Executeur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie Testamentuitvoerder voor een soortgelijke rechtfiguur in het Belgische recht.

Een executeur (Nederland) of testamentuitvoerder (België) is degene die door een erflater bij testament is aangewezen om na overlijden bepaalde taken uit te voeren in de afwikkeling van de nalatenschap. De aangewezen persoon is niet verplicht de functie te aanvaarden. Een executeur voert als vertegenwoordiger van, of samen met, de erfgenamen de bij wet en testament vastgelegde opgaven uit waarbij de focus ligt op bescherming van de nalatenschap en voldoening van schulden. Een executeur mag geen handelingen verrichten in het kader van de verdeling, de verdeling wordt door alle deelgenoten uitgevoerd (art.3:182 BW).[1]

In het algemeen bestaan de taken van de testamentair executeur daaruit een inventarisatie van bezittingen en schulden te maken (boedelbeschrijving), de goederen te beheren zoals het een goed executeur betaamt, contracten op te zeggen, vorderingen en verzekeringsuitkeringen te innen, schulden en legaten te voldoen, belastingaangiften in te dienen en voor betaling van de aanslagen zorg te dragen. Blijken er meer schulden dan baten te zijn en is door een of meer erfgenamen beneficiair aanvaardt, treedt de executeur terug en moet door de erfgenamen vereffend worden, een procedure vergelijkbaar met de afwikkeling van een faillissement. Verkoop van goederen en andere beschikkingshandelingen door de executeur zijn alleen rechtsgeldig als er geld nodig is om schulden te voldoen of als de beschikkingshandeling door de executeur nodig wordt geacht voor een zorgvuldig beheer van de nalatenschap, in alle andere gevallen is toestemming en medewerking van alle erfgenamen vereist.[1] Een executeur heeft veelal beleidsvrijheid bij het maken van keuzes maar beslissingen moeten redelijk zijn in verhouding tot de gediende belangen en het werk moet worden uitgevoerd met 'de zorg van een goed executeur'.[1] Zolang een executeur het beheer voert moeten schuldeisers de boedel met rust laten.

De wet biedt de mogelijkheid een executeur te benoemen met en zonder beheersbevoegdheid. Zolang een executeur met beheersbevoegdheid aan het werk is, zijn de eigendomsrechten van de erfgenamen over de nalatenschap ingeperkt, ze mogen niet zonder zijn medewerking of machtiging van de kantonrechter over hun goederen of hun erfdeel beschikken (in juridische zin). Deze inbreuk op het grondrecht van eigendom wordt gerechtvaardigd met het algemeen belang dat schuldeisers van een overledene hebben bij een geordende afwikkeling van diens nalatenschap.

Bij auteurs noemt men degene die na overlijden de auteursrechten beheert de literair executeur. Deze kan bij testament de taak toegewezen krijgen om onvoltooide werken te redigeren en uit te geven.

De wettelijke regels zijn gegeven in het Burgerlijk Wetboek, voor België de artikelen 1025 - 1034, voor Nederland de artikelen 4:142 - 4:153 BW, zowel de regels als de betekenis van bepaalde begrippen verschillen in beide landen wezenlijk van elkaar.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Benoeming bij testament naar wensen erflater[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland gaan bezittingen en schulden direkt bij overlijden over van erflater op erfgenamen, zij worden zo gezamenlijk eigenaar van de onverdeelde erfgemeenschap en moeten alles gezamenlijk regelen. Is bij testament een executeur benoemd, neemt deze bepaalde taken van de gezamenlijke erfgenamen over in de eerste fase van de afwikkeling. Er bestaat geen verplichting een executeur te benoemen, een erflater heeft de vrijheid dat te doen, bij notarieel testament. Tot 2003 kon dat ook bij codicil, deze benoemingen blijven na 2003 geldig maar worden omgezet in de status van executeur (art. 79 Overgangswet).[2] Een erflater kan bevoegdheden, taken en verplichtingen van de executeur binnen het wettelijk kader zelf bepalen, als dat niet gebeurt gelden de algemene wettelijke regels van art. 4:142 e.v. BW. De executeur heeft als algemene wettelijke taken de goederen van de nalatenschap te beheren en opeisbare schulden te voldoen, waarbij de (eigendoms-)rechten van erfgenamen zijn ingeperkt en de executeur hen in en buiten rechte vertegenwoordigt, men noemt dit privatieve beheersbevoegdheid (art. 4:144 lid 1 en 145 BW). Erfgenamen blijven samen of afzonderlijk bevoegd te handelen met toestemming van de executeur. Erflater kan ook een executeur aanstellen zonder (een van) deze taken.

