalen dat de verkiezingen vrij, geheim en bij algemeen universeel stemrecht moeten plaatsvinden. Europarlementsleden moeten op basis van evenredige vertegenwoordiging in de lidstaten verkozen worden. De lidstaat bepaalt zelf of er een systeem van open of van gesloten lijsten wordt toegepast.

Bij open lijsten kan de kiezer voor één of meerdere kandidaten op de lijst een voorkeur aangeven. Bij gesloten lijsten leggen de politieke partijen de volgorde van de kandidaten op de lijst vast en kan de kiezer alleen een stem op de partij uitbrengen. Een minimumdrempel voor de zeteltoewijzing is toegestaan, maar die drempel mag niet hoger liggen dan 5 % van de op nationaal niveau uitgebrachte stemmen. De drempel kan per land variëren.

De verkiezingsperiode wordt op EU-niveau bepaald, maar de precieze datum waarop er gestemd wordt en de openingsuren van de kiesbureaus variëren afhankelijk van de nationale kieswetten. Er is stem- of opkomstplicht in België, Bulgarije, Cyprus, Griekenland en Luxemburg.

EU-burgers die in een andere lidstaat wonen hebben het recht om daar te stemmen en verkozen te worden. De specifieke procedures daarvoor kunnen wel door nationale kieswetten zijn vastgelegd. EU-burgers die in het buitenland wonen en in hun land van oorsprong willen stemmen, moeten dat volgens de nationale kieswet doen. Sommige lidstaten - onder andere Nederland en Italië - bieden de mogelijkheid aan om per brief te stemmen. Kiesgerechtigden met een andere nationaliteit kunnen veelal in de ambassade of een consulaat terecht.

Zetelverdeling[bewerken]

Het Europees Parlement telt maximaal 751 zetels. De verdeling is degressief evenredig aan de bevolkingen van de lidstaten, zodat kleinere lidstaten meer zetels krijgen dan het geval zou zijn bij een strikt evenredige vertegenwoordiging. Alle 28 lidstaten hebben afhankelijk van het inwonersaantal een vast aantal zetels. Dit loopt uiteen van 6 zetels voor Malta tot 96 voor Duitsland. Bijgevolg hebben Malta en Luxemburg tot 2019 evenveel zetels als Estland, ondanks het feit dat Estland ongeveer drie keer zoveel inwoners heeft.

Na de verkiezingen worden in elk land deze zetels verdeeld. Elk land gebruikt hierbij zijn eigen regels voor de zetelverdeling. In België heeft de Vlaamse Gemeenschap 12 zetels (Nederlands kiescollege), de Franse Gemeenschap 8 zetels (Frans kiescollege) en de Duitstalige Gemeenschap 1 zetel (Duitstalig kiescollege). Nederland kent maar één Europese kieskring die overeenstemt met het hele grondgebied.

Een ongeldige stem wordt aan geen enkele politieke partij toebedeeld. Een blanco stem wordt wel meegerekend in het opkomstpercentage, maar heeft geen invloed op de uitslag van de verkiezingen. Een blanco stem wordt gezien als een ongeldige stem.

Ontwikkeling zetelaantal per lidstaat[bewerken]

Fractie in het Europees Parlement[bewerken]

Hoewel de parlementariërs per land worden gekozen, kunnen zij een fractie in het Europees Parlement gaan vormen. Zo'n Europese fractie moet ten minste 25 afgevaardigden tellen uit minimaal een kwart van de lidstaten, anders geldt zij niet als een fractie, en heeft dan veel minder faciliteiten in het parlement.

Verkiezingen[bewerken]

Verleden[bewerken]

De volgende verkiezingen voor het Europees Parlement hebben plaatsgevonden:

Resultaten[bewerken]