Executeur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een executeur (in Nederland voorheen executeur-testamentair, in België testamentuitvoerder) is degene die het testament van een erflater ten uitvoer brengt, nadat deze is overleden.

De executeur kan een notaris zijn, maar ook een andere door de overledene daartoe aangewezen persoon. De executeur is degene die namens de erfgenamen de nalatenschap beheert, schulden betaalt en belastingaangiften indient. Verkoop van goederen is alleen mogelijk met medewerking van de erfgenamen of als verkoop nodig is om schulden te betalen. Als het de bedoeling is dat de executeur zaken kan verkopen zonder medewerking van de erfgenamen (bijvoorbeeld de woning), dan is het nodig dat de executeur in het testament ook tot een zogenaamde afwikkelingsbewindvoerder wordt benoemd.

Bij auteurs noemt men degene die na overlijden de auteursrechten beheert de literair executeur. Deze kan bij testament de taak toegewezen krijgen om onvoltooide werken te redigeren en uit te geven.

Nederland[bewerken]

Een erflater kan bij testament een of meer executeurs benoemen. Hij kan aan een executeur de bevoegdheid toekennen een of meer andere executeurs aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen; hij kan ook beschikken dat wanneer een benoemde executeur komt te ontbreken, de kantonrechter bevoegd is op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen. Men wordt executeur door aanvaarding van zijn benoeming na het overlijden van de erflater. De beloning is 1% van het vermogen, tenzij het testament anders bepaalt. Taken kunnen bijvoorbeeld zijn het verkopen van bezittingen om schulden te voldoen, en het verdelen van de nalatenschap, alles zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen, en eventueel afhankelijk van nadere bepalingen in het testament. De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven. Een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, is verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.

Zie ook[bewerken]