Executeur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een executeur (Nederland) of testamentuitvoerder (België) is degene die door een erflater bij testament is aangewezen om bepaalde taken op zich te nemen bij de uitvoering van het testament. De aangewezen persoon is niet verplicht de taak op zich te nemen. De executeur voert voor of met de erfgenamen een deel van de afwikkeling van de nalatenschap uit waarbij de focus ligt op bescherming van de nalatenschap en voldoening van schulden, hij mag geen handelingen verrichten in het kader van de verdeling. De regels zijn opgenomen in het testament en de wet.

In het algemeen bestaan de taken daaruit zorg te dragen voor de praktische afwikkeling, een inventarisatie van bezittingen en schulden te maken (boedelbeschrijving), de goederen te beheren, vorderingen en verzekeringsuitkeringen te innen, schulden en legaten te voldoen, belastingaangiften in te dienen en voor betaling van de aanslag zorg te dragen. Blijken er meer schulden dan baten te zijn en is door een of meer erfgenamen beneficiair aanvaardt, treedt de executeur terug en moet vereffend worden. Verkoop van goederen en andere beschikkingshandelingen zijn rechtsgeldig alleen mogelijk met medewerking van alle erfgenamen. Zolang een executeur het beheer voert moeten schuldeisers de boedel met rust laten.

Bij auteurs noemt men degene die na overlijden de auteursrechten beheert de literair executeur. Deze kan bij testament de taak toegewezen krijgen om onvoltooide werken te redigeren en uit te geven.

De wettelijke regels zijn gegeven in het Burgerlijk Wetboek, voor Belgie de artikelen 1025 - 1034, voor Nederland de artikelen 4:142 - 4:153 BW, zowel de regels als de betekenis van bepaalde begrippen verschillen in beide landen wezenlijk van elkaar.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Benoeming bij testament naar wensen erflater[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland bestaat geen verplichting een executeur te benoemen, een erflater heeft de vrijheid dat te doen, bij notarieel testament. Tot 2003 kon dat ook bij codicil, deze benoemingen blijven na 2003 geldig maar worden omgezet in de status van executeur (art. 79 Overgangswet).[1] Een erflater kan bevoegdheden, taken en verplichtingen van de executeur binnen het wettelijk kader zelf bepalen, als dat niet gebeurt gelden de algemene wettelijke regels van art. 4:142 e.v. BW. De executeur heeft de taak de goederen van de nalatenschap te beheren waarbij de (eigendoms-)rechten van erfgenamen zijn ingeperkt en de executeur hen in en buiten rechte vertegenwoordigt, men noemt dit privatieve beheersbevoegdheid (art. 4:144 lid 1 en 145 BW). In vakliteratuur en populaire artikelen wordt nog wel gesproken over drie soorten executeurs, ingedeeld naar zwaarte van hun opgaven en bevoegdheden. Het oude recht kende een driedeling: de executeur zonder bezit van de nalatenschap, de executeur met bezit daarvan en de executeur-boedelberedderaar, die de meest uitgebreide bevoegdheden had.[2] Een vergelijkbare indeling bestaat niet in het nieuwe erfrecht, deze kent alleen de executeur, gelijk te stellen met de oude executeur uit de derde categorie, aldus vaste rechtspraak.[3][4][5]

Zijn bij testament nadere regels gegeven, verschillen zwaarte en omvang van de functie van testament tot testament. Het gaat om de persoonlijke wil van een erflater, de door hem gewenste bepalingen gelden uitsluitend in zijn nalatenschap. In het notariaat wordt veel met standaard-modellen gewerkt maar deze hoeft een erflater dus niet te volgen. Er kunnen meerdere executeurs worden benoemd met deeltaken, elk met eigen bevoegdheden en verplichtingen, met of zonder beheersbevoegdheid (art. 4:142 BW). Taken of deeltaken kunnen bijvoorbeeld zijn het afwikkelen van de administratie, opzeggen van contracten, opheffen van socialemedia-accounts, beheer van een vakantiehuis, zorgdragen voor de afgifte van legaten en legitieme portie, het te gelde maken van bezittingen om schulden te voldoen. Bij testament kunnen richtlijnen worden gegeven voor de gewenste manier van werken door de executeur en de gewenste houding van de erfgenamen, wat kan helpen onenigheid tussen de erfgenamen onderling en met de executeur te voorkomen. Een executeur moet bij het werk de zorg van een goed executeur betrachten en is gehouden aanwijzingen van erflater te volgen (vgl. art. 7:402 BW).[6]