Onafhankelijk van het takenpakket dat in een bepaald testament aan een executeur is gegeven, mogen erfgenamen gezamenlijk of afzonderlijk zorgen voor normaal onderhoud en behoud van de nalatenschapsgoederen en zijn ze bevoegd tot handelingen die geen uitstel dulden (art. 3:170 lid 2 BW).[3][4]

In het notariaat en populaire artikelen wordt nog wel gesproken over drie soorten executeurs, ingedeeld naar zwaarte van hun opgaven en bevoegdheden. Het oude recht kende een driedeling: de executeur zonder bezit van de nalatenschap, de executeur met bezit daarvan en de executeur-boedelberedderaar, die de meest uitgebreide bevoegdheden had.[5] Een vergelijkbare indeling bestaat niet in het huidige erfrecht, dat kent alleen de executeur, gelijk te stellen met de oude executeur uit de derde categorie, aldus vaste rechtspraak.[6][7][8]

Zijn bij testament nadere regels gegeven, verschillen zwaarte en omvang van de functie van testament tot testament. Het gaat om de persoonlijke wil van een erflater, de door hem gewenste bepalingen gelden uitsluitend in zijn nalatenschap. In het notariaat wordt veel met standaard-modellen gewerkt maar deze hoeft een erflater niet te volgen. Er kunnen meerdere executeurs worden benoemd met deeltaken, elk met eigen bevoegdheden en verplichtingen, met of zonder beheersbevoegdheid (art. 4:142 BW). Taken of deeltaken kunnen zijn het afwikkelen van de administratie, opzeggen van contracten, opheffen van socialemedia-accounts, beheer van een onderneming of vakantiehuis, zorgdragen voor de afgifte van legaten en legitieme portie, het te gelde maken van bezittingen om schulden te voldoen. Bij testament kunnen richtlijnen worden gegeven voor de gewenste manier van werken door de executeur en de gewenste houding van de erfgenamen, wat kan helpen onenigheid tussen de erfgenamen onderling en met de executeur te voorkomen.

Bevoegdheden en taken van de executeur kunnen bij testament worden beperkt ten opzichte van de wet, maar niet worden uitgebreid.[9][10] De wetgever wilde nadrukkelijk niet de mogelijkheid scheppen, dat de erflater een derde zeggenschap zou kunnen verlenen bij het tot stand brengen van de verdeling.[9] Enkele wetsbepalingen over rechten van erfgenamen zijn van regelend recht en kunnen bij testament worden aangepast om een executeur meer armslag te geven. Ook kan aan de executeur een testamentaire last worden opgelegd, deze last rust mede op de erfgenamen, zijn niet alle erfgenamen het eens over de manier waarop een executeur de last uitvoert, kan de voortgang stokken (art. 4:144 lid 1 en 4:130 lid 2 BW).[11] Anders dan een executeur zonder last, hoeft een legitimaris een executeur met last niet te aanvaarden, evenmin mag dan bij een beroep op de legitieme portie daarop iets in mindering worden gebracht (art. 4:72 en 4:73 BW).

Wil men een testamentair functionaris met beheersbevoegdheden in de fase van de verdeling, kan een testamentair bewind worden ingesteld voor de duur van de afwikkeling in het belang van alle rechthebbenden en een afwikkelingsbewindvoerder worden benoemd (art. 4:153 jo 4:167 lid 3 BW). Deze functie kan aan dezelfde persoon worden gegeven als die van executeur maar het zijn twee verschillende functies met elk eigen rechtsregels die niet kruislings mogen worden ingezet. Ook hier is de hoofdtaak het beheer van de nalatenschap, de wetgever wilde nadrukkelijk niet de mogelijkheid scheppen, dat de erflater een derde zeggenschap zou kunnen verlenen bij het tot stand brengen van de verdeling.[9] Wetgever bood voor de testamentair bewindvoerder de mogelijkheid een vordering tot verdeling bij de rechter in te dienen en vond het ongewenst dat de rechter wordt uitgeschakeld.[12] Ook bij bewind geldt dat legitimarissen kunnen verwerpen zonder vermindering en ze het bewind niet hoeven te accepteren.[13]

Om een goed of erfdeel te beschermen tegen verkwisting door een erfgenaam, of om bij minderjarigen te zorgen voor een goed beheer, kan een testamentair beschermingsbewind worden ingesteld over dat erfdeel en een bewindvoerder worden benoemd.

