Extaze. Een boek van geluk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Extaze. Een boek van geluk
Boekband eerste druk
Boekband eerste druk
Auteur(s) Louis Couperus
Land Nederland
Taal Nederlands
Genre Contemporaine roman
Uitgever L.J. Veen
Uitgegeven 1892
Vorige boek Noodlot
Volgende boek Eene illuzie
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Louis Couperus

Extaze. Een boek van geluk is een roman van Louis Couperus die voor het eerst in 1892 verscheen, de eerste boekuitgave bij wat zijn vaste uitgever zou worden.

Geschiedenis[bewerken]

In een brief van 22 juli 1890 schreef Couperus aan Frans Netscher dat hij zou beginnen aan een grote roman die de titel Extaze zou gaan krijgen.[1] Het duurde echter nog een hele tijd voordat de roman geschreven was; Couperus beëindigde het schrijven van de roman in oktober 1891 te Hilversum waar hij zich met zijn vrouw na hun huwelijk op 9 september en de huwelijksreis gevestigd had. Volgens biograaf Henri van Booven had de roman de schrijver heel wat hoofdbrekens gekost en was opbouw en structuur nogal veranderd tijdens het schrijfproces.[2]

Uitgave[bewerken]

De roman verscheen eerst in het tijdschrift De Gids, in het januarinummer van 1892. Na die publicatie nam Couperus contact op met L.J. Veen, de uitgever die hem eerder had benaderd om de roman Noodlot uit te geven, maar Couperus had die uitgave aan een ander gegund. Na enig heen-en-weergeschrijf tussen Couperus en Veen werden ze het eens over het honorarium van fl. 550,- voor de eerste druk, en fl. 300,- voor elke herdruk.[3] Het werd het eerste boek van Couperus dat door Veen werd uitgegeven en het begin van een samenwerking die meer dan 25 jaar zou duren.

Boekband R.N. Roland Holst, tweede of vierde druk

De eerste druk verscheen in een blauwlinnen omslag met een zilveren ster en wolken, een omslag dat later door Veen ook gebruikt werd voor uitgaven van Een lent van vaerzen en Eene illuzie; de band is mogelijk ontworpen door Pieter de Josselin de Jong en gebaseerd op ideeën die Couperus zelf aan zijn uitgever had gestuurd. Een eerder ontwerp van Jan Veth had de schrijver niet kunnen bekoren.[4]

Band van de derde druk van Extaze (1905) door Berlage

Het boek werd een succes en al vrij snel werd een herdruk gepland. Voor het bandontwerp voor die tweede druk werd door Veen R.N. Roland Holst benaderd. Deze tekende de band die gebruikt werd voor de tweede en de vierde druk. De tweede druk verscheen in twee uitvoeringen. De linnen editie heeft op voor- en achterplat gouden versieringen die de sluiting van een album voorstellen, met het monogram LC. Voor de ingenaaide editie werd een lithografie met bloemmotieven gebruikt.[5] Beide ontwerpen van Roland Holst werden ook voor de vierde druk gebruikt.

Dit werk verscheen al vroeg in het Engels (1892), in een vertaling van Alexander Teixeira de Mattos en John Gray, en in het Duits (1894), in een vertaling van Freia Norden.

Receptie[bewerken]

Al meteen na de voorpublicatie in De Gids werd er positief op de roman gereageerd. De Vlaamse schrijver Emmanuel de Bom schreef zeer positief naar Couperus die daar vriendelijk op reageerde.[6] Het meest positief, en ook zeer uitgebreid reageerde echter Lodewijk van Deyssel, ook al was dat pas in 1895:

"Naar mijne meening is het werk 'Extaze' zeer superieur aan de vorige werken van den Heer Couperus, 'Eline Vere' en 'Noodlot'. Telkens wendt en wendt zich zijne konceptie en schriftuur en nooit kan men zeggen wat er den volgenden keer komen zal. Want wat ook na 'Noodlot', dat minder goed was dan 'Eline Vere', te verwachten ware, - zéker niet, dat de schrijver van de Observatie met éen ruk tot de Sensatie stijgen en van charmant zou worden subliem.[7]"

Samenvatting van de inhoud van het boek[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De hoofdpersoon van het boek is Cecile van Even, moeder van twee zoontjes en anderhalf jaar geleden weduwe geworden. Haar overleden echtgenoot was minister, haar zwager is lid van de Tweede Kamer. Cecile brengt haar dagen door met de zorg voor de kinderen, het schrijven van brieven naar haar zuster in Indië en vooral met veel dromen en weemoed.

Als Cecile een bezoek brengt aan haar andere zuster Amélie en haar zwager Dolf, die twee dochters en een zoon Jules hebben, ontmoet zij Taco Quaerts. Jules is 14 jaar en dweept met Quaerts, die hem paardrijles geeft. Later in het boek blijkt Jules Quaerts zelfs lief te hebben. Hij helpt Quaerts zijn kamer op te sieren en geeft hem ook eens een bos rode rozen.