Bevoegdheden en taken van de executeur kunnen bij testament worden beperkt ten opzichte van de wet, maar niet worden uitgebreid.[7] Enkele wetsbepalingen die rechten aan erfgenamen toekennen zijn van regelend recht, deze rechten kunnen daarom bij testament worden aangepast om een executeur meer armslag te geven. Ook bestaat de mogelijkheid aan de executeur een testamentaire last op te leggen, deze rust mede op de erfgenamen (art. 4:144 lid 1 en 4:130 lid 2 BW).[8] Nadeel van een executeur met last is dat bij een beroep op de legitieme portie niets in mindering hoeft te worden gebracht, bij een executeur moet dat wel (art. 4:72 en 4:73 BW).

Wil men een testamentair functionaris met bevoegdheden in de fase van de verdeling, kan een testamentair bewind worden ingesteld voor de duur van de afwikkeling in het belang van alle rechthebbenden en een afwikkelingsbewindvoerder worden benoemd (art. 4:153 jo 4:167 lid 3 BW). Deze functie kan aan dezelfde persoon worden gegeven als die van executeur maar het zijn twee verschillende functies met elk eigen rechtsregels die niet kruislings mogen worden ingezet. Ook bij bewind geldt dat legitimarissen kunnen verwerpen zonder vermindering.[9]

Om een goed of erfdeel te beschermen tegen verkwisting door een erfgenaam, of om bij minderjarigen te zorgen voor een goed beheer, kan een testamentair beschermingsbewind worden ingesteld over dat erfdeel en een bewindvoerder worden benoemd.

Als executeur kan erflater een erfgenaam benoemen, een notaris, advocaat of professioneel executeurskantoor, maar het kan ook iemand anders zijn. Enkele groepen personen zijn uitgezonderd. De erflater kan aan een executeur de bevoegdheid toekennen een of meer andere executeurs aan zich toe te voegen of in de plaats te stellen; ook kan een reserve-executeur benoemd worden en/of worden bepaald dat wanneer een executeur komt te ontbreken, belanghebbenden de kantonrechter kunnen verzoeken een vervanger te benoemen. Deze krijgt de bevoegdheden uit het testament tenzij sprake is van onvoorziene omstandigheden die wijzigingen rechtvaardigen, de wijzigingen kunnen alleen door de rechter worden bepaald.

Aanvaarding, ontslag, einde functie[bewerken | brontekst bewerken]

De benoeming als executeur volgt uit het testament, de executeur is meteen na overlijden bevoegd en kan direct aan het werk maar er is geen verplichting te aanvaarden. Voor al dan niet aanvaarden hoeft men geen reden te geven en de beslissing is vormvrij.[10] Een professioneel executeur waarmee de benoeming vooraf door erflater beroepsmatig is besproken, kan de functie niet zonder meer weigeren. Een erflater mag er in dat geval op vertrouwen dat de gekozen executeur geschikt is voor de opgaven en mag er in beginsel van uitgaan dat de executele op professionele wijze is geborgd. Aanvaarding van de benoeming kan informeel gebeuren, door het oppakken van werkzaamheden of een mail aan de erfgenamen, of formeel, bijvoorbeeld door ondertekening van een verklaring van aanvaarding. Is eenmaal aanvaard, formeel of informeel, kan de functie tussentijds alleen worden beëindigd door de kantonrechter en moeten de erfgenamen décharge verlenen. Voor uitvoering van bepaalde taken heeft de executeur een notariële verklaring van erfrecht of executele nodig, onder meer om te kunnen bewijzen dat hij gerechtigd is een bankrekening of hypothecaire lening op naam van de erven te zetten. Deze verklaring is geen vereiste voor aanvaarding van de functie.