Als executeur kan erflater een erfgenaam benoemen, een notaris, advocaat of professioneel executeurskantoor, maar het kan ook iemand anders zijn. Enkele groepen personen zijn uitgezonderd. De erflater kan aan een executeur de bevoegdheid toekennen een of meer andere executeurs aan zich toe te voegen of in de plaats te stellen; ook kan een reserve-executeur benoemd worden en/of worden bepaald dat wanneer een executeur komt te ontbreken, belanghebbenden de kantonrechter kunnen verzoeken een vervanger te benoemen. Deze krijgt de bevoegdheden uit het testament tenzij sprake is van onvoorziene omstandigheden die wijzigingen rechtvaardigen, de wijzigingen kunnen alleen door de rechter worden bepaald.

Voordelen, nadelen[bewerken | brontekst bewerken]

Belangrijk voordeel van een executeur met privatieve beheersbevoegdheid is dat direkt na overlijden aan het werk kan worden gegaan, ook als nog niet alle erfgenamen bekend zijn. Ook kan sneller worden gehandeld omdat niet voor elke beslissing eenstemmigheid van alle erfgenamen nodig is. Belangrijke nadelen zijn de veelal hoge kosten voor de nalatenschap bij een professionele executeur, de matige rechtsbescherming van erfgenamen die tijdens het beheer weinig juridische middelen hebben de executeur te corrigeren en de vaak matige kennis over bevoegdheden en verplichtingen van een executeur, waardoor deze zijn bevoegdheden vaak te buiten gaat, wat voor de executeur meer werk en een hogere opbrengst uit de nalatenschap meebrengt, ten nadele van de erfgenamen.[14][15]

Aanvaarding, ontslag, einde functie[bewerken | brontekst bewerken]

De benoeming als executeur volgt uit het testament, de executeur is meteen na overlijden bevoegd en kan direct aan het werk, maar er is geen verplichting te aanvaarden. Voor al dan niet aanvaarden hoeft men geen reden te geven en de beslissing is vormvrij.[16] Een professioneel executeur waarmee de benoeming vooraf door erflater beroepsmatig is besproken, kan de functie niet zonder meer weigeren. Een erflater mag er in dat geval op vertrouwen dat de gekozen executeur geschikt is voor de opgaven en mag er in beginsel van uitgaan dat de executele op professionele wijze is geborgd. Aanvaarding van de benoeming kan informeel gebeuren, door het oppakken van werkzaamheden of een mail aan de erfgenamen, of formeel, bijvoorbeeld door ondertekening van een verklaring van aanvaarding. Is eenmaal aanvaard, formeel of informeel, kan de functie tussentijds alleen worden beëindigd door de kantonrechter en moeten de erfgenamen décharge verlenen. Voor uitvoering van bepaalde taken heeft de executeur een notariële verklaring van erfrecht of executele nodig, onder meer om te kunnen bewijzen dat hij gerechtigd is een bankrekening of hypothecaire lening op naam van de erven te zetten. Deze verklaring is geen vereiste voor aanvaarding van de functie.

Met aanvaarding van de benoeming komen aan de executeur de bevoegdheden toe uit wet en testament en zijn de (eigendoms-)rechten van de erfgenamen in zoverrre ingeperkt.[17] Wordt niet aanvaard kan een vervanger worden benoemd als het testament daarin voorziet, zo niet is de juridische situatie gelijk aan die dat geen executeur is benoemd. De erfgenamen kunnen en mogen de nalatenschap dan alleen gezamenlijk beheren en beschikken, waarbij niet het principe van de meerderheid geldt maar dat van de gezamenlijkheid of unanimiteit. Voor handelingen van gewoon beheer en handelingen die geen uitstel dulden is geen unaniem besluit nodig, dat kan door een of enkele erfgenamen worden gedaan. De erfgenamen kunnen gezamenlijk iemand machtigen het werk namens hen te doen, de volmacht-executeur of boedelgevolmachtigde. Dat kan een van de erfgenamen zijn of iemand anders. De taken en bevoegdheden die aan een gemachtigde worden gegeven en de tarieven die deze mag rekenen, kunnen de gezamenlijke erfgenamen vrij bepalen.

