Evacuatie van Arnhem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Evacuatie van Arnhem
Plaats Arnhem
Coördinaten 51° 59′ NB, 5° 55′ OL
Datum 25 september 1944
Oorzaak Slag om Arnhem
Portaal  Portaalicoon   Geschiedenis‎

Het bevel tot de evacuatie van Arnhem werd door de Duitse Wehrmacht gegeven op 23 september 1944, tijdens de Slag om Arnhem.

De veldslag tussen Duitse en geallieerde troepen vond plaats tussen 17 en 26 september 1944, en eindigde in een debacle voor de geallieerden. Bij de bezetter zat de schrik er echter goed in, de Rijn was ineens het front geworden. De Duitse Wehrmacht verordonneerde evacuatie van de stad, alsmede van een aantal omringende plaatsen: Renkum, Heveadorp, Doorwerth, Wolfheze, Heelsum, Oosterbeek en Wageningen, en grote delen van de Liemers[1].

Het evacuatiebevel[bewerken]

Het bevel tot evacuatie kwam op zaterdag 23 september van de Wehrmacht. Op zondag 24 september liet de leiding van het Rode Kruis in Arnhem overal in de stad pamfletten ophangen met de volgende tekst:

Aan de Bevolking van Arnhem

Op bevel van de Duitsche Weermacht moet de geheele bevolking van Arnhem evacueeren, t.w.: beneden de spoorlijn heden (Zondag) en boven de spoorlijn uiterlijk maandagavond 25 September. Als evacuatierichting wordt aanbevolen richting APELDOORN en richting EDE. De bevolking wordt aangeraden om zich in kleine buurt-groepen (stadswijken) te organiseren en voor het vervoer van ouden van dagen, hulpbehoevenden en kinderen met eigen organisatiemiddelen zorg te dragen. Ook ziekenhuizen worden geëvacueerd, hetgeen door het Roode Kruis wordt verzorgd, waardoor deze organisatie reeds overbelast is.

Ieder dient dus zich dus binnen zijn groep zooveel mogelijk zelf te redden. Van gemeentewege zal langs den weg naar Apeldoorn op een reeks plaatsen hulpposten worden gevestigd. Ieder neme slechts het hoognoodige mede en wel voornamelijk dekens, eetgerei en mondvoorraad. In verband met luchtgevaar wordt men aangeraden kleine groepen te vormen, voorzien van witte vlaggen.

Monument in het Openluchtmuseum (onthuld in 1984)

Op 25 september 1944 trok de Arnhemse bevolking in opdracht van de bezetter noord- en westwaarts, meestal lopend, en soms met bakfiets of een wagentje waarin enkele bezittingen konden worden meegenomen. De accommodatie was in sommige gevallen niet meer dan een kippenhok[1], een met sloophout gebouwd onderkomen, en verder scholen, schuren en bij burgers in huis.

Alleen mensen met ontheffing mochten blijven, waaronder politie- en brandweerfunctionarissen, en wat personeel van Koninklijke Burgers' Zoo om voor de dieren te zorgen. Meer dan 150.000 mensen gingen op weg, een enkeling bleef achter in de stad.

De evacuees werden ondergebracht in allerlei steden en regio's in het resterende bezette gebied, van Apeldoorn tot in Friesland. Men werd meestal door medewerkers van het Rode Kruis opgevangen, en kreeg dan het adres aangewezen waar men kon verblijven.[2] De tocht was niet zonder gevaar, bij de brug over de IJssel in Zwolle stond een wachtpost die alle mannen jonger dan 50 oppakte voor tewerkstelling[1]. Diverse mannen ontsnapten hieraan door achter te blijven onder de IJssel, of door onder te duiken in plaatsjes rondom Hattem.

Ook het Arnhemse Openluchtmuseum bood onderdak aan de vluchtelingen.

Na de oorlog[bewerken]

Na de bevrijding mogen langzamerhand de vluchtelingen terug naar huis, maar het repatriëren zal maanden in beslag nemen. In Arnhem aangekomen vindt men een verwoeste en geplunderde stad, waar slechts 1 procent van de huizen nog bewoonbaar is. Door het Rode Kruis wordt een hulpactie gecoördineerd onder de naam HARK (Hulp Actie Roode Kruis). Geld en goederen worden ingezameld, en ook vanuit het westen van Nederland komt hulp via de actie Amsterdam helpt Arnhem.

Alleen op de wijk de Geitenkamp was een relatief grote groep mensen achtergebleven, ca. 900 van de 8000 bewoners en enkele duizenden dwangarbeiders. De wijk was geheel afgesloten met prikkeldraadversperringen. Er vonden daar overigens ook diverse fusillades plaats van opgepakte werkweigeraars, die door pro-Duitse wijkgenoten verraden waren. Na de bevrijding werden de Geitenkampers gezien als collaborateurs, overigens voor het grootste deel onterecht.[3]

Op de hoek van de Jansbuitensingel en de Apeldoornseweg is een monument dat herinnert aan de evacuatie van Arnhem. Het opschrift op de bronzen plaat onder de plaquette luidt[4]:

WEG WEG ... MAAR WAARHEEN
  GEDENKTEKEN EVACUATIE ARNHEM  
1944 SEPTEMBER - APRIL 1945