Met aanvaarding van de benoeming komen aan de executeur de bevoegdheden toe uit wet en testament en zijn de (eigendoms-)rechten van de erfgenamen in zoverrre ingeperkt.[11] Wordt niet aanvaard kan een vervanger worden benoemd als het testament daarin voorziet, zo niet is de juridische situatie gelijk aan die dat geen executeur is benoemd. De erfgenamen kunnen en mogen de nalatenschap dan alleen gezamenlijk beheren en beschikken, waarbij niet het principe van de meerderheid geldt maar dat van de gezamenlijkheid of unanimiteit. Voor handelingen van gewoon beheer en handelingen die geen uitstel dulden is geen unaniem besluit nodig, dat kan door een of enkele erfgenamen worden gedaan. De erfgenamen kunnen gezamenlijk iemand machtigen het werk namens hen te doen, de volmacht-executeur of boedelgevolmachtigde. Dat kan een van de erfgenamen zijn of iemand anders. De taken en bevoegdheden die aan een gemachtigde worden gegeven en de tarieven die deze mag rekenen, kunnen de gezamenlijke erfgenamen vrij bepalen.

De functie van executeur komt ten einde als alle opeisbare schulden zijn voldaan en alle lasten uitgevoerd. De executeur met beheersbevoegdheid moet het beheer aan de erfgenamen overdragen en terugtreden. De boedel moet juridisch worden vrijgeven, bij registergoederen middels notariële akte, feitelijk moeten zaken worden overgedragen die de executeur in bezit heeft genomen zoals sleutels, papieren, administratie e.d.. Hij moet rekening en verantwoording aan de erfgenamen afleggen. Als er een afwikkelingsbewindvoerder is vindt overdracht aan hem plaats. Hebben erfgenamen op enig moment aan de executeur de nodige middelen ter beschikking gesteld om schulden te voldoen, kunnen ze diens privatieve beheersbevoegdheid voor het overige beëindigen (4:150 lid 3 BW).

Bij problemen met de manier waarop een executeur zijn werk doet of bij de interactie met erfgenamen, kan tussentijds een verzoek tot ontslag van de executeur bij de kantonrechter worden ingediend (art. 4:149 lid 2 (jo. art. 4:149 lid 1, aanhef en onder f) BW). Dat heeft zin als objectief aantoonbaar is dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag: hij heeft zich niet als 'goed executeur' gedragen, schiet ernstig tekort in de uitvoering van taken of de vertrouwensband is ernstig verstoord.[12][13][14] Algemene stellingen, subjectieve ervaringen of verwijten zonder onderbouwing worden door de rechter niet geaccepteerd, het gaat om concrete en objectieve bijzonderheden in een individuele zaak. Beoordeling vindt plaats van geval tot geval. Bij zaken voor de kantonrechter bestaat geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat, in familiezaken vinden in de regel geen kostenveroordelingen van één partij plaats maar draagt ieder de eigen kosten. Ook de executeur kan een ontslagverzoek indienen, dat wordt meestal gehonoreerd.

Beloning[bewerken | brontekst bewerken]

Beloning van de executeur volgens de wet is 1% van het vermogen bij overlijden, ongeacht de hoeveelheid aan werk.[15] Hier kan bij testament van worden afgeweken, er kan meer of minder worden toegekend. Wordt bij testament een beloning toegekend gerelateerd aan de hoeveelheid werk, kan de executeur volgens de rechtsspraak kosten in rekening brengen die in redelijkheid zijn gemaakt, gelet op de toegedachte taak en de omvang en complexiteit van de betreffende nalatenschap. Om de nalatenschap te beschermen tegen bovenmatig declaratiegedrag kan deze norm in het testament worden opgenomen. Wordt een notaris, accountant, advocaat of andere vrije beroepsuitoefenaar als executeur benoemd, dient deze bij berekening van het honorarium onderscheid te maken tussen werk waarvoor de eigen beroepskennis nodig is en ander werk. Voor ander werk, zoals administratie of het beëindigen van abonnementen, mag de nalatenschap alleen worden belast met het bij deze werkzaamheden passende tarief. In de Recofa-richtlijn, van toepassing op vereffeningen van een nalatenschap, wordt dit als volgt geformuleerd: de curator verdeelt de werkzaamheden zodanig over hemzelf, zijn kantoorgenoten en administratief medewerkers dat de werkzaamheden tegen het laagst mogelijke uurtarief worden verricht.[16] Er kan bij testament ook worden bepaald dat de executeur geen loon in rekening mag brengen, alleen kosten. De kantonrechter kan op grond van onvoorziene omstandigheden de beloning op een andere manier vastleggen dan bij testament is bepaald.