De functie van executeur komt ten einde als alle opeisbare schulden zijn voldaan en alle lasten uitgevoerd. De executeur met beheersbevoegdheid moet het beheer aan de erfgenamen overdragen en terugtreden. De boedel moet juridisch worden vrijgeven, bij registergoederen middels notariële akte, feitelijk moeten zaken worden overgedragen die de executeur in bezit heeft genomen zoals sleutels, papieren, administratie e.d.. Hij moet rekening en verantwoording aan de erfgenamen afleggen. Als er een afwikkelingsbewindvoerder is vindt overdracht aan hem plaats. Hebben erfgenamen op enig moment aan de executeur de nodige middelen ter beschikking gesteld om schulden te voldoen, kunnen ze diens privatieve beheersbevoegdheid voor het overige beëindigen (4:150 lid 3 BW).

Bij problemen met de manier waarop een executeur zijn werk doet of bij de interactie met erfgenamen, kan tussentijds een verzoek tot ontslag van de executeur bij de kantonrechter worden ingediend (art. 4:149 lid 2 (jo. art. 4:149 lid 1, aanhef en onder f) BW). Dat heeft zin als objectief aantoonbaar is dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag: hij heeft zich niet als 'goed executeur' gedragen, schiet ernstig tekort in de uitvoering van taken of de vertrouwensband is ernstig verstoord.[18][19][20] Algemene stellingen, subjectieve ervaringen of verwijten zonder onderbouwing worden door de rechter niet geaccepteerd, het gaat om concrete en objectieve bijzonderheden in een individuele zaak. Beoordeling vindt plaats van geval tot geval. Bij zaken voor de kantonrechter bestaat geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat, in familiezaken vinden in de regel geen kostenveroordelingen van één partij plaats maar draagt ieder de eigen kosten. Ook de executeur kan een ontslagverzoek indienen, dat wordt meestal gehonoreerd.

Beloning[bewerken | brontekst bewerken]

Beloning van de executeur volgens de wet is 1% van het vermogen bij overlijden, ongeacht de hoeveelheid aan werk.[21] Hier kan bij testament van worden afgeweken, er kan meer of minder worden toegekend. Wordt bij testament een beloning toegekend gerelateerd aan de hoeveelheid werk, kan de executeur volgens de rechtspraak niet alle kosten ten laste van de nalatenschapsboedel brengen, maar alleen de kosten die in redelijkheid zijn gemaakt, gelet op de toegedachte taak en de omvang en complexiteit van de betreffende nalatenschap.[22] Om de nalatenschap te beschermen tegen bovenmatig declaratiegedrag kan deze norm in het testament worden opgenomen. Wordt een notaris, accountant, advocaat of andere vrije beroepsuitoefenaar als executeur benoemd, dient deze bij berekening van het honorarium onderscheid te maken tussen werk waarvoor de eigen beroepskennis nodig is en ander werk. Voor ander werk, zoals administratie of het beëindigen van abonnementen, mag de nalatenschap alleen worden belast met het bij deze werkzaamheden passende tarief. In de Recofa-richtlijn, van toepassing op vereffeningen van een nalatenschap, wordt dit als volgt geformuleerd: de curator verdeelt de werkzaamheden zodanig over hemzelf, zijn kantoorgenoten en administratief medewerkers dat de werkzaamheden tegen het laagst mogelijke uurtarief worden verricht.[23] Er kan bij testament ook worden bepaald dat de executeur geen loon in rekening mag brengen, alleen kosten. De kantonrechter kan op grond van onvoorziene omstandigheden de beloning op een andere manier vastleggen dan bij testament is bepaald.

Beginselen urenschrijven executeur[bewerken | brontekst bewerken]

In de rechtspraak zijn enkele beginselen gegeven voor declaratie van het werk als executeur.[24] Zo moet een notaris onder andere de kosten van de werkzaamheden afwegen tegen het nut dat de werkzaamheden voor de boedel hebben. Voorts mag bestede tijd die het gevolg is van fouten of inefficiënties van de executeur of diens medewerkers in het algemeen niet aan de erfgenamen in rekening worden gebracht. Om te kunnen toetsen of deze beginselen zijn aangehouden, dient de aard der werkzaamheden te worden gespecificeerd. Een urenspecificatie moet voor de erfgenamen controleerbaar zijn, algemene aanduidingen als 'overleg met de heer A' of 'bezoek aan advocaat' voldoen niet.[25]

