Fall Storch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zichtbare sporen van de dijkdoorbraak bij Elden, maart 1945

Fall Storch (Nederlands: Operatie Ooievaar) was de Duitse codenaam voor de onderwaterzetting van de Betuwe op 2 december 1944.

Aanleiding[bewerken]

Met het oog op een geallieerde opmars door Nederland na Operatie Market Garden wilden de Duitsers eind 1944 de Betuwe onder water zetten. Aanvankelijk wilden ze dit bewerkstelligen door het doorsteken van de Liniedijk bij Ochten en Kesteren (Plan Heide). Dat plan werd echter geannuleerd en vervangen door Fall Storch.

Uitvoering[bewerken]

De Duitsers bliezen een gat in de Drielsedijk, de rivierdijk bij Elden ter hoogte van het dijkmagazijn[1]. Hiermee wilden de Duitsers het hele gebied tussen de Rijn en de Waal onder water zetten. Op zaterdagmiddag 2 december 17:00 werd dit proces in gang gezet. Het water stroomde bij Elden de Betuwe in. De Duitsers hadden ten zuiden van Elden de Griftdijk eveneens opgeblazen, zodat het water verder de Betuwe instroomde. De bedoeling was om het gebied tot aan de liniedijk tussen Ochten en Kesteren te laten overstromen. Dit gebied was door geallieerden bevrijd. De geallieerden hadden Operatie Noach reeds voorbereid om troepen snel terug te halen.

De liniedijk kon op 6 december de waterdruk niet aan en bezweek, waardoor het gebied erachter, met de dorpen Lienden en Maurik ook overstroomden. Dit gebied was echter nog in Duitse handen, waardoor de Duitsers zelf ook moesten terugtrekken. De dijken langs het Amsterdam-Rijnkanaal moesten het stijgende water nu tegenhouden. Met behulp van inzet van vele mannen uit de omgeving die verplicht te werk werden gesteld en Rijkswaterstaat kon de dijk zodanig versterkt worden dat deze het hield. Echter door kwelwater kwam ook nog een gebied aan de westzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal rondom Zoelen onder water te staan. De Duitsers wilden dit gebied evacueren, maar de bewoners waren er tegen, aangezien evacuatie leidde tot honger en een zwervend bestaan. Door het versterken van de dijk kon grotere ramp voorkomen worden, waarbij mogelijk tot aan Gorinchem anders onder water had gestaan.

Nasleep[bewerken]

Halverwege december begon het water langzaam te zakken. Echter enkele dagen later trad de vorst binnen en werd de Betuwe een grote ijsvlakte. Januari bracht dooi en tevens zakkende waterstanden. Aan het einde van de maand zorgde sneeuwval weer voor stijgend water. Bij Ochten was de Waaldijk, die in de vuurlinie lag, in kritieke toestand en de gaten van de vorige doorbraak waren nog niet gedicht. 750 Mannen uit Zoelen werden door de Wehrmacht opgeroepen om drie gaten te dichten, maar de opkomst was gering. Het water zette daarop wederom hetzelfde gedeelte van de Betuwe onder water en de dijk bij het Amsterdam-Rijnkanaal kon wederom net de druk houden. Halverwege februari werd de situatie weer kritiek en werd er een beroep gedaan op de bewoners om mee te helpen de dijk te verstevigen. Ditmaal was de opkomst groot uit de gehele regio en zakte de waterstand eind februari.

Een tijd later probeerden de Duitsers met opzet de Betuwe nog eens onder water te zetten door het water in de Linge en de Maurikse Wetering op te stuwen. Een droge periode behoedde de Betuwe echter.

Zie ook[bewerken]