Taken, bevoegdheden en verplichtingen[bewerken | brontekst bewerken]

Werkwijze en beslissingen van een executeur dienen in lijn te liggen met de bedoelingen van erflater. De executeur heeft een zorgplicht voor de erfgenamen en is door hen aansprakelijk te houden voor het werk dat hij zonder hun instemming verricht.[17] Mocht een executeur de plicht schenden te handelen als een zorgvuldig executeur, kan dat onrechtmatig zijn tegenover de erfgenamen wat hen het recht geeft schadevergoeding te vorderen. Van de executeur wordt verwacht moeilijkheden, wrijvingen en wantrouwen zoveel mogelijk binnen grenzen te houden.[12]

De algemene wettelijke taken van de erfrechtelijk executeur zijn de nalatenschap te inventariseren, de goederen te beheren zoals dat gebruikelijk is en opeisbare schulden van de nalatenschap te voldoen (art. 4:144 lid 1, art. 4:145 tot en met 4:148 BW).[18] Op grond van de Successiewet is de executeur verplicht de aangifte erfbelasting namens de erfgenamen te doen en de aanslag te betalen.[19][20] De executeur is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde erfbelasting.[21] Wat als schulden van de nalatenschap moeten worden beschouwd is geregeld in artikel 4:7 BW, daar is ook een rangvolgorde vastgelegd. Legaten worden gezien als schuld van de nalatenschap, tenzij ze op een bepaalde erfgenaam rusten, maar zijn uitgezonderd van de voorrangsbepalingen. De executeur voert het beheer ten dienste van de nalatenschap en mag alle handelingen verrichten die normaal gesproken ook uitgevoerd zouden worden (art 3:170 lid 2 BW).[3] Daarbij moet hij volgens de rechtsnorm 'goed executeur' te werk gaan. Een executeur moet maatregelen treffen die nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen en kan zelfstandig juridisch 'beschikken' als dat nodig is voor het betalen van schulden, de nakoming van opgelegde testamentaire lasten of voor het normale beheer.[22][23] Gaat het om andere beschikkingshandelingen, is de executeur niet zelfstandig bevoegd, alle erfgenamen kunnen wel toestemming geven. Bij levering van onroerend goed moet de notaris controleren of de executeur bevoegd is de betreffende zaak te gelde te maken, was de executeur niet bevoegd, is de koop ongeldig.[24][25]

Aard en omvang van het werk zijn afhankelijk van het testament, de grootte en ingewikkeldheid van de nalatenschap, het aantal erfgenamen en legatarissen, of een beroep op de legitieme portie wordt gedaan of er bedrijfsactiviteiten, grote beleggingen, internationale aspecten, een kunstcollectie of historische erfgoederen zijn. Als bij testament bijzondere regels zijn gegeven of bevoegdheden en taken uit het wettelijke pakket zijn aangepast, gaan de regels uit het testament voor op de wet. Zijn lasten opgelegd, kunnen deze door de executeur en door de erfgenamen worden uitgevoerd.[26] Een deeltaak-executeur heeft alle bevoegdheden van de executeur maar mag deze alleen binnen het deeltaakgebied uitoefenen.[27]

Het regelen van de uitvaart valt niet binnen het takenpakket van de executeur, het begrip 'begrafenisexecuteur' stamt nog uit het oude recht.[9] Bij testament wordt wel aan de executeur (of andere persoon) de last opgelegd de uitvaart te regelen, deze opgave rust tevens op de erfgenamen. De executeur heeft de bevoegdheid de kosten rond de uitvaart bij voorrang uit de nalatenschap te voldoen en daarvoor zonodig goederen uit de nalatenschap te gelde te maken (art. 4:7 lid 1 onder b BW jo art. 4:7 lid 2 onder 1° BW).[28] Sinds 2003 kan de uitvaart overigens niet meer bij testament worden geregeld, alleen bij gewone notariële akt of bij codicil.[29]