Taken, bevoegdheden en verplichtingen[bewerken | brontekst bewerken]

De algemene wettelijke taken van de erfrechtelijk executeur zijn de nalatenschap te inventariseren, de goederen te beheren zoals dat gebruikelijk is en opeisbare schulden van de nalatenschap te voldoen (art. 4:144 lid 1, art. 4:145 tot en met 4:148 BW).[26] Op grond van de Successiewet is de executeur verplicht de aangifte erfbelasting namens de erfgenamen te doen en de aanslag te betalen.[27][28] De executeur is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde erfbelasting.[29] Wat als schulden van de nalatenschap moeten worden beschouwd is geregeld in artikel 4:7 BW, daar is ook een rangvolgorde vastgelegd. Legaten worden gezien als schuld van de nalatenschap, tenzij ze op een bepaalde erfgenaam rusten, maar zijn uitgezonderd van de voorrangsbepalingen. Zijn aan de executeur lasten opgelegd, gelden de verplichtingen ook voor de erfgenamen (art. 4:130 lid 2 BW).

Een executeur mag beslissingen nemen die passen binnen de toepasselijke juridische normen en kaders, het is een discretionaire bevoegdheid.[6] Hij dient de belangen van alle erfgenamen en schuldeisers en heeft daarbij de zorg van een 'goed executeur' te betrachten. Werkwijze en beslissingen moeten zoveel mogelijk in lijn liggen met de bedoelingen van erflater, deze kunnen in het testament staan, een aparte notariële akte of een codicil. Ook met andere uitdrukkelijk kenbaar gemaakte wensen en aanwijzingen moet rekening worden gehouden (vgl. art. 7:402 BW).[30] Van de executeur wordt verwacht moeilijkheden, wrijvingen en wantrouwen zoveel mogelijk binnen grenzen te houden.[18] Mocht een executeur plichten schenden of bevoegdheden overschrijden kan dat onrechtmatig zijn tegenover erfgenamen of schuldeisers wat hen het recht geeft schadevergoeding te vorderen.[31] Een deeltaakexecuteur heeft alle bevoegdheden van de executeur maar mag deze alleen binnen het deeltaakgebied uitoefenen.[32]

Aard en omvang van het werk zijn afhankelijk van het testament, de grootte en ingewikkeldheid van de nalatenschap, het aantal erfgenamen en legatarissen, of een beroep op de legitieme portie wordt gedaan of er bedrijfsactiviteiten, grote beleggingen, internationale aspecten, een kunstcollectie of historische erfgoederen zijn.

Situatieve bevoegdheid[bewerken | brontekst bewerken]

Een executeur kan zelfstandig juridisch 'beschikken' als dat nodig is voor het betalen van schulden, de nakoming van opgelegde testamentaire lasten of voor de normale exploitatie van goederen die onder zijn beheer staan.[33][34] Gaat het om andere beschikkingshandelingen is de executeur niet zelfstandig bevoegd en is toestemming en medewerking van alle erfgenamen vereist. Er moet steeds per situatie worden bekeken of er bevoegdheid is voor een bepaalde rechtshandeling, aan de hand van de gegeven omstandigheden. Leegruimen van een woning valt binnen de bevoegdheid van een executeur als de woning door erflater was gehuurd, de huur moet worden opgezegd en de woning leeg opgeleverd. De goederen moeten worden opgeslagen. Was de woning eigendom van erflater mag de executeur deze niet leegruimen zonder toestemming van alle erfgenamen. Een verbouwing nodig om schade van een gesprongen waterleiding te herstellen kan tot de bevoegdheden horen, een verbouwing om een pand in de nalatenschap op te knappen voor verkoop, niet.[3] Bij levering van een registergoed moet de notaris controleren of de executeur bevoegd is de betreffende zaak te gelde te maken en of eventueel benodigde toestemming door alle erfgenamen is gegeven. Zo niet, is de verkoop ongeldig.[35][36][37] Het is niet altijd eenvoudig te bepalen of een executeur in een bepaalde situatie bevoegd is een rechtshandeling zelfstandig te verrichten, ook rechters kunnen over dezelfde situatie een verschillende mening hebben.[38]

Uitvaart[bewerken | brontekst bewerken]

