Führerbunker

Führerbunker is de benaming voor een ondergrondse, zwaar versterkte schuilkelder onder de tuin van de Rijkskanselarij in Berlijn, waar Adolf Hitler de laatste weken van het nationaalsocialistisch regime leidde, alvorens hij in deze ruimte zelfmoord pleegde.
De bouw
[bewerken | brontekst bewerken]


Een eerste schuilkelder voor Hitler werd aangelegd in 1935-1936 onder de toen gebouwde feestzaal en wintertuin toen die achter de Rijkskanselarij werd gebouwd. De vloer lag 6,40 m diep.
In 1943 beval Hitler de bouw van een tweede schuilkelder, die dieper zou liggen en een betere bescherming moest bieden. Hitler vreesde voortdurend voor luchtaanvallen en had vernomen dat sommige geallieerde bommen enkele meters diep konden ontploffen. Deze tweede bunker werd in 1944 aangelegd, achter de eerste. De vloer lag 8,50 m diep. Bovenop lag een vier meter dikke betonlaag met daarboven een meter aarde.
De tweede bunker werd de eigenlijke Führerbunker (of Hauptbunker), terwijl de oudere schuilkelder voortaan de Vorbunker werd genoemd. Beide bunkers hadden een afmeting van 15,50 m × 18,50 m en waren ingedeeld in 23 ruimten.
Aangezien de schuilplaats onder het grondwaterniveau van Berlijn was, voelde men bominslagen die buiten plaatsvonden erg goed en moest er constant binnengedrongen grondwater worden weggepompt. De bunker bezat een speciaal toevoersysteem voor frisse lucht dat de binnenkomende lucht eerst filterde. Daardoor was de bunker beschermd tegen gifgasaanvallen. Voor de stroomvoorziening was er een generator op diesel geïnstalleerd. Dit zorgde voor een hoog geluidsniveau in de bunker.
Beide bunkers waren ondergronds met elkaar verbonden. Om zicht van de Rijkskanselarij naar de Führerbunker te begeven moest men eerst door de Vorbunker passeren. Aan het andere uiteinde van de Führerbunker was een trap die leidde naar een bovengrondse uitgang in de tuin. Die was bedoeld als nooduitgang.
Alle toegangen waren afgezet met bepantserde deuren. Bezoekers werden op wapens gecontroleerd door SS'ers en moesten hun wapen in de garderobe afgeven. De enigen die met een wapen in de bunker rondliepen waren de bewakers, de telefonist Rochus Misch en Hitler zelf.
Gebruik
[bewerken | brontekst bewerken]Toen Hitler 16 januari 1945 in Berlijn terugkeerde - hij was er het jaar daarvoor maar sporadisch geweest - verbleef hij eerst zoals gewoonlijk in zijn ambtswoning in de Rijkskanselarij. Doordat de hoofdstad regelmatig gebombardeerd werd door geallieerde vliegtuigen, weer hij uit naar de Führerbunker. Aanvankelijk hield hij zijn dagelijkse werkvergaderingen nog in lokalen van de Rijkskanselarij, maar na enkele weken werden de vergaderingen ook in de bunker gehouden.
Eva Braun, die maar zelden in Berlijn kwam, verbleef sinds 7 maart met Hitler in de bunker. Op 22 april nam ook Joseph Goebbels met zijn gezin zijn intrek in de bunker. In de Vorbunker werden de zes kinderen van Goebbels ondergebracht en 25 tot 35 medische en administratieve medewerkers. Ook Hitlers hond Blondi ging mee de bunker in. In het begin gingen ze nog regelmatig buiten wandelen, maar sinds maart was het risico te groot en bleven ze binnen.
Veel medewerkers en leden van Hitlers staf verlieten de bunker op 22 en 23 april, voordat Berlijn zou zijn omsingeld door de legers van de Sovjet-Unie (de Slag om Berlijn). Hoewel veel getrouwen rond de Führer hem trachtten te overtuigen de wijk te nemen naar zijn woonhuis de Berghof in het zuiden van het land, verkoos Hitler te blijven. Op 29 april trouwde hij met Eva Braun en de volgende dag pleegden ze samen zelfmoord. Ze namen een capsule met cyanide in, waarbij Hitler, voor de zekerheid, ook nog een pistool tegen zijn hoofd hield en tegelijkertijd met het innemen van de cyanide, afvuurde. Joseph en Magda Goebbels lieten hun kinderen eerst drogeren en daarna met een cyanidecapsule in de mond door Dr. Ludwig Stumpfegger, Hitlers persoonlijke arts, ombrengen.[1][2] Later die avond pleegde Magda samen met haar man in de tuin van de Rijkskanselarij zelfmoord met een cyanidecapsule.[1][3] Een SS'er had de opdracht gekregen ook twee kogels in ieder lichaam te schieten, zodat het zeker was dat ze dood waren.[1][3] Hierna werden de lichamen verbrand, maar door de beperkte hoeveelheid benzine werden de lichamen maar deels verbrand en waren nadien goed te herkennen.[2][4]
Van de overigen in de bunker vertrokken de meesten enkele uren later. Ze probeerden door de Russische linies te komen om zo gevangenschap te ontlopen; zijn secretaresses ontkwamen,[bron?] Bormann is later op de vlucht aangehouden en maakte direct een einde aan zijn leven door een gifpil in te nemen.[5] De mensen die in de bunker bleven werden op 2 mei krijgsgevangen gemaakt. De Russen vonden meer dan een dozijn lichamen van personen die zelfmoord hadden gepleegd en een hoop verbrande documenten.
Na de Tweede Wereldoorlog
[bewerken | brontekst bewerken]Na de Tweede Wereldoorlog probeerde het Rode Leger in 1947 om de bunker op te blazen. Deze poging had echter geen succes; slechts enkele wanden werden beschadigd. In 1959 trachtte de Oost-Duitse regering om de bunker op te blazen, ook zonder enig succes. In de jaren 1980 werd het plafond verwijderd. In 1988 en 1989 werd er gestart met de nieuwbouw van appartementen aan de Wilhelmstraße. De resten van de bunker, die tot dan onder een berg aarde bewaard waren gebleven, werden met veel moeite verwijderd. Slechts de bodemplaat en delen van enkele zijwanden liggen nu nog enkele meters diep onder de grond. Nu is er een parkeerplaats op de resten van de bunker.