Het is niet de bevoegdheid van de executeur de nalatenschap in staat van verdeling te brengen of te verdelen, dat kan alleen als alle erfgenamen daarmee instemmen en valt niet binnen de executele.[9][30][31] Wel wordt vaak een persoon die als executeur is benoemd ook als afwikkelingsbewindvoerder aangesteld, dan kan worden doorgewerkt maar juridisch zijn dit twee aparte functies met elk eigen regels en bevoegdheden die alleen mogen worden gebruikt in de uitvoer van de betreffende functie en voor het doel waarvoor ze zijn gegeven.[9][7] Het kan zijn dat voor eenzelfde soort handeling andere regels gelden, afhankelijk van de vraag of het executeurswerk is of werk als bewindvoerder. Taxatie en verkoop van een woning om schulden te voldoen is werk als executeur, of erfgenamen inspraak hebben bij keuze van de taxateur of toestemming moeten geven voor verkoop wordt bepaald door de regels voor de executele (afdeling 5.6 Boek 4 BW). Taxatie en verkoop van een woning om de boedel verdeelklaar te maken is werk als afwikkelingsbewindvoerder, de regels staan bij testamentair bewind (afdeling 5.7 Boek 4 BW).[9][7] In de regel wordt eerst in de functie van executeur gewerkt, daarna als afwikkelingsbewindvoerder maar overlap is onvermijdelijk.

Enkele erfrechtsgeleerden nemen aan dat een executeur-afwikkelingsbewindvoerder de hele nalatenschap zelfstandig mag afwikkelen met uitsluiting van erfgenamen als dat bij testament is bepaald en daarbij ook tegen de wil van erfgenamen over nalatenschapsgoederen mag beschikken. Als grondslag wordt gegeven dat Duitse wetgeving deze mogelijkheid biedt en deze regels naar de Nederlandse erfrechtpraktijk kunnen worden getransponeerd door middel van het zogenaamde 'Germania docet' principe.[6][32][9] Hierover bestaat verdeeldheid en er is geen rechtsspraak. Anders dan bij de executeur geeft de wet voor de (afwikkelings-) bewindvoerder niet de mogelijkheid rechten van erfgenamen bij testament aan te passen, wel kan de kantonrechter op verzoek de regels voor het bewind wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden (art. 4:171 lid 2 BW).

Positie erfgenamen[bewerken | brontekst bewerken]

Zodra de executeur de benoeming heeft aanvaard begint de executele, een fase van de afwikkeling waarin de executeur die is bekleed met het beheer van de nalatenschap met uitsluiting van de erfgenamen bepaalde wettelijke bevoegdheden heeft en verantwoordelijkheid draagt. Doel van de executele is zowel bescherming van de nalatenschap als bescherming van de schuldeisers, wanneer alle schulden zijn voldaan is de executele ten einde (art. 4:149 BW). Bepaalde rechten van de (andere) erfgenamen zijn gedurende de executele ingeperkt maar de inperkingen gaan niet zover dat erfgenamen langs de zijlijn moeten staan, zoals vanuit de professionele erfrechtdienstverlening hoorbaar is (art. 4:145 lid 1 BW).[11]

Erfgenamen mogen met medewerking van de executeur of machtiging van de Kantonrechter over nalatenschapsgoederen of hun aandeel daarin beschikken in de betekenis van goederenrechtelijk beschikken, ofwel vervreemden en bezwaren.[9][33] Tot andere beschikkingshandelingen zijn de erfgenamen gezamenlijk zonder medewerking van de executeur bevoegd en ze kunnen overeenkomsten sluiten, maar nog niet effectueren. Erfgenamen mogen ook zelfstandig, gezamenlijk of afzonderlijk, alles doen wat nodig is voor gewoon onderhoud of behoud van nalatenschapsgoederen en handelingen verrichten die geen uitstel kunnen lijden, daaronder beschikkingshandelingen (art.3:170 BW).