Het lichaam van overledene of de as na crematie maakt geen deel uit van de nalatenschap, het regelen van de lichaamsverzorging, wake of uitvaart valt daarom niet binnen het takenpakket van de executeur. Spreekt een testament over een uitvaart- of 'begrafenisexecuteur' is die bepaling ongeldig maar mag er van worden uitgegaan dat erflater aan de executeur de last wilde opleggen de uitvaart te regelen (art. 3:42 BW jo 4:130 BW).[13] Een last voor de executeur geldt automatisch voor alle erfgenamen zodat iedereen het eens moet zijn over de manier waarop de last wordt uitgevoerd. Volgens de Wet op de Lijkbezorging zijn de wensen van overledene leidend. De persoon die opdracht geeft voor de begraving of crematie en daarvoor bij de gemeente verlof vraagt, is als enige verantwoordelijk voor een goede afloop (art. 18 lid 1, lid 2 Wlb). Een ieder kan opdracht voor de uitvaart geven, deze persoon is tegenover derden aansprakelijk voor voldoening van de facturen.[39] Een executeur heeft de bevoegdheid de kosten rond de uitvaart bij voorrang uit de nalatenschap te voldoen en daarvoor zonodig goederen uit de nalatenschap te gelde te maken (art. 4:7 lid 1 onder b BW jo art. 4:7 lid 2 onder 1° BW).[40] Sinds 2003 kan de uitvaart naar de letterlijke wettekst overigens niet meer bij testament worden geregeld, alleen bij gewone notariële akte of bij codicil.[41]

Executeur en afwikkelingsbewindvoerder[bewerken | brontekst bewerken]

Het hoort niet tot de bevoegdheden van de executeur de nalatenschap zelfstandig in staat van verdeling te brengen of te verdelen, dat kan alleen als alle erfgenamen daarmee instemmen.[13][42][43] Wil men een testamentair functionaris met bevoegdheden in de fase van de verdeling, kan een testamentair bewind worden ingesteld voor de duur van de afwikkeling in het belang van alle rechthebbenden en een afwikkelingsbewindvoerder worden aangesteld. Deze functie kan aan dezelfde persoon worden gegeven als die van executeur maar het zijn twee verschillende functies met elk eigen rechtsregels die alleen mogen worden gebruikt in de uitvoer van de betreffende functie en voor het doel waarvoor ze zijn gegeven.[10][13] Het kan zijn dat voor eenzelfde soort handeling andere regels gelden, afhankelijk van het kader waarbinnen het werk wordt gedaan. Taxatie en verkoop van een woning om schulden te voldoen is werk in de hoedanigheid van executeur, of erfgenamen inspraak hebben bij keuze van de taxateur of toestemming moeten geven voor verkoop wordt bepaald door de regels voor de executele in wet en testament (afdeling 5.6 Boek 4 BW). Taxatie van een woning om de boedel verdeelklaar te maken hoort tot de bevoegdheid van een afwikkelingsbewindvoerder, de regels zijn gegeven in de afdeling testamentair bewind, het bewind in een gemeenschappelijk belang (afdeling 5.7 Boek 4 BW).[10][13] In de regel wordt eerst in de functie van executeur gewerkt, daarna als afwikkelingsbewindvoerder maar overlap is onvermijdelijk. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van wetgever geweest aan een erflater de mogelijkheid te bieden een derde aan te stellen met zeggenschap over verdeling van de boedel, anders dan binnen het notariaat en de estate-planningsbranche met een zekere vanzelfsprekendheid wel wordt verondersteld.[9][44]

"Driesterrenexecuteur"[bewerken | brontekst bewerken]

In de notariële praktijk en de executeursbranche wordt het standpunt verdedigd dat er een 'driesterrenexecuteur' of 'turbo-executeur' zou bestaan, juridisch gesproken de combi-functie executeur-afwikkelingsbewindvoerder, die een nalatenschap volledig zou mogen afwikkelen met uitsluiting van erfgenamen, als dat door erflater uitdrukkelijk zo is gewild en dit bij testament in duidelijke bewoordingen is beschreven. Een testamentair bewindvoerder zou volgens deze leer ook tegen de wil van erfgenamen over nalatenschapsgoederen mogen beschikken en de boedel zelfstandig mogen verdelen op basis van dwangvertegenwoordiging.[30][13] Als grondslag voor deze theorie wordt gegeven dat Duitse wetgeving deze mogelijkheid biedt en Duitse wettelijke regels naar de Nederlandse erfrechtpraktijk zouden kunnen worden getransponeerd via het zogenaamde 'Germania docet' principe.[13][30][45] Hierover bestaat verdeeldheid onder juristen, de bevoegdheden zijn namelijk niet opgenomen in de Nederlandse wetgeving, de wetgever gaf nadrukkelijk aan dat het ongewenst is, erflater de mogelijkheid te bieden een derde zeggenschap te geven bij de verdeling, de rechter mag hier niet worden uitgeschakeld.[9] Er is geen rechtspraak gepubliceerd.