Op 8 juni 2006 werd er, door Berliner Unterwelten e.V. in samenwerking met de stad Berlijn, een informatiebord geplaatst met een schema van de plaats waar de bunker zich bevond. De telefonist Rochus Misch was tijdens de opening van het monument aanwezig. Misch was waarschijnlijk een van de laatste nog in leven zijnde personen die tijdens de zelfmoord van Hitler in de bunker aanwezig was; hij is in september 2013 overleden. In mei 2007 was nog één andere persoon in leven die tijdens Hitlers dood in de bunker aanwezig was, Armin Lehmann. Hij hielp onderzoekers met het verstrekken van historische feiten. Lehmann was in 1945 16 jaar oud en lid van de Hitlerjugend; hij overleed 10 oktober 2008 op 80-jarige leeftijd.
Media
[bewerken | brontekst bewerken]Films
[bewerken | brontekst bewerken]- Der Untergang (2004), Het grootste deel van de film speelt zich af in en om de Führerbunker. De bunker werd grotendeels gebaseerd op de plattegronden die er van de bunker gevonden zijn en op verslagen van ooggetuigen.
- The Bunker (1981)
- Hitler: The Last Ten Days (1973)
Documentaires
[bewerken | brontekst bewerken]- Adolf Hitler's Last Days, van de BBC serie Secrets of World War II. Overzicht van de laatste dagen van Hitler.
- The World at War (1974), een serie die veel informatie verschaft over Adolf Hitler en zijn naziregime. Inclusief een interview met zijn secretaresse Traudl Junge over de laatste dagen in de bunker.
- Unsolved History: Hitler's Bunker (2002), van de Discovery Channel serie Unsolved History. Historici proberen aan de hand van meer dan 60 jaar oude foto's, mappen en schema's een digitale reconstructie te maken van de bunker.
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]Bronnen
[brontekst bewerken]- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Führerbunker op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Führerbunker op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Referenties
[brontekst bewerken]- 1 2 3 Ian Kershaw, Hitler 1936-1945 - Vergelding, Spectrum, 2008, pag. 1103
- 1 2 Richard J. Evans, Het Derde Rijk - Oorlog, Spectrum, 2009, pag. 773
- 1 2 Joachim Fest, De Ondergang - Hitler en het einde van het Derde Rijk, Manteau, 2005, pag. 170
- ↑ Ralf Georg Reuth, Goebbels: Eine Biografie, München, 1995, pag. 613-614
- ↑ Bormann na 53 jaar echt dood, Trouw 5 mei 1998