Erfgenamen kunnen voldoende middelen ter beschikking stellen aan de executeur om opeisbare schulden te voldoen, dat kan ook een lening zijn, en zijn beheersbevoegdheid voor het overige beëindigen (art. 4:150 lid 3). De beheersbevoegdheid dient ertoe zeker te stellen dat de boedel kan worden ingezet om schulden te voldoen en deze beschermingsmaatregel is niet meer nodig. De executeur kan verder werken maar voor de erfgenamen gelden de wettelijke inperkingen van artikel 4:145 BW niet meer.

De wet bepaalt dat de executeur in overleg treedt met de erfgenamen wanneer hij goederen moet verkopen om schulden te voldoen, maar dit kan door erflater anders worden geregeld. Ook kan erflater bepalen dat de executeur in die situatie toestemming nodig heeft van alle erfgenamen, of een deel ervan. Buiten de in de wet genoemde gevallen mag de executeur geen beschikkingshandelingen verrichten zonder medewerking van de erfgenamen, zoals verkoop van de woning, ook mag de executeur niet werken aan de verdeling. Gaat een executeur zijn bevoegdheid te buiten en laat hij geen discussie toe, is van belang het gedrag zoveel mogelijk te documenteren, op basis van bewijsbare feiten kan bij de kantonrechter ontslag worden gevraagd, in die procedure vindt meestal een bemiddelingspoging plaats waar op aanwijzing van de kantonrechter nadere afspraken kunnen worden gemaakt, zo nodig onder aanhouding van de zaak.

De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven. Een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, is verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, of aan de erfgenamen, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.

Een executeur moet aan het einde van de rit rekening en verantwoording afleggen aan de erfgenamen, dat betekent niet alleen dat de administratie wordt aangeboden, maar ook dat de erfgenamen een mening kunnen geven over vervulling van zijn taken. Als erfgenamen menen dat een executeur zich niet goed heeft gedragen, onnodig werk heeft vericht of buitensporig heeft gedeclareerd, kan décharge worden geweigerd. Komt men er onderling niet uit, beslist de kantonrechter.

Is een executeur ook als afwikkelingsbewindvoerder aangesteld gelden voor uitvoer van die functie de regels van het testamentair bewind (art. 4:157 - 4:181 BW). Houdt een bewindvoerder zich daar niet aan met een verwijzing naar het testament moet beoordeeld worden of de bepalingen in het testament rechtsgeldige werking hebben. De erfgenamen hebben naast de afwikkelingsbewindvoerder in ieder geval het recht tot handelingen dienende tot gewoon onderhoud van de goederen die hij in gebruik heeft en tot handelingen die geen uitstel kunnen lijden (art. 4:166 BW).

Executeur als beroep[bewerken | brontekst bewerken]

Het beroep van executeur en het voeren van de beroepsnaam is niet gereglementeerd, er zijn geen eisen voor vakbekwaamheid, kwaliteit of onafhankelijkheid, er bestaat geen algemene geheimhoudingsplicht, er is geen landelijke onafhankelijke klachteninstantie en het beroep mag worden uitgeoefend zonder passende opleiding.[34] Begrippen als register executeur, gecertificeerd executeur of beëdigd executeur hebben juridisch inhoudelijk dus geen betekenis, het zijn geen officiële titels of keurmerken. Er zijn twee branche-organisaties waarbij een ieder zich kan aansluiten na het volgen van enkele dagen cursus, één organisatie verplicht de leden een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten en een gedragscode te ondertekenen, met als enige sanctie beëindiging van het lidmaatschap. Het is mogelijk dat iemand uit een gereglementeerde beroepsgroep werkzaam is als executeur en zo aan regels van de beroepsgroep is gebonden, zoals een registeraccountant, advocaat of notaris. De afwikkeling van een nalatenschap kent geen wettelijke regels en beroepsregels geven hier nauwelijks houvast.[11] Dit klemt temeer wanneer belangen van executeur en erfgenamen tegenover elkaar staan, zoals bij het declareren van kosten of het gebruik van bevoegdheden zonder toestemming van de erfgenamen.[9]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]