Eerst vindt Cecile Quaerts, een sportman die de naam heeft een Don Juan te zijn, antipathiek Ze is boos op hem als hij zijn visitekaartje laat bezorgen na hun eerste ontmoeting bij haar zuster. Een paar dagen later komt Quaerts haar onverwacht bezoeken. Maar daarna is Cecile zo nieuwsgierig geworden dat ze hem weer wil zien.

Een tijdje later ontmoet Cecile Quaerts weer op een diner. Als ze naast elkaar aan tafel zitten ontstaat een intens contact tussen hen. Maar haar tere gevoel breekt als Cecile tegenover de vrouw blijkt te zitten die als maîtresse van Quaerts wordt genoemd. Als Cecile na het diner weer thuis is, weet ze dat ze Quaerts lief heeft.

Een paar dagen later brengt Quaerts weer een bezoek aan Cecile. Ze bewondert zijn verschijning als sportman en smelt van loomheid. Tijdens hun gesprek vertelt Quaerts over zijn twee kanten, over zijn ziel en over het beest in hem. Quaerts plaatst Cecile hoog boven zichzelf, maar dit doet Cecile pijn omdat zij zichzelf juist ziet als een nederige vrouw van liefde.

Daarna laat Quaerts drie weken niet van zich horen. In die periode ziet hij wel zijn maîtresse, en gaat hij op stap met zijn vrienden, waarbij zij zo de beest uithangen dat de politie erbij moet komen. Als Quaerts Cecile weer opzoekt bekent hij zijn zonden en noemt hij haar Madonna. Hij vraagt om vergeving. Zij vraagt hem om niet met haar te dwepen. Op dat moment ziet hij dat zij hem liefheeft, maar desondanks omhelst hij haar niet en toont hij geen tederheid. Cecile wil geen madonna zijn, maar een slavin.

Weer blijft Quaerts drie weken weg. Als hij weer bij Cecile komt, is het voorjaar geworden. Als hij bij haar is, is Quaerts zo intens gelukkig dat hij naar niets anders verlangt dan alleen maar bij haar te zijn. Quaerts merkt niet dat Cecile verdriet heeft, door de wellust die in haar is. Toch voelt Cecile geluk als ze samen een wandeling maken, ’s avonds in het donker. Beiden voelen zich gelukkig, ze zijn verwante zielen, en verkeren in zuiver licht, vol liefde. Het is hun ogenblik van extase. Cecile openbaart hem dan de ware aard van haar liefde voor hem. Na hun wandeling, waarbij ze een tijd op een bank zitten in een donker bos, Quaerts geknield voor haar, brengt hij haar thuis.

De weken daarna komt Quaerts niet meer bij Cecile aan huis. Zij komt hem soms bij toeval tegen. Uiteindelijk ontvangt Cecile een brief van Quaerts, waarin hij haar schrijft haar niet meer te willen zien, om het heilige geluk, dat hij tijdens hun avondwandeling heeft ervaren, niet te bezoedelen. Cecile stort zich in haar verdriet. Dan komt Jules bij Cecile langs. Hij vraagt namens Quaerts of deze haar nog mag bezoeken, voordat hij een grote reis gaat maken. Cecile stemt daarmee in. Als Quaerts komt, veinst Cecile dat zij geen verdriet meer heeft. Bijna ontstaat hartstocht tussen hen, maar na een woeste omhelzing en zoenen worstelt zij zich los en weert hem af. Quaerts vertrekt. Cecile berust in deze afloop van hun contact, in de wetenschap dat zij Quaerts eenmaal het grootste geluk heeft kunnen geven.

Inspiratie[bewerken]

Carel de Nerée tot Babberich, Inleiding tot Extaze (1900-01)

De kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich (1880-1909) heeft in latere jaren verschillende illustraties gemaakt waarvoor hij zich liet inspireren door deze roman van Couperus; naast de "Inleiding tot extaze" is er ook een portret getekend van de jonge Jules die aan de piano speelt.

Trivia[bewerken]

  • De opdracht van het boek luidt ‘’Aan het Geluk en het Leed tezamen.’’
  • In 2011 werd het Haags literaire tijdschrift Extaze opgericht, waarvan de naam aan deze roman ontleend is.

Bibliografie[bewerken]

  • Louis Couperus, Extaze. Een boek van geluk. Amsterdam, L.J. Veen, 1892.
  • Louis Couperus, Extaze. Een boek van geluk. Utrecht/Antwerpen, 1990 (Volledige Werken Louis Couperus, deel 5).

Vertalingen[bewerken]

Duits

  • Extase. Ein Buch vom Glück. Novelle. Dresden, 1894. (Vertaling: Freia Norden)
  • Ekstase. Roman. Stuttgart [etc.], 1895. (Vertaling: Ida Frick)

Engels

  • Ecstasy. A study of happiness. London, [1892]. (Vertaling: A. Teixeira de Mattos en John Gray)

Literatuur[bewerken]

  • Marijke Stapert-Eggen, Repertorium Louis Couperus. Amsterdam, 1992. Deel A: Overzicht, p. 81.
  • Marijke Stapert-Eggen, Repertorium Louis Couperus. Amsterdam, 1992. Deel B: Bronnen, p. 31-33.
  • R. Breugelmans, Louis Couperus in den vreemde. Leiden, 2008², p. 81-83.