Anders dan bij de wettelijke regels over de rechten van erfgenamen bij een beheersexecuteur, biedt de wet een erflater bij het testamentair bewind geen mogelijkheid de (eigendoms-)rechten van erfgenamen bij testament verder in te perken dan de algemene wettelijke regeling al doet. Voor het geval een bewindvoerder bepaalde handelingen in de verdeling niet kan uitvoeren omdat toestemming van een of meer erfgenamen ontbreekt, biedt de wet een testamentair bewindvoerder de bevoegdheid de kantonrechter een vervangende machtiging te vragen of bij de Rechtbank een vordering tot verdeling in te dienen zonder toestemming van rechthebbenden (art. 4:169 lid 3, 4:170 lid 1). Bij onvoorziene omstandigheden kan de rechter om een wijziging van de bewindsregels worden gevraagd (4:171 lid 2 BW). Zo kan een afwikkelingsbewindvoerder de verdeling met een zekere voortvarendheid tot stand brengen, maar de beslissingsbevoegdheid is in Nederland door wetgever nadrukkelijk bij de rechter gelegd.

Positie erfgenamen[bewerken | brontekst bewerken]

Zodra de executeur de benoeming heeft aanvaard begint de executele, een fase van de afwikkeling waarin een executeur die het beheer over de nalatenschap mag voeren met uitsluiting van de erfgenamen bepaalde wettelijke bevoegdheden heeft en verantwoordelijkheden draagt. Doel van de executele is zowel bescherming van de nalatenschap als bescherming van de schuldeisers, wanneer alle schulden zijn voldaan is de executele ten einde (art. 4:149 BW). Bepaalde rechten van de (andere) erfgenamen zijn gedurende de executele ingeperkt maar de inperkingen gaan niet zover dat erfgenamen langs de zijlijn moeten staan (art. 4:145 lid 1 BW).[17]

Erfgenamen mogen met medewerking van de executeur over nalatenschapsgoederen of hun aandeel daarin beschikken in de betekenis van goederenrechtelijk beschikken, ofwel vervreemden en bezwaren.[13][46] Weigert een executeur toestemming en lijkt dat onterecht, kan de kantonrechter om plaatsvervangende machtiging voor de werkzaamheden worden gevraagd. Tot andere beschikkingshandelingen zijn de erfgenamen gezamenlijk zonder medewerking van de executeur bevoegd en ze kunnen overeenkomsten sluiten, maar nog niet effectueren. Erfgenamen mogen ook zelfstandig, gezamenlijk of afzonderlijk, alles doen wat nodig is voor gewoon onderhoud of behoud van nalatenschapsgoederen en handelingen verrichten die geen uitstel kunnen lijden, daaronder beschikkingshandelingen (art.3:170 BW).[3] Mocht een executeur deze opgaven verwaarlozen kunnen erfgenamen hem dat niet tegenwerpen als ze zelf niets hebben gedaan.

Zijn aan de executeur lasten opgelegd kunnen deze ook door de erfgenamen worden uitgevoerd, tenzij bij uiterste wil anders bepaald (art. 4:130 BW).[47]

Erfgenamen kunnen voldoende middelen ter beschikking stellen aan de executeur om opeisbare schulden te voldoen, dat kan ook een lening zijn, en zijn beheersbevoegdheid voor het overige beëindigen (art. 4:150 lid 3). De beheersbevoegdheid dient er toe zeker te stellen dat de boedel kan worden ingezet om schulden te voldoen en deze beschermingsmaatregel is niet meer nodig. De executeur kan verder werken maar voor de erfgenamen gelden de wettelijke inperkingen van artikel 4:145 BW niet meer.

De wet bepaalt dat de executeur in overleg treedt met de erfgenamen wanneer hij goederen moet verkopen om schulden te voldoen maar dit kan door erflater anders worden geregeld. Ook kan erflater bepalen dat de executeur in die situatie toestemming nodig heeft van alle erfgenamen, of een deel ervan. Is een erfgenaam het niet eens is met de te gelde making, moet de executeur hem de gelegenheid geven de kantonrechter om een beslissing te vragen.

Gaat een executeur zijn bevoegdheid te buiten en laat hij geen discussie toe, is van belang het gedrag zoveel mogelijk te documenteren. Bijvoorbeeld in een gesprek met de executeur waarvan een bespreekverslag ter goedkeuring aan de executeur wordt gestuurd. Op basis van bewijsbare feiten kan bij de kantonrechter ontslag worden gevraagd, in die procedure vindt meestal een bemiddelingspoging plaats waar op aanwijzing van de kantonrechter nadere afspraken kunnen worden gemaakt, zo nodig onder aanhouding van de zaak. Ook kan achteraf worden geweigerd bepaalde werkzaamheden en kosten die in rekening worden gebracht te accepteren.

Trekt een executeur werk naar zich toe dat ook zelfstandig door erfgenamen mag worden gedaan en geven erfgenamen aan dat werk te willen doen, kan achteraf worden geweigerd de betreffende werkzaamheden door de executeur te vergoeden. Het gaat in de eerste plaats om werk dat erfgenamen zelfstandig zonder toestemming van de executeur mogen verrichten, in de tweede plaats om werk dat met toestemming van de executeur mag worden verricht en waarvoor de executeur ten onrechte toestemming weigert. Er moet dan kunnen worden aangetoond dat erfgenamen zich bereid hebben verklaard de werkzaamheden zelf te verrichten en ze zich daarvoor beschikbaar hebben gesteld.

De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven. Een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, is verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, of aan de erfgenamen, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.

Een executeur moet aan het einde van de rit rekening en verantwoording afleggen aan de erfgenamen, dat betekent niet alleen dat de administratie wordt aangeboden, maar ook dat de erfgenamen een mening kunnen geven over vervulling van zijn taken. Als erfgenamen menen dat een executeur zich niet goed heeft gedragen, onnodig werk heeft vericht of buitensporig heeft gedeclareerd, kan décharge worden geweigerd. Komt men er onderling niet uit, beslist de kantonrechter.

Is een executeur ook als afwikkelingsbewindvoerder aangesteld gelden voor uitvoer van die functie de regels van het testamentair bewind (art. 4:157 - 4:181 BW). Houdt een bewindvoerder zich daar niet aan met een verwijzing naar het testament moet beoordeeld worden of de bepalingen in het testament rechtsgeldige werking hebben. De erfgenamen hebben naast de afwikkelingsbewindvoerder in ieder geval het recht tot handelingen dienende tot gewoon onderhoud van de goederen die hij in gebruik heeft en tot handelingen die geen uitstel kunnen lijden (art. 4:166 BW).

Executeur als beroep[bewerken | brontekst bewerken]

Het beroep van executeur en het voeren van de beroepsnaam is niet gereglementeerd, er zijn geen eisen voor vakbekwaamheid, kwaliteit of onafhankelijkheid, er bestaat geen algemene geheimhoudingsplicht, er is geen landelijke onafhankelijke klachteninstantie en het beroep mag worden uitgeoefend zonder passende opleiding.[48] Begrippen als register executeur, gecertificeerd executeur of beëdigd executeur hebben juridisch inhoudelijk dus geen betekenis, het zijn geen officiële titels of keurmerken. Er zijn twee branche-organisaties waarbij een ieder zich kan aansluiten na het volgen van enkele dagen cursus, één organisatie verplicht de leden een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten en een gedragscode te ondertekenen, met als enige sanctie beëindiging van het lidmaatschap. Het is mogelijk dat iemand uit een gereglementeerde beroepsgroep werkzaam is als executeur en zo aan regels van de beroepsgroep is gebonden, zoals een registeraccountant, advocaat of notaris. De afwikkeling van een nalatenschap kent geen wettelijke regels en beroepsregels geven hier nauwelijks houvast.[17] Dit klemt temeer wanneer belangen van executeur en erfgenamen tegenover elkaar staan, zoals bij het declareren van kosten of het gebruik van bevoegdheden zonder toestemming van de erfgenamen.[13]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]